IN KAART Van 22 tot 90 euro per jaar: de vervuiler betaalt nu meer voor restafval

Vanaf 1 januari 2026 is elke Vlaamse gemeente verplicht om groente-, fruit- en tuinafval (kortweg GFT) afzonderlijk op te halen en te verwerken.(foto Getty Images)
Phebe Somers

Nog beter recycleren en restafval tot een minimum beperken: het is één van de goede voornemens van onze lokale besturen. Op 1 januari gaat de verplichte GFT-ophaling in theorie officieel van start, en dat zorgt er in zo goed als alle gemeenten ook voor dat het buitenzetten van restafval een pak duurder wordt. “Tot voor kort droegen alle belastingbetalers de kost voor zware vuilniszakken. Vanaf nu laten we er de vervuiler zelf meer voor opdraaien.”

Het beroerde al een heel jaar de gemoederen, zowel op straat als binnen de gemeenteraden: het nieuwe afvalbeleid. Even recapituleren: vanaf 1 januari 2026 is elke Vlaamse gemeente verplicht om groente-, fruit- en tuinafval (kortweg GFT) afzonderlijk op te halen en te verwerken. Die verplichting werd opgelegd door OVAM, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. Het doel is om het restafval – dat verbrand moet worden – tot een minimum te herleiden. GFT wordt dan weer verwerkt tot biogas en nuttige compost. Eigenlijk geldt deze regel al sinds 1 januari 2024, maar vooral onze provincie had moeite met deze deadline waardoor 39 gemeenten uitstel vroegen.

Hoe dat keukenafval vanaf morgen wordt opgehaald en hoeveel dit zal kosten, verschilt van gemeente tot gemeente. Er zullen emmers zijn met een jaarabonnement, containers waarbij op basis van gewicht wordt gefactureerd of composteerbare zakken in verschillende formaten.

Wel is het overal zo dat GFT sorteren veel voordeliger is dan het in je restafvalzak – wat dus nu ook verboden is – laten zitten. Om die gedachte nog meer kracht bij te zetten, kozen zo goed als alle lokale besturen ervoor om het ophalen en verwerken van restafval nog een stukje duurder te maken, al dan niet gekoppeld aan een nieuw inzamelsysteem. En net dat heeft voor heel veel bezorgdheden bij de lokale bevolking gezorgd.

Geen uniformiteit

Wij verzamelden alle tarieven van de 62 West-Vlaamse gemeenten, aangesloten bij acht verschillende afvalintercommunales. Dit heeft geleid tot een kluwen aan verschillende methodes en kostprijzen. 20 gemeenten kiezen ervoor om vanaf nu restafval te verzamelen in diftarcontainers (containers waarbij op basis van het ingezamelde gewicht een bepaald bedrag per kilogram wordt aangerekend, red), al dan niet gecombineerd met een aparte aanbiedingskost en/of nog een algemene maandelijkse bijdrage.

29 lokale besturen houden nog vast aan een inzameling met huisvuilzakken. In Deerlijk, Kortrijk, Kuurne, Spiere-Helkijn, Waregem, Zwevegem, De Panne, Diksmuide, Ieper, Koksijde, Nieuwpoort, Poperinge en Veurne krijgen de inwoners – weliswaar tijdelijk – nog de keuze tussen die twee, bij wijze van overgangsperiode.

“Een uniforme aanpak lijkt eenvoudig, maar houdt geen rekening met lokale verschillen”

Zou een uniforme aanpak over alle gemeenten in heel Vlaanderen niet beter en voordeliger zijn? “Zo’n maatregel klinkt misschien eenvoudig, maar houdt totaal geen rekening met lokale verschillen”, reageert Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V). “Het doel blijft overal hetzelfde: minder restafval, meer hergebruik en een eerlijke kost voor de burger. Hoe we dat organiseren, vraagt maatwerk, maar altijd met de inwoner centraal. Binnen intercommunales is meer afstemming wel logisch, maar daar zie ik wel echt beweging in.”

Toch heeft de minister begrip voor de frustraties van de bevolking rond dit thema. “Ik snap dat inwoners soms het gevoel hebben dat het afvalbeleid een kluwen is van regels en tarieven. Transparantie is daarom cruciaal. Mensen moeten weten waarvoor ze betalen en waarom. Lokale besturen krijgen de ruimte om een systeem uit te werken en keuzes te maken die passen bij hun schaal, organisatie en financiële context. Maar ze moeten wel zorgen dat deze beslissingen goed gecommuniceerd wordt en voorkomen dat het beleid nodeloos complex wordt. Maar ik blijf erbij dat de gemeenten zelf het best geplaatst zijn om oplossingen uit te werken die werken op hun eigen terrein.”

Grote verschillen

Maar hoeveel zal het vanaf 2026 kosten om het vuilnis buiten te zetten dat op geen enkele andere manier apart gerecycleerd kan worden? Om het overzicht enigszins te bewaren onderwerpen we elke gemeente aan een hypothetisch scenario van een gezin dat tweewekelijks 7 kilogram restafval buitenzet, goed voor ongeveer één volle, kleine vuilniszak van 30 à 40 liter. De gemeenten waar nog geen informatie is over de nieuwe tarieven van hun vuilniszakken of waar nog geen afzonderlijke GFT-ophaling wordt gerealiseerd in de eerste jaarhelft van 2026, laten we even buiten beschouwing.

Op basis van dit rekenvoorbeeld blijken de verschillen tussen de verschillende afvalintercommunales best groot te zijn, al blijft vergelijken moeilijk. Zo blijkt restafval aanbieden in de regio van IVBO het goedkoopst te zijn. In Beernem, Brugge, Oostkamp, Zedelgem en Zuienkerke betalen de inwoners straks nog steeds slechts 85 cent per kleine vuilniszak, wat – volgens ons voorbeeldscenario – op ongeveer 22 euro per jaar komt. In die gemeenten wordt er echter nog vrijblijvend met composteerbare zakjes voor organisch afval gewerkt. Het is echter de bedoeling dat er vanaf maart 2027 wordt overgestapt naar diftarcontainers, zowel voor GFT als voor restafval, net zoals dat in Damme (ook IVBO) al jaren gebeurt. Vanaf dan zal ook de prijs voor het inzamelen van restafval logischerwijs stijgen.

Toch blijft nuance belangrijk, want zo worden er in 10 West-Vlaamse gemeenten – waaronder voornamelijk die met de laagste tarieven – nog jaarlijkse huisvuil- en milieubelastingen gehoffen.

Groter geheel

Aan de andere kant van het spectrum vinden we Anzegem, Avelgem, Harelbeke en Wielsbeke terug, die behoren tot de afvalintercommunale Imog en waar de inwoners meteen verplicht moeten overstappen op een diftarcontainer. Volgens ons hypothetisch scenario zullen inwoners daar vanaf nu 90 euro per jaar betalen. Tot voor kort was dit slechts 24 euro voor hetzelfde afvalgedrag. Het is vooral de vaste kost van 2 euro per maand voor algemene dienstverlening die dit totaalbedrag de hoogte injaagt, want de prijs per kilogram afval én per ophaling ligt zelfs lager dan in afvalintercommunale IVIO, die met een jaarlijkse kostprijs van 78 euro op de tweede plaats belandt. Daarom is er wel een woordje uitleg nodig.

“Afvalverwerking kost veel geld. Als de tarieven voor restafval laag zijn, wordt dit bedrag gewoon via een andere belasting binnengehaald”

“Het is belangrijk dat de mensen begrijpen waar deze tarieven vandaan komen”, begint Johan Bonnier, algemeen directeur van Imog. “Eerst en vooral moet je weten dat voorheen eigenlijk de belastingbetaler opdraaide voor de vervuilers. De kostprijs van een vuilniszak is absoluut niet voldoende om alle kosten van een afvalbeleid te dekken. Het gaat daarbij niet enkel over het ophalen en verwerken van afval, maar ook de inzet van personeel om zwerfvuil op te ruimen, de werking van recyclageparken… Maar niet iedereen betaalt belastingen, dus sommige mensen maakten bijna gratis gebruik van al deze diensten. Daarom verleggen we deze last vanaf nu deels naar de effectieve vervuiler, net zoals Vlarem (Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning, red.) het eigenlijk voorschrijft.”

Voor het bepalen van de tarieven spiegelt Imog zich vooral aan andere regio’s in Vlaanderen die al langer mee zich met het diftarsysteem. Dat de meeste West-Vlaamse intercommunales lagere tarieven hanteren, heeft volgens Bonnier verschillende redenen.

“Wij zijn meteen ambitieus en willen een zo goed mogelijke dienstverlening aanbieden met een zo laag mogelijke impact op het milieu en klimaat. Wie dat ook doet, maar minder schijnbaar minder aanrekent, moet dat geld op andere manieren zien binnen te halen. Afvalverwerking is voor iedereen even duur, de kostprijs ervan zit dan gewoon verweven in andere belastingen. Wij kiezen er, net zoals heel veel andere Vlaamse steden en gemeenten, om transparant te zijn over hoeveel dit allemaal kost en de vervuiler ervoor te laten betalen. Zo hopen we ook zo snel mogelijk de Vlaamse restafvaldoelstellingen te behalen.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise