Nu wil ik niet beweren dat ik niet in staat ben om mijn leven te leiden zonder op café te gaan, maar op dinsdagavond trommelde ik toch maar een vriendin of vijf op om naar ons stamcafé te trekken. Het is immers van levensbelang dat we onze lokale, kleine zelfstandigen steunen. Het feit dat een goede babbel alleen maar beter wordt na een glas of vier rosé is natuurlijk ook mooi meegenomen.

We hadden in elk geval geen gebrek aan gespreksstof. Maar na de drie maanden opgespaarde roddels kwam onvermijdelijk de coronacrisis opnieuw aan bod. Nu zijn de meeste van mijn vriendinnen wat ouder dan ik en een van hen (laten we haar Emma noemen) deed een toch wel opvallende uitspraak. Ze voelde zich namelijk al maanden schuldig. Volgens haar hebben de jongere generaties heel wat moeten opofferen voor de oudere.

De jongere generaties heel wat moeten opofferen voor de oudere? Dat is te kort door de bocht

Zij konden immers niet meer gaan werken, verloren loon, moesten hun zaak sluiten, enzovoort om de oudere generatie te beschermen. En dat terwijl net die generatie de meest ondankbare was, de regels aan hun laars lapte en het minst bijdraagt aan de maatschappij. (Haar woorden, niet die van mij.) Bovendien zijn het ook de jongeren die de financiële krater in het budget van de overheid de komende jaren zullen moeten vullen. Een redenering die je wel vaker op sociale media ziet terugkomen. Een beetje kort door de bocht natuurlijk, maar het gaf wel stof tot nadenken.

Eens mijn lever de vier glazen rosé verwerkt had, kwam ik tot de conclusie dat ze ongelijk heeft. Neem mijn oma. Die heeft 30 jaar gezwoegd in haar frituur - toen was dat nog gewoon een barak aan het Standbeeld in Moorsele - om veel te vroeg de liefde van haar leven te verliezen en nu te moeten leven van een armzalig pensioentje. Die heeft haar bijdrage meer dan geleverd. Nu is het onze beurt. En als even op mijn luie kont zitten het enige was dat ik daarvoor moest doen, dan kan ik daar best mee leven.

Nu wil ik niet beweren dat ik niet in staat ben om mijn leven te leiden zonder op café te gaan, maar op dinsdagavond trommelde ik toch maar een vriendin of vijf op om naar ons stamcafé te trekken. Het is immers van levensbelang dat we onze lokale, kleine zelfstandigen steunen. Het feit dat een goede babbel alleen maar beter wordt na een glas of vier rosé is natuurlijk ook mooi meegenomen. We hadden in elk geval geen gebrek aan gespreksstof. Maar na de drie maanden opgespaarde roddels kwam onvermijdelijk de coronacrisis opnieuw aan bod. Nu zijn de meeste van mijn vriendinnen wat ouder dan ik en een van hen (laten we haar Emma noemen) deed een toch wel opvallende uitspraak. Ze voelde zich namelijk al maanden schuldig. Volgens haar hebben de jongere generaties heel wat moeten opofferen voor de oudere. Zij konden immers niet meer gaan werken, verloren loon, moesten hun zaak sluiten, enzovoort om de oudere generatie te beschermen. En dat terwijl net die generatie de meest ondankbare was, de regels aan hun laars lapte en het minst bijdraagt aan de maatschappij. (Haar woorden, niet die van mij.) Bovendien zijn het ook de jongeren die de financiële krater in het budget van de overheid de komende jaren zullen moeten vullen. Een redenering die je wel vaker op sociale media ziet terugkomen. Een beetje kort door de bocht natuurlijk, maar het gaf wel stof tot nadenken. Eens mijn lever de vier glazen rosé verwerkt had, kwam ik tot de conclusie dat ze ongelijk heeft. Neem mijn oma. Die heeft 30 jaar gezwoegd in haar frituur - toen was dat nog gewoon een barak aan het Standbeeld in Moorsele - om veel te vroeg de liefde van haar leven te verliezen en nu te moeten leven van een armzalig pensioentje. Die heeft haar bijdrage meer dan geleverd. Nu is het onze beurt. En als even op mijn luie kont zitten het enige was dat ik daarvoor moest doen, dan kan ik daar best mee leven.