Heisa rond doortrekkersterrein: “Overlast? Politie kwam één keer het voorbije jaar”

Tijdens de Kortrijkse gemeenteraad besliste het stadsbestuur dat gebruikers van het doortrekkersterrein in Heule daar drie weken mogen blijven in plaats van twee. Het idee zorgde niet alleen voor een vurige preek van Wouter Vermeersch (Vlaams Belang), maar ook voor verschillende racistische reacties op sociale media. Wij gingen ter plaatse een kijkje nemen. Joseph De Coene (60), beheerder van het terrein: “Het voorbije jaar moest de politie amper één keer langskomen.”

Beheerder Joseph De Coene: “Er is een groot tekort aan terreinen.” © AN

Het doortrekkersterrein in Heule bestaat al meer dan tien jaar. Toch zorgde het in de Kortrijkse gemeenteraad en op sociale media de afgelopen weken nog voor heel wat onenigheid. Sinds kort mogen reizigers er immers 21 opeenvolgende dagen verblijven in plaats van de vroegere 14. Het stadsbestuur kwam met het voorstel op de proppen, omdat de termijn dan dezelfde is als die op de andere vier terreinen in Vlaanderen. “Zo worden misverstanden vermeden bij woonwagenbewoners en kan hun planning beter verlopen”, klonk het.

Zelden ergens welkom

Maar dat was niet naar de zin van Wouter Vermeersch. “Wij vinden de huidige termijn al twee weken te veel en vinden dat het voorstel niet voldoende onderbouwd werd”, zei hij. Waarop hij een aantal krantenartikelen aanhaalde zoals: ‘Roma stelen voor 1.000 euro aan lingerie’, ‘Drie zigeunerdieven krijgen locatieverbod’ en ‘Problemen op doortrekkersterrein’. “Er is zonder twijfel overlast voor de bewoners en wie met de handelaars in de buurt spreekt weet dat er geregeld wordt gestolen”, besloot Vermeersch. Op sociale media sprak de partij nog klaardere taal. ‘Sluit zigeunerpark Kortrijk!’, klonk het daar. Waarop verschillende racistische reacties volgden.

Ik heb nog nooit van mijn leven iets gestolen, toch word ik vaak verweten voor ‘vuile zigeuner’ en ‘dief’ – voyageur Bertrand

Wij besloten om zelf een kijkje te nemen achter de gesloten deuren van de woonwagens. Wie dat probeert wordt onmiddellijk beleefd, maar argwanend begroet. “Of we zeker geen foto’s willen nemen van de mensen? Of van de wagens met belettering? En er komt toch niks over hen in de krant?” Waarom we hier als indringers gezien worden, wordt pas na een uurtje kletsen en twee koppen koffie helemaal duidelijk. We praten met Bertrand, papa van twee kinderen en al zijn hele leven ‘Voyageur’, zoals hij het zelf noemt. “Ik verdien goed mijn brood. We hebben een mooie caravan en een knappe wagen”, vertelt hij trots.

Heisa rond doortrekkersterrein:
© AN

Bertrand is aan de slag als schilder. Zijn vrouw doet het huishouden en voorziet de jongens van thuisonderwijs. Om de paar weken trekken ze van plek naar plek in heel Europa, samen met de rest van de familie. “We zijn graag op onszelf”, vertelt Bertrand. “We hebben onze eigen gewoontes. Maar dat wil niet zeggen dat we iets hebben tegen mensen van buitenaf. Integendeel, we verdienen er ons brood mee. Andersom voelen we wel dat wij zelden ergens welkom zijn. Daarom wil ik ook niet dat je een foto neemt van mijn camionette. Mijn klanten weten niet dat ik een reiziger ben, sommigen zouden mij zeker ontslaan als ze het ontdekten.”

Het is een trots volk, maar het zijn gewoon mensen zoals u en ik – Joseph De Coene, beheerder van het terrein

Ook de angst voor journalisten zit er goed in. “Het zijn de media die ons een slechte naam bezorgen”, zegt Bertrand nog. “Ik heb nog nooit van mijn leven iets gestolen, toch word ik vaak verweten voor ‘vuile zigeuner’ en ‘dief’. Ik ga nu niet beweren dat iedereen in onze gemeenschap heiliger is dan de paus. Maar in welke gemeenschap is dat wel zo? Volgens mij zijn veel mensen gewoon jaloers op onze vrije manier van leven.”

Heel andere cultuur

“Die mensen allemaal over dezelfde kam scheren is inderdaad gewoon onmogelijk”, zegt ook Joseph De Coene, een rasechte Kortrijkzaan wiens vader nog directeur was van de bekende meubelfabriek De Coene. Na meer dan 30 jaar van omzwervingen in onder andere Brazilië begon hij vorig jaar als opzichter van het doortrekkersterrein voor de dienst Welzijn van de stad.

Een man van de wereld die over een gezonde dosis zelfrelativering en humor beschikt. En dat is nodig. “De Roma bijvoorbeeld (een type reizigers die vooral afkomstig zijn van Indische volkeren, red.) moet je soms wel zes keer herinneren aan hun vertrekdatum en tijd. Anders staan ze er een week later nog”, lacht Joseph. “Die mensen hebben een heel andere cultuur en manier van leven. De vrouwen schrobben de caravan soms twee keer per dag van boven tot onder en de mannen leven vooral van het opkopen en verkopen van oude wagens. De bedrijven in de buurt zijn daar trouwens erg blij mee, zij geraken makkelijk van hun oude wagens af. Mooi meegenomen dus voor onze economie.”

Heisa rond doortrekkersterrein:
© AN

De reizigers die bij Joseph langskomen betalen 8 euro per caravan en 200 euro borg. In totaal kunnen er op het doortrekkersterrein ongeveer 20 caravans, goed voor een 100-tal mensen terecht. Reserveren is aangeraden, want er zijn zelden plaatsjes vrij. “Er is een groot tekort aan terreinen”, vertelt de opzichter. “Binnenkort komt er een bij in Antwerpen, maar dat is niet genoeg.”

Minder administratie

Daar zitten vooroordelen volgens Joseph zeker voor iets tussen. “Als mijn collega’s van de technische dienst bijvoorbeeld hier iets moeten komen herstellen, vragen ze mij soms om hen niet alleen te laten. Want ‘je weet maar nooit’, hé. Nochtans, ik werk hier bijna een jaar en in al die tijd is de politie hier één keer geweest. Voor een klacht over geluidsoverlast die al voorbij was toen ze arriveerden. Wat veel mensen met de nodige minachting ‘zigeuners’ noemen, zijn gewoon mensen als u en ik”, gaat hij verder. “Het is een trots volk, met hun eigen cultuur. Maar soms vraag ik mij af wie slimmer is. Wij, die om de drie jaar per se een nieuwe keuken willen. Of de reizigers die ik hier voorbij zie komen. Die werken tot ze weer even vooruit kunnen en dan de wijde wereld in trekken.”

De verlenging van de maximale verblijfsduur juicht Joseph toe. “Ik geef aan de politie altijd elke nummerplaat door van elke wagen op het terrein. Ook alle identiteitskaarten worden gecontroleerd. Dat is een pak administratie. Nu ik die maar om de drie weken hoef te doen in plaats van om de twee, kan ik veel beter het overzicht bewaren”, besluit hij.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.