“Het station van Roeselare zou het visitekaartje moeten zijn van een centrumstad met 67.000 inwoners, waar dagelijks honderden mensen de trein nemen. Maar wie er vandaag arriveert, stapt geen stad binnen, alleen leegte”, vindt Peter Bossu. “Eén Panoszaak. Toiletten die al maanden gesloten zijn. Buiten, als schrale troost, een mobiel urinoir voor mannen. Dat is het.”
Een station hoort een plek van beweging te zijn, van wachten en ontmoeten, van kleine diensten die het reizen menselijk maken. In Roeselare is het tegendeel waar: het station voelt doods, onverschillig, bijna verlaten aan. Alsof niemand zich verantwoordelijk voelt voor de basis.
“Een station zonder toiletten, zonder leven, zonder aandacht is geen detailprobleem. Het is een signaal van een teloorgang”
De kerstboom zegt alles. Waar je warmte, licht en welkom verwacht, is er vooral stilte en staat er midden deze leegte een eenzame kerstlamp-boom. Geen gebaar dat zegt: hier begint of eindigt een stad. En dat is pijnlijk, want infrastructuur is nooit neutraal. Ze vertelt hoe serieus we publieke ruimte nemen, hoe we reizigers waarderen, hoe we zorg dragen voor iedereen, ook wie geen alternatief dan het openbaar vervoer heeft.
Geen detailprobleem
Als we de publieke ruimte verwaarlozen en er lege ruimtes van maken, negeren we in werkelijkheid ook de gebruikers en marginaliseren we ze zelfs. Een station zonder toiletten, zonder leven, zonder aandacht is geen detailprobleem. Het is een signaal van een teloorgang. De teloorgang van de stations als openbare ruimte, als plek om te ontmoeten en op weg te gaan met de trein of de bus.
“Je ziet het ook in Lichtervelde, Veurne en Diksmuide: stations zijn één en al verwaarlozing geworden”
Dit is vandaag het geval in Roeselare, maar evenzeer in Lichtervelde, Veurne, Diksmuide… De stations zijn een en al verwaarlozing geworden. Is het geen idee dat de lokale besturen een convenant afsluiten met de NMBS over het beheer en het onderhoud van de stations? Iets vanuit het principe: “Jullie zorgen voor voldoende, en liefst stipte treinen, wij verzorgen het huis.” Iets van voor wat hoort wat, verdeel de lasten en we krijgen weer een mooi en leefbaar station.
“Stations zullen gezellig zijn of niet zijn”, zei Steve Stevaert nog.