Mijn huishouden en mijn gezinsleven zijn mijn voornaamste vorm van beweging. De stappen die ik zet terwijl ik achter mijn kinderen aanloop, daarmee leg ik kilometers af. Vooral onze éénjarige dochter zorgt ervoor dat ik aan tempo moet winnen en ze zorgt ervoor dat mijn hartslag nu en dan de hoogte inschiet. Altijd en overal gaat ze rennen.
Sinds de geboorte van onze dochter zijn er opmerkelijk meer grijze haren bijgekomen. Staat dat in direct verband met de hevigheid van mijn dochter? Dat laat ik voorlopig onbeantwoord.
“Handen op je rug en nergens aankomen”, zei mijn moeder soms als we ergens waren en heel vaak denk ik nu ‘mama, ik lijk steeds meer op jou’. Op bezoek bij mijn grootvader breekt het zweet me standaard uit. Het is er sowieso altijd gezellig warm, maar mijn kinderen en ik zijn als olifantjes in zijn porseleinkast.
De meest handige persoon ben ik niet, dus natuurlijk laat ik er per ongeluk een glazen kerstbal vallen. Mijn dochter wil dan weer van dichtbij elk beeldje bekijken én bij een onbewaakt moment probeert ze er natuurlijk eentje vast te grijpen.
Angstvallig houd ik mijn adem in wanneer mijn zoon zijn jas over zijn hoofd gooit en bijna tegen het vaasje met bloemen op de cd-kast tikt. Geen scherven, maar wel weer enkele grijze haren bij.
“Mo vint toch”, blaas ik uit.
“Jomoja, dat is…”, lacht mijn grootvader zonder zijn zin af te maken.
“Ja, dat zi kinders eh”, haalt mijn zoon verontschuldigend zijn schouders op.