“Dat grote steden zoals Antwerpen in deze tijden cadeautjes krijgen, maakt mij woest.” Kristof Audenaert en Torhout trekken daarom – samen met andere steden – naar de Raad van State. Dat er binnen CD&V meer en meer gemor klinkt over de regering-De Wever, is geen geheim meer. In gesprek met deze krant schudt Audenaert ook zijn eigen partij wakker.
Bij de buitenwereld zal zijn naam nog geen belletje doen rinkelen, maar binnen CD&V is Kristof Audenaert al langer een gewaardeerde stem van het platteland. In juni zal de 42-jarige ex-cabinetard tien jaar aan het roer van Torhout staan – een stad met ruim 21.000 inwoners. “Het is niet te geloven dat dat al tien jaar is”, zegt de poulain van Hilde Crevits, terwijl hij een koffietje inschenkt in het glazen stadskantoor. Voor hem op tafel ligt een A4’tje met enkele krabbels. “Je ziet: geen debatfiches, zoals afgesproken.” Hij lacht.
Audenaert is bovendien de enige West-Vlaming in het dagelijks bestuur van de VVSG, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Insteken genoeg dus voor zijn eerste grote interview met deze krant. Beginnen doen we met de historische beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd die op 1 januari van dit jaar in voege trad.
Vertel, meneer Audenaert: zullen de lokale besturen overspoeld worden met aanvragen voor een leefloon, zoals de VVSG vreesde?
“Wij tellen voorlopig vier extra aanmeldingen, dus nu nog niet. Maar het is te vroeg om conclusies te trekken: experts verwachten dat de toestroom in schijven zal komen. Tegen de zomer kan het beeld anders zijn. Wij hebben alvast een extra maatschappelijk assistent aangeworven om hierop voorbereid te zijn.”
Uit de eerste cijfers blijkt dat een op vier aanklopt bij het OCMW.
“Men verwacht dat dat zal stijgen naar een derde. Een ander deel zal aan het werk gaan – dat is het goede nieuws – en een laatste deel zal, vrees ik, uit beeld verdwijnen. Wie een leefloon wil, moet immers meewerken aan een grondig onderzoek van het Sociaal Huis. Dat betekent dat mensen een inkijk in hun privacy moeten geven. Niet iedereen wil of durft dat te doen. Maar begrijp me niet verkeerd: ik vind de maatregel op zich zeer goed. De regering had dat al veel eerder moeten doen.”
“Ofwel help je iedereen, ofwel help je niemand. Als Torhout de oplopende pensioenfactuur moet voelen, dan ook Antwerpen”
Dreigen we niet nog meer mensen in armoede te duwen?
“Dat weet ik niet. Maar het is toch nooit oké om iemand die kan werken, levenslang een uitkering te geven? Dat is onverantwoord beleid. Wij waren wereldwijd het laatste land waar dat mogelijk was. Wat ik betreur, is dat het weer de lokale besturen zijn die moeten opdraaien voor de kosten. Dat is ook wat de VVSG aanklaagt.”
De federale regering voorziet toch een stevige compensatie?
“Een tijdelijke compensatie om bijvoorbeeld een extra assistent aan te werven. Na een jaar – of hoelang is het? – verdwijnen deze middelen, terwijl onze kosten wel op hetzelfde niveau blijven. Dat is iets waar ik mij vaker aan erger. Federaal beslist iets, maar de lokale besturen krijgen de financiële gevolgen in hun bak. We zien dat ook bij de politie. Door een gebrek aan mankracht trekt de federale politie zich meer en meer terug, waardoor zware technische dossiers over bitcoins en internationale drugshandel bij de lokale terechtkomen.”
Bent u over het algemeen tevreden met het beleid van de federale regering van premier Bart De Wever (N-VA)?
“De hervormingen juich ik toe. Die zijn broodnodig. Voor de besparingen heb ik alle begrip. Maar wat ik dan niet begrijp … (wikt zijn woorden) De échte bom boven de lokale besturen is de oplopende pensioenfactuur, veel meer dan de extra leeflonen. Maar wat lees je dan in het regeerakkoord? Dat grootsteden met meer dan 100.000 inwoners 50 procent van deze pensioenkosten terugbetaald krijgen. (feller) En hoeveel krijgen de andere steden? Nougatbollen! Dat toont heel concreet aan hoe deze regering redeneert. Bart De Wever waant zich nog altijd vooral burgemeester van Antwerpen. Wij hebben daarom besloten naar de Raad van State te trekken, en wij niet alleen. We gaan dat doen met verschillende andere steden, waaronder Genk.”
Dat is nieuws. Wat wil u daar bereiken?
“Deze discriminatie aanklagen en terugschroeven. Beleid moet fair zijn. Ofwel help je iedereen, ofwel help je niemand. Als Torhout de oplopende factuur moet voelen, dan ook Antwerpen. (op dreef) Vanwaar komt die grens van 100.000 inwoners? Waarop is die gebaseerd? Ik heb daar totaal geen begrip voor. Meer zelfs, dat grote steden zoals Antwerpen in deze tijden cadeautjes krijgen, maakt mij woest. De N-VA doet niets liever dan subsidies aan te klagen, maar wie is de grootste subsidieslurper? De stad Antwerpen. Ik wil hier geen Calimero spelen, maar dat is geen eerlijk beleid.”
“Dat de partij begon te dreigen met de deontologische commissie tegen Pieter De Crem, vond ik niet oké. Dat had anders opgelost kunnen worden”
Ook uw partij laat zo’n maatregel passeren?
“Dat is zo en ik betreur dat. De partij zou eindelijk wat meer aandacht mogen hebben voor landelijk Vlaanderen. Het gaat niet alleen over de pensioenfactuur, hé. Het gaat ook over publieke dienstverlening die heel de tijd afgebouwd wordt in kleinere steden: treinstations, ziekenhuizen, enzovoort. Wij zeggen wel dat we dat niet willen, maar we maken zelden een vuist. Terwijl Gent een luxueus nieuw station krijgt, moeten wij smeken om een fietsenstalling. De dominante idee van hoe groter, hoe beter, ik krijg daar de krul van. Waarom zouden onze ziekenhuizen slechter werk leveren dan ziekenhuizen in grote steden? En toch mag Frank Vandenbroucke (Vooruit) elke week opnieuw die indruk wekken.” (lees verder onder de foto)

Over krullen gesproken. Is het vertrek van uw ex-collega uit Aalter Pieter De Crem al verteerd?
“Dat was een woelig moment. Mja…” (zwijgt)
“Jammer”, schreef u op Facebook.
“Dat was ook jammer. Er zijn fouten gemaakt langs beide kanten, vind ik. Migratie is een thema dat heel hard leeft onder de bevolking, ook hier in Torhout. Je moet dat niet onder de mat willen schuiven, integendeel.”
Had u De Crem aan boord gehouden?
“Jawel. Hij heeft dingen gedaan die niet wettelijk waren (discriminatie van mensen met een vreemde familienaam bij het inschrijvingsbeleid, red.), en dat had hij moeten rechttrekken. Maar dat de partij begon te dreigen met de deontologische commissie, vond ik ook niet oké. Dat had anders opgelost kunnen worden. Nogmaals: het gaat over een belangrijk thema. Ook hier in Torhout zijn mensen ongerust over het groeiend aantal nieuwkomers. Mijn visie is helder: wie de taal leert en aan het werk gaat, is welkom. De meeste mensen zijn het daarover eens. Maar ik heb intussen wel geleerd dat dat niet vanzelf gaat. Je moet de mensen echt verplichten.”
“Waarom zouden onze ziekenhuizen slechter werk leveren dan ziekenhuizen in grote steden? En toch mag Frank Vandenbroucke elke week opnieuw die indruk wekken”
In Ninove wil burgemeester Guy D’Haeseleer (Vlaams Belang) leefloners verplichten om mee te draaien met de stadsdiensten. Hoe kijkt u daarnaar?
(blaast) “Dat klinkt misschien goed, maar hoe haalbaar is dat? Dat is weer een extra opdracht voor de stadsdiensten. Ik denk dat het veel beter is om deze mensen te activeren op de arbeidsmarkt.”
Mag u van de partij vrijuit spreken over deze gevoelige thema’s?
“Dat denk ik wel. (lacht) Ik heb alleszins niemand gebeld. Ik ben natuurlijk benieuwd naar wat het interview teweeg zal brengen. Maar de dingen die ik hier zeg, zijn dingen die ik geleerd heb in de twintig jaar dat ik aan lokale politiek doe.”
Laten we eens naar de Vlaamse regering kijken. Welk rapport krijgt stadsgenote Hilde Crevits als minister van Binnenland en dus uw voogdijminister?
“Tien op tien, of wat had je gedacht? (lacht) Hilde en ik hebben een zeer goede band. Ik waardeer het dat wij open met elkaar kunnen spreken.”
Juicht u toe dat ze de opkomstplicht voor de lokale verkiezingen opnieuw wil invoeren?
“Dat zou een goede zaak zijn, maar ik denk niet dat je de afschaffing daarvan nog teruggedraaid krijgt. Dat lijkt me politiek onhaalbaar. Of CD&V zou plots opnieuw de absolute meerderheid moeten hebben. De geest is uit de fles, vrees ik. In Torhout hadden wij gehoopt op een opkomst van 80 procent. Uiteindelijk was het maar 65 procent – wat toch een ontgoocheling was. Op termijn zal misschien de vraag komen hoe legitiem je nog bent als burgemeester als bijvoorbeeld maar 40 procent gaat stemmen. Maar goed, stel dat je de opkomstplicht toch terug kan invoeren, dan ga je ook moeten nadenken wat je doet met mensen die niet stemmen. Je kan wel regels opleggen, maar als je die niet handhaaft, ben je daar niets mee.”
“Ik zou raadsleden vooral willen aanraden om zichzelf de tijd te gunnen om de lokale politiek te doorgronden. Net zoals wijn moet rijpen, moeten ook raadsleden rijpen”
Een ander dossier op haar bord is het statuut van lokale mandatarissen. De helft van de raadsleden heeft het gevoel erbij te lopen voor spek en bonen, zo bleek uit een onderzoek van deze krant. Was u verrast?
“Absoluut niet. Ik denk zelfs dat ze braaf waren in hun uitspraken. Kijk: wij hebben hier in december een vuistdik meerjarenplan goedgekeurd. Dat is complexe materie over allerlei wetgeving. Als je dat wil doorgronden, moet je daar tijd en energie in stoppen. Helaas ontbreekt het raadsleden daar vaak aan. Vergeet niet dat dat vrijwilligers zijn die overdag aan het werk zijn en ’s avonds vaak een gezin te onderhouden hebben. Zij moeten die vuistdikke plannen verwerken in hun schaarse vrije tijd.”
Zou het helpen dat de vergoeding, pakweg 200 euro per zitting, opgetrokken wordt?
“Volgens mij niet. Ik ken niemand die in de gemeenteraad zetelt voor het geld. (denkt na) Ik vrees dat er geen wonderoplossing bestaat. Ik zou raadsleden vooral willen aanraden om zichzelf de tijd te gunnen om de lokale politiek te doorgronden. Net zoals wijn moet rijpen, moeten ook raadsleden rijpen. Een maatregel die misschien wel kan helpen, is het politiek verlof. Wie bij de overheid werkt en in de gemeenteraad zetelt, krijgt elke maand een of twee dagen politiek verlof.”
Zou u dat doortrekken naar de privésector?
“Dat is een moeilijke vraag. Ik zie de kmo’s al denken: ‘Die burgemeester van Torhout, dat is een makkelijke.’ (lacht) Neen, het zou niet fair zijn dat in de bak van de bedrijven te schuiven.”
Is het probleem soms niet dat burgemeesters te autoritair zijn?
(lacht) “Die vraag stel je aan de verkeerde. Wij hebben hier enkele jaren geleden een tweemaandelijks overleg ingevoerd met de fractieleiders van alle partijen, dus ook van de oppositie. Tijdens dat overleg bespreken we de werking van de gemeenteraad. Ook bij grote projecten, zoals de stadskernvernieuwing, zoek ik de steun van de oppositie – ook al hebben wij de absolute meerderheid. Ik vind dat belangrijk. Maar goed, ongetwijfeld is het zo dat niet elke burgemeester evenveel overleg pleegt. Dat is zeker iets dat meespeelt, ja.”
Tot slot: onze krant bevroeg de burgemeesters ook of hun ambt weegt op hun privéleven. Wat hebt u daarop ingevuld?
“Dat dat zeker het geval is. Vraag dat maar aan mijn vrouw. Als burgemeester moet je altijd bereikbaar zijn, zeker voor politie en brandweer. (denkt na) Je draait eigenlijk twee werkweken. De eerste is van maandag tot vrijdag. Dan ben je eerder de rationele burgemeester in het stadhuis. De tweede is van vrijdagavond tot zondagavond. Dan probeer je als burgervader zoveel mogelijk buiten te komen. Vorig weekend heb ik tien recepties gedaan. Heel leerrijk overigens. Weet je waarover ik vooral ben aangesproken? Over de stickers voor de huisvuilzakken. Als je in de bubbel van het stadhuis blijft zitten, kom je zo’n dingen niet te weten. Het maakt natuurlijk dat zo’n ambt weegt op je privéleven.”
Begrijpt u dat sommigen de sjerp combineren met het parlement?
“Ik zeg dikwijls met een boutade: ik ben een echte vent, dus ik kan maar een iets tegelijk. (glimlacht) Neen, elke burgemeester moet dat voor zichzelf uitmaken. Zeg nooit nooit, maar vandaag heb ik geen parlementaire ambities. Ik was wel zelf vragende partij om in de VVSG te mogen zetelen. Af en toe eens loskomen van de kerktoren, vind ik wél gezond. Bovendien kan ik daar bijleren van straffe collega’s zoals Wim Dries (CD&V) van Genk en Bart Somers (Open VLD) van Mechelen.”
Bio
– Geboren op 4 maart 1983 in Torhout.
– Licentiaat politieke wetenschappen (UGent).
– Woont in Torhout met zijn vrouw An. Vader van Arthur en Louise.
– Werkte van 2007 tot 2018 op het kabinet van Vlaams minister Hilde Crevits.
– Gemeenteraadslid sinds 2007. Schepen van 2011 tot 2016.
– Burgemeester sinds juni 2016.
– Lid van het dagelijks bestuur van de VVSG sinds 2025.