Raymonde Declercq neemt afscheid van Bijzonder Comité Sociale Dienst: “Zo’n 400.000 dossiers in 22 jaar”

foto EFO
Edwin Fontaine
Edwin Fontaine Medewerker KW

Raymonde Declercq geeft de fakkel door als politica. Ze is een van de socialistische anciens en blikt tevreden terug. “De afschaffing van het gezinsondersteunend budget was geen goede zaak.”

“Ik was in mijn jeugd actief bij de Rode Valken, de socialistische jeugdbeweging en werkte daar met jongeren die niet uit begoede gezinnen kwamen”, zegt Raymonde Declercq (69). “Eind jaren 70 werd ik actief bij de Jongsocialisten en werkte achter de schermen mee aan verkiezingen. Ik studeerde en ging professioneel aan de slag als directiesecretaresse in het Ensorinstituut. Daar was ik ook betrokken bij begeleiding van leerlingen die het moeilijker hadden. Ik was er ook vakbondsafgevaardigde en had zo contact met Franky De Block en Jean Vandecasteele. Ik ben eigenlijk in de politiek gerold en nam in 1994 voor het eerst deel aan de verkiezingen. Ik had nooit gedacht dat ik verkozen zou raken. We haalden toen 12 zetels, vooral door het goede resultaat van Johan Vande Lanotte, Jean en Franky.” Ze zetelde tot 2000. “Maar de gemeenteraad was mijn ding niet. De sociale thema’s zaten bij het OCMW en ik liet de partij weten dat ik liever daar actief wou zijn.”

In 2000 behaalde de sp.a de absolute meerderheid en vertrok Declercq definitief naar het OCMW. Ze noemt het haar mooiste politieke jaren en werd eind 2012 gedurende enkele maanden de eerste vrouwelijke voorzitter van het OCMW. “We hebben er goed politiek werk kunnen leveren. Het waren ook de jaren van Franky De Block die een ongelofelijke manier had om met mensen samen te werken. We hebben harde discussies gehad maar met argumenten kon je hem overtuigen. Zodra we een akkoord hadden, gingen we ervoor. Met resultaten voor de mensen. Zo bestond er geen dienst schuldbegeleiding. We hebben die toen opgericht. Vandaag kan men zich niet meer voorstellen dat er een OCMW zou zijn zonder zo’n dienst. Ook de manier waarop dossiers behandeld worden, werd toen geïntroduceerd. Het wordt tot op vandaag gebruikt. Een belangrijke realisatie was ook de creatie van een budget van 300.000 euro per jaar om gezinnen/cliënten van het OCMW te ondersteunen. Daardoor konden gezinnen met kinderen schoolbenodigdheden of een buggy kopen en waren ze niet afhankelijk van het bedelen bij de maatschappelijk werker. Dat budget is nu afgeschaft en in één grote pot gegooid. Het wordt beslist door de maatschappelijk werker en komt niet meer ter controle op het comité. Dat houdt een gevaar in want de lijn is zoek. Soms wordt er wel ‘accidentele’ steun toegekend en de andere keer niet.”

De integratie van het OCMW in de stad is geen goede zaak

De Bolle

Raymonde zat ook in de beheerraad van De Bolle, waar geplaatste jongeren werden opgevangen. “Ik was er met voorsprong de jongste. De oprichters hadden fantastisch werk geleverd maar de instelling moest mee met zijn tijd. De wetgeving naar omkadering en begeleiding veranderde en ik wist dat het niet goed zou aflopen als we niet ingrepen. Ik wist dat het OCMW die ervaring wel had met begeleidingstehuis De Brem. Ik heb ervoor moeten vechten maar De Bolle werd geïntegreerd in de werking van het OCMW. In die zin is de integratie van het OCMW in de stad geen goede zaak. Vroeger was er tweemaandelijks een overleg waarbij de raadsleden de zaken van De Brem en De Bolle opvolgden en er mee over nadachten. Dat is afgeschaft en alles wordt nu ambtelijk geregeld. Er is te weinig controle. Dat geldt trouwens ook voor de woonzorgcentra.”

Geen schoonmoeder

Raymonde Declercq blikt tevreden terug op haar mandaat in het OCMW (later Bijzonder Comité Sociale Dienst). “De laatste 3,5 jaar was dat inderdaad in de oppositie. Maar dat is niet het belangrijkste in dat comité waar je beslist over steun en begeleiding van mensen. Het is de slechtste plaats om aan partijpolitiek te doen. In die 22 jaar heb ik 400.000 dossiers gelezen en ik weet waarover ik praat. Mijn suggesties in het comité worden trouwens door de nieuwe meerderheid meestal gevolgd.”

De politica neemt bewust nu een stap terug: “Ik heb in 2019 gezegd dat ik halfweg zou stoppen. De kans moet gegeven worden aan nieuwe en jonge mensen zodat ze zich kunnen inwerken tegen de verkiezingen van 2024. Ik ben ter beschikking als ze raad vragen, maar zal geen schoonmoeder spelen.”

Raymonde blijft secretaris in Godtschalck en S-Plus en zal zich meer bezig houden met haar kinderen en kleinkinderen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.