De resultaten van het onderzoek naar sporen van PFAS ter hoogte van Vaart-Zuid in Beernem laten langer op zich wachten. Dat blijkt uit een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid voor N-VA Gijs Degrande. “Voor de buurtbewoners duurt dit veel te lang. Ze leven al geruime tijd in onzekerheid.”
Aan Vaart-Zuid in Beernem, het zogenoemde Kanaaleiland, is een stortplaats voor baggerslib. Die plek wordt uitgebaat door baggerbedrijf DEME, die voor de verdere exploitatie een vergunning aanvroeg. Tegelijkertijd loopt er een bodemonderzoek naar de impact van PFAS op de site. Volgens eerste metingen is het gebied door eerdere activiteiten vervuild met de stoffen, en daarom werd een beschrijvend bodemonderzoek aangevraagd.
Ongunstig advies
De gemeente gaf eerder al een ongunstig advies over de nieuwe vergunning, omdat de resultaten van dat onderzoek nog niet bekend werden gemaakt. Nu blijkt dat de resultaten langer op zich laten wachten. Gemeenteraadslid en Vlaams volksvertegenwoordiger Gijs Degrande (N-VA) bevroeg zijn coalitiepartner en Vlaams Minister van Omgeving over de stand van zaken.
Uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns blijkt dat het beschrijvend bodemonderzoek nog steeds niet werd ingediend bij de OVAM en nu pas tegen 1 februari 2026 wordt verwacht. “Voor de mensen die in en rond Vaart-Zuid wonen, duurt dit onderzoek veel te lang. Zij leven al geruime tijd met vragen en onzekerheid over hun leefomgeving en gezondheid, en verdienen sneller duidelijkheid,” zegt Degrande.
De timing van het onderzoek werd intussen al meerdere keren bijgesteld. Aanvankelijk werd het beschrijvend bodemonderzoek verwacht tegen eind 2024. Die deadline werd vervolgens verschoven naar het voorjaar van 2025, daarna naar het najaar van 2025, en nu opnieuw naar 1 februari 2026.
Strengere PFAS-toetsingswaarden
Volgens de minister is de recente vertraging het gevolg van strengere PFAS-toetsingswaarden die de OVAM in juli 2025 invoerde. Voorlopig zijn er volgens de minister geen bijkomende veiligheidsmaatregelen nodig. Het gaat onder meer om PFOS, PFOA en verschillende PFAS-somparameters waarvoor de bodemsaneringswaarden worden overschreden. De minister bevestigt dat er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging, maar benadrukt tegelijk dat pas na afronding van het beschrijvend bodemonderzoek een definitieve risico-inschatting kan worden gemaakt.