OCMW-directeur José Lecoutere neemt na 32 jaar afscheid van ‘zijn’ GulleHeem

José Lecoutere laat het Gulleheem voorgoed achter zich. © HV
Redactie KW

Op donderdagavond 28 april neemt José Lecoutere afscheid van het OCMW Wevelgem en ‘zijn’ Gulleheem, waar hij 32 jaar het beleid mee bepaalde. Het programma in het cultuurcentrum moet zijn laatste officiële optreden worden. Hij blikt tevreden terug.

“Ik volgde de opleiding maatschappelijk werk aan het IPSOC te Kortrijk en werkte even voor OCMW Wevelgem, voor mijn legerdienst”, begint José Lecoutere. “Daarna werd ik coördinator van de regionale welzijnsraad in Kortrijk. Een boeiende job die me een brede blik bezorgde. De uitdaging was toen al om op zoek te gaan naar samenwerkingsverbanden. Die is nog steeds actueel. De volgende stap was naar Waregem, als jeugdconsulent en ontwikkelingssamenwerking. Ik nam toen deel aan twee examens, voor CM Kortrijk én voor OCMW Wevelgem. Ik moest kiezen en startte in Wevelgem in de sociale dienst, verantwoordelijk voor Gullegem en de opvolging van de wachtlijst van het Gulleheem, toen al. Dat was een heel andere tijd. Zuster Overste was er de chef. De bewoners waren nog veel valider. Na enkele jaren kon ik daar directeur worden.”

De kwaliteit van de zorgsector is pakken groter dan toen ik hier in begon. Ook het aantal personeelsleden is stevig uitgebouwd – José Lecoutere

José kijkt tevreden terug op zijn carrière. “Al waren de twee laatste jaren heel moeilijk. Na jaren van zoeken om te groeien en te bloeien werd de opdracht nu om zoveel mogelijk in stand te houden wat er is. Het gaat zelfs letterlijk over mensenlevens. Toen ik begon waren er 32 personeelsleden voor 61 bewoners. En naarmate er meer zusters vertrokken, kwamen er bewoners bij. De thuisbezorgde maaltijden werden toen door een traiteur geleverd en later werd er op drie plaatsen gekookt. Dit was verlies van energie en we brachten dit samen in Gullegem.”

Kabinetswerk

Twee jaar was José niet in het OCMW. “Ik werd gevraagd op het kabinet van minister van Welzijn, Luc Martens voor de domeinen ouderen – en thuiszorg. Daar heb ik nog de regelgeving voor lokale dienstencentra op de typmachine uitgewerkt. We hebben toen toch enkele belangrijke beslissingen kunnen voorbereiden: de dagverzorgingscentra, er voor zorgen dat centra voor kortverblijf lokaal zijn ingebed, dicht bij de mensen. En ik vond ook de kamers van rusthuizen te klein, maar vond toen niet zo veel gehoor. Tot op vandaag werkt die regelgeving nog door. Maar toen viel de regering over de dioxinecrisis, en mijn kabinetsperiode was voorbij.”

Ik kijk tevreden terug, al waren de laatste 2 jaren moeilijker – Jose Lecoutere

Na zijn kabinetsperiode keerde José terug. Meteen kon hij beginnen aan een heel belangrijk project: de bouw van het huidige Gulleheem. “Een project dat meer dan 10 jaar duurde. Elke donderdag op de werfvergadering, en ik ben nog altijd tevreden, ons gebouw kan nog steeds de tand des tijds weerstaan.”

“Ondertussen zijn er aanleunwoningen, assistentiewoningen, en recent ook Tillia bijgekomen. We hebben de mindermobielencentrale opgestart en uitgebouwd. Hier hoop ik dat er snel geïnvesteerd wordt in mogelijkheden voor rolstoelvervoer.”

Veranderingen

José kijkt terug op een lange carrière, waarin er veel veranderde in de sector. “De zorgbehoevendheid is heel duidelijk toegenomen. Toen ik in mijn beginjaren eens een dame moest inschrijven was zij sneller ter plaatse met de fiets dan ikzelf. Er zijn nog foto’s van een uitstap waarop onze bewoners op een olifant klommen. Vandaag is dit niet meer aan de orde. Ook de kwaliteit van de zorgsector is groter. Ook het aantal personeelsleden groeide sterk, van 30 naar 100. En er is veel meer openheid naar de omgeving gekomen. Vroeger waren rusthuizen eerder verstopt, vandaag is het ideale woonzorgcentrum een soort superette, een plek met de buurt verbonden, waar bewoners alles vinden wat ze nodig hebben aan thuiszorg en opvang.”

Voor hobbies had José weinig tijd. “Reizen is wel een microbe. Het liefst naar waar het anders is dan bij ons, en met een boon voor Afrika. Ik reisde naar Marokko, Tunesië in het Noorden, Senegal, Gambia in het Westen, Zanzibar, Tanzania, Kenia in het Oosten en naar conflictgebieden als Ethiopië of Soedan. Ik werd er het meest getroffen door de babbels met gewone mensen.”

“Wat nu? Ik zal me zeker nog inzetten maar neem eerst graag wat rust. Ik zie vier terreinen: de natuur, sociaal, intellectueel en fysiek. Tijd maken voor vrienden, zalm roken en mijn nieuwe fiets ophalen na 1 mei. En als Brecht Clauws, mijn opvolger belt, zal ik nog wel antwoorden, maar ik zal zeker geen schoonvader zijn.”

(Henk Vandenbroucke)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.