Identiteitskaart kost het minst in West-Vlaanderen, maar verschillen tussen gemeenten zijn groot: van 0 tot 26 euro

In de ene gemeente betaal je meer voor een nieuwe identiteitskaart dan in de andere.©NICOLAS MAETERLINCK BELGA
In de ene gemeente betaal je meer voor een nieuwe identiteitskaart dan in de andere.©NICOLAS MAETERLINCK BELGA
Kjenta Vangampelaere
Kjenta Vangampelaere Medewerker KW

West-Vlamingen betalen het minst voor hun identiteitskaart. Toch bestaan er grote prijsverschillen tussen de gemeenten: van helemaal gratis tot 26 euro. Ook de prijs voor de Kids-ID varieert sterk. Dat komt omdat iedere gemeenteraad zelf mag beslissen over de prijs van identiteitsdocumenten.

Identiteitsbewijzen zijn bij wet verplicht en iedereen ouder dan vijftien jaar moet er altijd een op zak hebben. Bovendien moet je je identiteitskaart om de tien jaar vernieuwen. Dat is het goedkoopst bij ons: zowel de gewone identiteitskaart (gemiddeld 18,29 euro) als de Kids-ID (gemiddeld 6,54 euro) kost het minst in West-Vlaanderen. Al zijn de verschillen met andere provincies miniem.

De grootste verschillen zien we tussen de gemeenten onderling. Zo betaal je in Dentergem 26 euro voor een identiteitskaart. De gemeente is daarmee koploper in West-Vlaanderen en de op twee na duurste in Vlaanderen, na Dilbeek en Ternat. In Roeselare, Staden en Ardooie betaal je als burger dan weer helemaal niks voor je identiteitskaart.

Ook voor een Kids-ID, voor inwoners jonger dan twaalf jaar, moet je in deze drie gemeenten niks betalen. Ook De Panne, Pittem en Moorslede bieden dit identiteitsbewijs voor kinderen gratis aan. De duurste gemeenten zijn hier Menen en Oostrozebeke, die 10 euro vragen. Volgens Nathalie Debast van de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vloeien de verschillen qua prijs in de identiteitsdocumenten voort uit de politieke en fiscale autonomie van gemeenten.

“Gemeenten hebben een gemeenteraad die het recht heeft om eigen beslissingen te nemen, binnen de grenzen van het wettelijk kader. Uiteraard impliceert dat ook verschillen. Identiteitskaarten worden aangevraagd bij de gemeente, maar niet door de gemeente aangemaakt. De aanmaakkosten voor dergelijke documenten worden door de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken gefactureerd aan de gemeenten. De gemeenten rekenen die kost vervolgens door aan de burger. Ze kunnen daar bovenop nog een kleine kost vragen voor de dienstverlening.”

Vaak komt het aanrekenen van een bepaalde vergoeding neer op een – deels ideologische – keuze. “Als gemeenten gratis een identiteitskaart beschikbaar stellen, dan neemt de gemeente de kost van de overheid op zich”, verduidelijkt Nathalie Debast. “Maar dan zal ze die uitgaven dekken met de meer algemene inkomsten. De hele gemeenschap betaalt dus voor de dienstverlening, en niet enkel de aanvragers van een nieuwe identiteitskaart.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.