Griet Langedock: “Gent-Wevelgem is en blijft een koers van het volk”

Axel Vandenheede

Wie de wielerklassieker Gent-Wevelgem zegt, zegt meteen Bernard en Griet Langedock. Vader en dochter nemen al vele jaren het secretariaat voor hun rekening en zorgden er mee voor dat Saint-Vélo is uitgegroeid tot een topwedstrijd. “Gent-Wevelgem is een van dé negen topkoersen van de wereld”, vertelt Griet, die naar eigen zeggen heeft geleerd om van de koers te houden. “Nu is het zelfs zo dat een leuke zondag in de winter erin bestaat om met het hele gezin naar het veldrijden te kijken.”

Als tiener en prille twintiger was het niet de bedoeling van Griet Langedock (40) om in de wielerwereld te gaan werken. “Ik ben erin gerold door mijn vader die samen met Luc Gheysens Gent-Wevelgem redde”, legt ze uit. “Want zowat 25 jaar geleden was deze koers virtueel failliet. Luc en mijn pa hebben zich toen persoonlijk borg gesteld en hebben Gent-Wevelgem geleidelijk in ere hersteld. Als secretaris van organisator ‘t Vliegend Wiel had mijn vader veel werk en zo kreeg ik af en toe een taakje.”

Intussen ben je al 15 jaar intensief bezig met de organisatie van Gent-Wevelgem?

“Ik werkte toen bij Hilti als verkoopster van pluggen tot boormachines en breekhamers. Maar je weet hoe dat gaat: aannemers laten hun gepensioneerde vader een kapotte boormachine brengen en die vragen aan jou om die uit de koffer te halen omdat die te zwaar is. Let op, ik deed dat met plezier. Maar tijdens mijn eerste zwangerschap was dat minder vanzelfsprekend. Ik kwam zo al op 20 weken thuis te zitten en daardoor had ik wat meer tijd om mijn vader te helpen.”

Gent-Wevelgem is in die lange periode uitgegroeid tot een absolute klassieker…

(pikt in) “De organisatie vergelijken met toen, dat kan niet. Het budget is meer dan vertienvoudigd, we spreken nu over anderhalf miljoen euro. Van één koers gingen we naar zeven wedstrijden. Het vipgebeuren is ook enorm geëvolueerd: vroeger was er enkel een receptie voor genodigden, nu bestaan er tal van formules.”

Kortom, je kan je er fulltime mee bezighouden?

“Nee, want ik ben al die tijd blijven werken. Tot vorig jaar werkte ik bij Matexi in Waregem. Onder andere als event manager. (lachje) Ze wisten daar dat ik in de organisatie van Gent-Wevelgem zat en de zaak was zo snel beklonken. Op 1 januari heb ik een andere uitdaging aangenomen: ik ben Levensloopcoördinator bij de Stichting tegen Kanker. Een job die ik ook met veel goesting uitoefen.”

Je dagen zijn met andere woorden goed gevuld?

“Op professioneel vlak heb ik diversiteit nodig: ‘s ochtends een meeting over de koers, ‘s middags een overleg bij Stichting tegen Kanker, ‘s avonds een oproep beantwoorden en me haasten naar de kazerne om uit te rukken. Ik ben ook lid van de commissie vrouwenwielrennen van Belgian Cycling en dat alles combineer ik met het moederschap.”

Griet Langedock:
© Maxime Petit

Hoe bevalt het je bij de brandweer van Wevelgem?

“Ik voel me er voor de volle honderd procent thuis. Ik ben in de voetsporen getreden van mijn grootvader en vader, die beiden ook nog lang vrijwillig brandweerman zijn geweest. Als klein meisje ging ik regelmatig mee met mijn vader, want dat boeide me enorm.”

Hoe is het om in een mannenbastion je plaats op te eisen?

Ik ben de enige vrouw, maar ik ben wel een van de mannen om het zo te zeggen. En dan te weten dat vrouwen heel lang niet bij de brandweer actief mochten zijn. Pas eind de jaren 1990 heeft de gemeente Wevelgem het reglement aangepast. ‘Waarom waag je je kans niet?’ vroeg mijn vader korte tijd later. Ik slaagde in de tests en sinds 1 december 1999 ben ik vrijwilliger bij de Wevelgemse brandweer. Intussen zit het pompier zijn in mijn bloed.”

Je bent korporaal in het korps. Kriebelt het om nog hogerop te raken?

“Ik heb de ambitie om de cursus sergeant te volgen. Maar we zien wel.”

Heb je ooit de ambitie gehad om beroepsbrandweervrouw te worden?

“Eigenlijk wel. Ik heb me ooit kandidaat gesteld bij de beroepsbrandweer van Kortrijk. Maar toen ik op medische controle moest, was ik acht maanden zwanger. De arts zei me toen dat ik de week nadien geen fysieke tests kon afleggen. Niet meer dan logisch natuurlijk. Daarna heb ik mijn droom opgeborgen, ook al omdat ik toen heb ondervonden dat ze in Kortrijk niet stonden te springen om brandweervrouwen aan te nemen.”

“Ik kreeg de wielersport niet met de paplepel binnen, maar ik heb ervan leren houden”

Heb je als brandweervrouw nooit schrik tijdens een interventie?

“Ik zou het niet zo willen noemen. Je bent gewoon heel alert. Als je vertrekt, wil je dat je met je volledige ploeg terugkeert. Vooral bij interventies op de snelweg is het noodzakelijk om enorm goed op te letten. Als het verkeer stilstaat, valt het mee. Maar als er doorgaand verkeer mogelijk is, dan is het echt gevaarlijk…”

Hoe zit het met branden in gebouwen?

“Die zijn vandaag veel gevaarlijk dan pakweg tien jaar geleden. Dan komt door de manier waarop de huizen gebouwd worden, maar ook door wat er allemaal in die huizen aanwezig was. Wat betreft het eerste wordt er veel meer isolatie gebruikt, is de compartimentering veranderd in vergelijking met vroeger, enzovoort. Qua meubelen en gebruiksvoorwerpen, velen zijn gemaakt uit petroleumhoudende materialen. Dat maakt brandbestrijding extra moeilijk én gevaarlijk.”

Opleiding en bijscholing zijn met andere woorden heel belangrijk?

“Zeker! Wij oefenen als brandweerlieden veel uren per jaar, onder meer in de oefencontainer, waarin je opleiding krijgt. Daar leer je een brand in te schatten. In welke fase is de brand? Kan die nog worden bestreden? Of dreigt er een flashover (fenomeen waarbij een rooklaag zelf ontvlamt, red.) en moet je zo snel mogelijk weg? Het is allemaal van levensbelang.”

Je spreekt met passie over de brandweer. Die kreeg je met de paplepel binnen. Geldt hetzelfde voor de koers?

“Neen. Dat is wel het geval voor organiseren, iets waarin mijn vader ontzettend sterk is. Ik heb als het ware leren houden van de koers. Intussen ben ik er ook wel door gepassioneerd. Op een zondag in de winter, bijvoorbeeld, doen we met het gezin niets liever dan naar het veldrijden kijken. Dat is altijd een gezellige bedoening.”

Griet Langedock:
© Maxime Petit

“Ik heb een dubbel gevoel bij de Leie: als brandweervrouw heb ik er al te vaak lichamen uit moeten halen”

Hoe is het trouwens om in de organisatie van Gent-Wevelgem voortdurend samen te werken met je vader?

“Ik moet toegeven dat dit niet altijd eenvoudig is, maar we vormen wel een goed team. Wat ik bewonder aan mijn pa is dat hij enorm oplossingsgericht kan denken. Als er zich een probleem voordoet, kan hij dat aanpakken. Vaak door zijn vele contacten aan te spreken die hij in die meer dan 20 jaar als secretaris heeft opgebouwd. Zijn netwerk is voor Gent-Wevelgem van onschatbare waarde.”

Hoe is het om mee aan het roer te staan van een van de belangrijkste voorjaarsklassiekers?

“Gent-Wevelgem is een van de negen eendaagse topkoersen van de wereld. In Vlaanderen is er nog één andere: de Ronde van Vlaanderen. Hoger kunnen we dus niet mikken, dus is het zaak om onze status vast te houden. Dat is verre van makkelijk, want de concurrentie is bikkelhard.”

Het leuke is wel dat het nog altijd een wielerwedstrijd voor iedereen is.

“Hoe groot Gent-Wevelgem ook is, het blijft een koers van het volk. Net als elke wielerwedstrijd. Het leuke is dat je je helden van dichtbij ziet passeren. Van welke andere grote sport kan je dat zeggen? Topvoetballers, bijvoorbeeld, worden afgeschermd. Ze komen uit een tunnel het veld op en verdwijnen er na de match weer in. De koers is en blijft een volks gebeuren.”

Tot slot: je bent een van onze Madammen van de Leie. Wat is je band met de Leie?

Als ik ga lopen, dan doe ik dat het liefst langs de Leie: het is daar mooi en rustig. Toch heb ik een dubbel gevoel bij deze rivier. Als brandweervrouw heb ik al te vaak lichamen uit de Leie moeten halen.”

Griet Langedock heeft een relatie met Tom Iliano, commissaris bij de Oost-Vlaamse wegpolitie. Er zijn vier kinderen: Marie, Emma, Victor en Louis. Het gezin woont in de Roodbaardstraat in Wevelgem. Sinds 1 januari is Griet aan de slag bij de Stichting tegen Kanker. “Hobby’s? Eigenlijk heb ik daar geen tijd voor”, zegt ze lachend.

Wevelgem

“Ik heb een heel sterke band met Wevelgem. Als ik voor mijn werk twee jaar naar China of Australië zou moeten verhuizen, zou dat geen probleem zijn. Maar als ik in België blijf, kies ik voor Wevelgem als woonplaats. Ik amuseer me hier enorm. Bovendien is de snelweg vlakbij. Ik kan me niet voorstellen dat ik ergens woon en eerst een kwartier moet rijden voor ik de snelweg op kan.”

Shoppen

“Het zal misschien vreemd klinken, maar ik ga niet graag shoppen. Totaal niet. Je kunt me dus geen plezier doen door me te vragen om een dagje te gaan shoppen. Als ik nieuwe kleren nodig heb, ga ik steevast naar dezelfde winkel: Tischa in Wevelgem. Daar vind ik mijn goesting en weten ze ook wat ik mooi vind. Na een uurtje heb ik het dan wel gehad. (lachje) Dat ik niet graag shop, wil echter niet zeggen dat ik weinig kleren heb. Mijn kleerkast zit goed vol, net als mijn schoenenkast trouwens.”

Relax

“Ik kom tot rust als ik tussen de mensen kan zijn. Daar haal ik mijn energie uit. Of dat nu op een wielerwedstrijd, bij de collega’s van de brandweer of tijdens een avondje op café is, het maakt niet uit.”

Lekker

“Wevelgem telt enkele mooie brasserieën, ik denk aan café Passé aan de luchthaven. Maar het mag nog wel iets meer zijn wat betreft leuke omgevingen waar je iets kunt gaan eten. Wevelgem mist een plein. Ik denk dat de huidige site van het zwembad wel mogelijkheden biedt als het nieuwe zwembad wat verderop zal openen. Iets gaan drinken doen we meestal in café ‘t Bankske. Ik sta ook regelmatig aan de toog in de brandweerkazerne, na een oefening of na een interventie. Dat is soms nodig: wat je meemaakte moet je daar verwerken, zodat je met een leeg hoofd naar huis kan terugkeren.”

Verborgen pareltje

“Het Leiebos is een prachtige omgeving om in te wandelen of te lopen. Het is er rustig, zo vlakbij de dode Leie.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.