Fangio Hoorelbeke uit Roeselare heeft een boontje voor de fiets: “Gezonde concurrentie met heel veel respect”

Peter Soete

Fangio Hoorelbeke is een minzaam man. Een man die van mensen houdt en ook graag jongeren begeleidt op hun zoektocht. Het maakt van hem een geknipte schooldirecteur van het MSKA-directieteam in Roeselare én begeleider bij Jonge Renners Roeselare.

Je pa of je ma moeten Formule 1-fans geweest zijn om je zo’n mythische voornaam te geven?

Fangio Hoorelbeke : “Neen, helemaal niet. Het waren wel ongelooflijke wielerfans en vooral mijn ma was fan van profrenner Guido Reybrouck. Toen Guido zijn zoontje de voornaam Fangio gaf, wisten mijn ouders meteen welke voornaam zij hun zoon zouden geven. Misschien was Guido Reybrouck fan van de legendarische Argentijnse F1-piloot Juan Manuel Fangio maar mijn ouders niet. En het klopt, ik heb die vraag al heel veel gekregen ( lacht ).”

Jij bent geen geboren en getogen Roeselarenaar?

“Neen, ik groeide op in Langemark en volgde het middelbaar in Ieper. Het is de liefde die me naar Roeselare heeft gebracht. Ondertussen zijn mijn vrouw en ik 26 jaar gehuwd en jammer genoeg hebben we ons jubileum wegens corona niet kunnen vieren.”

Wist je al van jongs af dat er een onderwijscarrière zou volgen?

“Eigenlijk wel, dat liep als een rode draad door mijn jeugd. Enkel in het zesde middelbaar heb ik even getwijfeld tussen onderwijs en journalistiek. Ik heb dan toch heel bewust voor het onderwijs gekozen maar ik was toen ook medewerker voor het Wekelijks Nieuws. Zo kon ik eveneens een beetje journalistiek doen.”

En de eerste stappen in het onderwijs zette je in Diksmuide?

“Ik ben daar vijftien jaar leerkracht in het lager onderwijs geweest. Ik heb in die periode ook een tweejarige directiecursus en een cursus schoolmanagement gevolgd en ben dan zes jaar directeur geweest van een basisschool in De Panne. In 2012 werd ik directeur in Roeselare: eerst in MSKA Groenestraat waar ze afdelingen TSO en BSO hebben en na drie jaar verkaste ik naar MSKA Tant waar er richtingen ASO, TSO en KSO zijn. Ik heb dus alle echelons doorlopen die mogelijk zijn.”

Vroeger was er een ongelooflijke strijd tussen katholiek en gemeenschapsonderwijs. Is deze periode definitief voorbij?

“Dat denk ik wel. Vroeger gunden beide netten elkaar niet veel maar op het terrein merkte je daar als leerkracht niet veel van. Als je voor de klas staat, zorg je voor je leerlingen en hou je je niet bezig met andere zaken. Er is nu een gezonde concurrentie tussen het vrij en het gemeenschapsonderwijs maar met veel wederzijds respect voor elkaars eigenheid. Ik ken trouwens veel collega’s waarmee ik het goed doe. Neen, met een schoolstrijd zullen we ons niet meer bezig houden. Dat is verloren energie.”

Het gemeenschapsonderwijs in Roeselare heeft zich de laatste jaren ook mooi kunnen profileren?

“We zijn zeer tevreden met de samenwerking met Roeselaarse verenigingen en vooral met het Roeselaarse stadsbestuur. We hebben onze verdiende plaats gekregen in het Roeselaarse onderwijsveld en het stadsbestuur waardeert ons en voert een open communicatie met ons. Wij proberen dan ook altijd bij te dragen tot het slagen van activiteiten en gebeurtenissen waarbij de stad hulp kan gebruiken.”

Jullie programmeren ook speciale opties in de verschillende richtingen?

“We zijn inderdaad enkele jaren geleden gestart met de optie wielrennen en daar zijn de opties dans en voetbal bijgekomen. Wij bieden een koppeling aan tussen volwaardige studierichtingen en doorgedreven ontwikkelingen van een hobby die misschien een beroep kan komen. Die combinaties zorgen voor gelukkige leerlingen én een goed studieklimaat. In Roeselare zijn heel veel scholen met veel verschillende richtingen. Wij proberen unieke zaken te programmeren met professionele begeleiders. En dat werkt want we ontvangen zelfs leerlingen uit andere provincies.”

Het was geen toeval dat wielrennen als eerste optie werd gekozen?

“Neen inderdaad, wielrennen is mijn kindje ( lacht ). In mijn jeugd mocht ik dan wel geen competitie rijden van mijn ouders maar ik kreeg wel een koersfiets en was vanaf mijn vijftiende lid van een wielertoeristenploeg. Ook mijn zoon Ynse is verzot op wielrennen en wilde al van zijn tiende wedstrijden rijden. Ik heb het een paar jaar kunnen afremmen maar dan werd hij lid van Jonge Renners Roeselare. Daar neem ik trouwens ook verantwoordelijkheid op om die jonge sporters te begeleiden. En ik ben ook voorzitter van de vzw Wielerpiste Defraeye-Sercu. Dat is mijns inziens de mooiste buitenpiste van het land. Het is een 166 meter grote piste wat de kleinste officiële UCI-afmetingen zijn en het is een technisch zeer moeilijke piste met enorm steile bochten.”

Je bent zelfs al op fietsreis geweest met je kinderen?

“Met Yinse heb ik twee jaar geleden in de Alpen gefietst en verleden zomer heb ik met Febe België doorkruist. We zijn gestart in De Panne en hebben tot Virton gefietst. Zowel met Ynse als met Febe was het een topvakantie.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.