Celina mag op Kerstmis 100 kaarsjes uitblazen: “Met elf kinderen was het hier vaak enorm druk”

Celina, hier samen met haar dochters Anette en Katelijn: “Voor haar verjaardag dronk mama met plezier nog een glaasje bubbels mee.” © AVH
Arno Van Haverbeke
Arno Van Haverbeke Medewerker KW

Kerstmis is voor Celina Declerck uit Sint-Joris al honderd jaar lang dubbel feest. De kranige dame viert woensdag haar honderdste verjaardag in bijzijn van haar kinderen. Samen vormen ze een grote groep, want Celina en haar man George De Vlieger kregen twaalf kinderen. We gingen bij haar op de koffie.

De moeder van twaalf kinderen woont nog altijd thuis en kookt nog haar eigen potje. “Zo blijf ik bezig, ik probeer nog zoveel mogelijk te bewegen”, vertelt ze. “In de zomer vind je ze steevast terug in haar moestuin, waar ze nog altijd helpt wieden”, pikt schoonzoon Ronny Decorte in. “En ze heeft bovendien nog een heel sociaal leven”, gaat dochter Anette De Vlieger verder. Nu ze jarig is geweest, heeft ze opnieuw gevraagd om volgende zaterdag een verjaardagsfeest te organiseren voor alle buren. We zullen zelfs opnieuw een tent moeten buitenzetten.”

Fan van Rodenbach

Ook op buurtfeesten kan je Celina nog steeds verwachten. “Sterker nog, als wij naar huis gaan, wil mama steevast nog een beetje blijven. Tegen een Rodenbach zegt ze zeker geen neen. En voor haar verjaardag dronk ze met plezier nog een glaasje bubbels mee”, lacht dochter Katelijn De Vlieger.

Celina was lang getrouwd met George De Vlieger, die dertien jaar geleden overleed. “Ook hij was overal bekend”, vertelt Anette. “Hij was timmerman, en heel sociaal. Samen kregen ze twaalf kinderen, waarvan er eentje het leven liet na tien dagen. Toen gebeurde dat nog wel vaker”, vertelt ze. “Omdat het nog maar zo jong was, viel dat afscheid minder zwaar”, reageert Celina. “En gelukkig kregen we nadien nog elf andere kinderen. In totaal kreeg ik zeven zonen en vijf dochters.”

Het oudste kind van Celina is inmiddels 75, haar jongste is 59. “Ik liet me niet doen door die elf kinderen. Als ik te braaf was, reden ze met me rond. Maar ze wisten heel goed dat ze dat niet moesten doen, lacht Celina. “We waren ook allemaal verschillend hé mama”, reageert Katelijn. “Dat zeker, maar wel allemaal van dezelfde vader!”, lacht Celina.

Celina woont nog altijd thuis en kookt nog haar eigen potje

Bij haar thuis in Sint-Joris, waar ze sinds 1948 woont, was het dan ook altijd gezellig druk. “Met elf kinderen was ik altijd wel in de weer. Om voor hen te koken, moest ik op zoek naar grotere kookpotten”, vertelt de honderdjarige. “We moesten aardappels schillen per emmer”, zegt Katelijn. “En dat eten kweekten we zelf. We hadden een varkentje, kippen, konijnen en een enorme moestuin.” In hun huisje in Sint-Joris sliepen de elf kinderen lang op een kamer. “Die kamer lag vol matrassen. Natuurlijk lag degene die laatst thuiskwam altijd helemaal achterin de kamer, die moest over alle anderen stappen. Later werden we verdeeld over vier kamers”, vertelt Anette.

Oorlog meegemaakt

Celina heeft haar hele leven lang gewerkt, ook voor ze kinderen kreeg. “Op twaalfjarige leeftijd ging ik helpen met de bietenoogst. Later werd mijn stiefvader opgeëist door de Duitsers, en aangezien ik als een van de weinige kon lezen en schrijven, moest ik mee om te communiceren met het thuisfront. Ik mocht er bij een bakker werken. Ik herinner me nog goed dat hij ons op een avond eens toegaf dat hij helemaal niet geloofde in de oorlog. We zullen nooit winnen. Die grote leider was beter in de vaart gesprongen, zei die man tegen ons.” Na de oorlog ging Celina aan de slag bij de Lys in Gent. “Ik maakte die verplaatsing telkens vanuit Ichtegem naar Gent, maar wij deden dat graag. Daar ontmoette ik ook mijn man, waarna we in Sint-Joris kwamen wonen.”

Nooit naar rusthuis

De honderdjarige hoopt nog lang thuis te kunnen wonen. Naar een rusthuis wil ze absoluut niet. “Nooit, geef me dan maar een pilletje. Wens me maar een goeie gezondheid, dat is het belangrijkste”, vertelt ze.

Elk jaar organiseert de familie een reünie met alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. “Samen zijn we met 75”, vertelt schoonzoon Ronny. “Te veel voor haar woonkamer dus. We komen elk jaar samen in een zaaltje in Sint-Joris. Dat is steevast een leuke dag en daar geniet ze met volle teugen van.”

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content