Deze Izegemse familie maakt al 175 (!) jaar verfborstels: “Elk jaar rollen hier vier miljoen borstels van de band”

Operationeel directeur Gregory Delbeke, nieuwe zaakvoerders en eigenaars Jill Vanderstraeten en Dries Lescouhier en Ludo Colpaert. © JOKE COUVREUR
Philippe Verhaest

Toen Jean Colpaert in 1847 zijn eerste verfborstel in Izegem in elkaar stak, dacht geen haar op zijn hoofd eraan dat 175 jaar later zijn familiebedrijfje uitgegroeid zou zijn tot een van dé autoriteiten binnen de verfborstelwereld. Borstelfabriek Colpaert is bijna even oud als ons land, maar springlevend. “Hier rollen elke dag 16.000 verfborstels van de band”, klinkt het trots.

Het verhaal van Borstelfabriek Colpaert leest als een roman. In de jaren veertig van de negentiende eeuw verhuisde Jean Colpaert van Gent naar Izegem, waar hij in 1847 een, toen nog bescheiden, borstelfabriekje uit de grond stampte. Jean, die dertien kinderen had, vervaardigde zijn allereerste borstel in de Kruisstraat, pal in het centrum van de stad. Zo legde hij onbewust de basis voor een familietraditie die ondertussen al 175 jaar oud is.

Pure ambacht

Tot net voor de Tweede Wereldoorlog produceerden de nazaten van stamvader Jean nog allerhande borstels. “Dat ging van scheer- en huishoudborstels tot verf- en haarborstels”, blikt vijfde generatie Ludo Colpaert (69) terug.

Na de oorlog was varkenshaar, dat toen het meest gebruikt werd om borstels te maken, erg gelimiteerd. Dat zorgde ervoor dat Ludo’s vader Julien en oom Marcel zich toelegden op een niche: verfborstels. “Sindsdien ligt onze focus volledig op dat segment.”

“Op jaarbasis produceren we meer dan vier miljoen verfborstels. In eigen land zijn we marktleider”

Ludo stapte in 1975 mee in het bedrijf en nam de zaak, die op vandaag zes personeelsleden telt, in 1988 over. Hij zette volop in op innovatie en automatisatie. “Een groot deel van ons productieproces verloopt geautomatiseerd, maar tegelijk beoefenen we nog een pure ambacht, met handelingen die in 175 jaar amper veranderd zijn.”

De sterkte van de verfborstels van Colpaert zit in de topkwaliteit, valt te horen. “We gaan voor het allerbeste. In tegenstelling tot vele anderen produceren wij nog lokaal en hebben we het hele proces in eigen handen. Van haartjes tot de uiteindelijke verfborstel: geen enkel detail gaat aan ons oog verloren.”

De Colpaert-borstels zijn enorm populair. “Dagelijks rollen er hier zo’n 16.000 van de band.” Op jaarbasis zelfs meer dan vier miljoen stuks. Een hallucinant getal. “Klopt”, glimlacht Ludo.

“Wij maken private label-borstels. Dat betekent dat onze klanten hun eigen naam of merk op de producten kunnen plaatsen. Je zal dus in geen enkele doe-het-zelfzaak een borstel met onze naam vinden. Maar zo goed als elke Belg heeft een van onze verfborstels in huis of al gebruikt. In eigen land zijn we marktleider.”

Dat de eigen bedrijfsnaam niet als merk gebruikt wordt, is een bewuste keuze. “Zo stellen we ons erg flexibel op. We hebben enerzijds een vast gamma, maar spelen ook in op de wensen van de klant. Wij gaan elke uitdaging aan.”

De afgelopen twee jaar behoren tot de beste uit de geschiedenis, zo blijkt. “Het klinkt misschien vreemd, maar dat komt net dankzij de coronapandemie. Tijdens de lockdowns gingen veel mensen aan het klussen, wat een boost voor onze verkoop betekende.”

Groeien in het buitenland

Ook over de landsgrenzen zijn ze al even overstag gegaan voor de Izegemse borstels van de familie Colpaert. “Dertig procent van onze productie vertrekt naar de ons omringende landen. Nederland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië…”

De 175ste verjaardag van het familiebedrijf laten Ludo Colpaert en co niet zomaar voorbijgaan. Unizo reikt hen het Handmade in Belgium-label uit en Ludo geeft de fakkel ook symbolisch door aan de nieuwe zaakvoerders en eigenaars, Dries Lescouhier en Jill Vanderstraeten.

“Mijn zoon Dominiek is kunstenaar en mijn dochter Julie werkt als journaliste. Opvolging binnen de familie was er dus niet, maar met Dries en Jill is de toekomst verzekerd. Geen zesde Colpaert-generatie, maar het DNA blijft wel behouden.”

“Klopt”, pikken Jill en Dries in. “We behouden de naam en de manier van werken. Ludo stoomde Borstelfabriek Colpaert klaar voor de toekomst, aan ons om die op een goeie manier in te vullen.”

“We zien vooral nog groeimogelijkheden op de buitenlandse markt. Met een maximumcapaciteit van 30.000 borstels per dag kunnen we ook nog enkele stappen zetten. En Ludo zelf blijft ook aan boord. We hopen nog lang op zijn knowhow en vakmanschap te kunnen rekenen.”

Borstelfabriek Colpaert klokte in 2021 af op een jaaromzet van 1,4 miljoen euro. De verfborstels kosten tussen 1,5 en 25 euro.

Waarom Izegem dé borstelstad van België is

Ik ben geboorn in Izzegem, stad van bustels en skoen, rapten de heren van ’t Hof van Commerce eind jaren negentig. De Pekkersstad in het hart van West-Vlaanderen was decennialang hét epicentrum van de Belgische borstelindustrie.

In de jaren twintig van de vorige eeuw waren om en bij de 3.000 mensen in de sector aan de slag. “De borstelnijverheid ontwikkelde zich al in de eerste helft van de negentiende eeuw van een bescheiden ambachtelijke bezigheid tot een toonaangevende bedrijfstak”, duidt Izegems schepen van Musea Kurt Himpe (N-VA).

In de tweede helft van de negentiende eeuw drongen mechanisatie en massaproductie door. “Na de Eerste Wereldoorlog waren er in Izegem nog altijd 41 borstelfabrieken te vinden, met bijna 1.600 personeelsleden.” Tegen 1930 liep dit zelfs op tot 2.750 borstelmakers

Niche

“In 1929 begon de wereldeconomie te sputteren en dat liet zich ook voelen in Izegem. De export was toen te sterk afgestemd op Groot-Brittannië. Net voor de Tweede Wereldoorlog werkten nog 1.375 arbeiders in de borstelindustrie.”

“De borstelmakers hebben zich toen op verschillende niches, van haar- en draadborstels tot klassieke veegborstels, gestort en konden zo overleven. Dankzij de automatisering is de productiviteit gestegen, hoewel er minder personeel werkt in de industrie.”

Vandaag telt Izegem nog altijd vier borstelfabrieken en kan het nog altijd de titel van borstelstad claimen. Met het schoen- en borstelmuseum Eperon d’Or heeft de stad ook een belangrijke toeristische troef over haar economisch verleden ontwikkeld.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.