Triest record in 2025: de kaap van 1.000 West-Vlaamse faillissementen werd voor het eerst in vijftien jaar tijd overschreden. Vooral de horeca is zwaar getroffen: 138 restaurants moesten vorig jaar de boeken neerleggen. “Veel ondernemers starten vol goede moed, maar zonder veel kennis.”
Zeker 1.012 West-Vlaamse ondernemingen moesten vorig jaar het faillissement aanvragen, blijkt uit cijfers van Trends Business Information. Daarmee gaat 2025 de geschiedenisboeken in, want dat is het hoogste cijfer in 15 jaar. Vorig jaar waren het er een 80-tal minder, in pre-coronajaar 2019 gingen er zelfs slechts 858 zaken failliet.
De pandemie was volgens ondernemingsvereniging Unizo een belangrijk keerpunt. “KMO’s kampen met een permanent hogere kostenbasis, denk aan lonen en energie, en worden tegelijk geconfronteerd met hoge rentes en strenge kredietvoorwaarden. We merken dat ook de faillissementsgraad – de verhouding tussen het aantal falingen en het totaal aantal ondernemingen – stijgt, wat geen goed nieuws is”, aldus Herman Hillaert, directeur van Unizo West-Vlaanderen.
“Hoe dit zal evolueren kunnen we natuurlijk niet voorspellen, maar ik vrees dat dit geen tijdelijke trend is. Vooral kleine ondernemingen zullen innovatief moeten zijn om rendabel genoeg te zijn om schokken te kunnen opvangen. Tegelijk moet de overheid zich dringend buigen over de loonkostenproblematiek en oneerlijke concurrentie vanuit het buitenland of grote bedrijven. Want de huidige situatie is niet langer houdbaar.”
Weinig kennis
De horeca is al jaar en dag een van de zwaarst getroffen sectoren. Vooral eetgelegenheden met volledige en beperkte bediening hadden het moeilijk in 2025. Met 138 faillissementen moesten er nog nooit eerder zoveel (afhaal)restaurants de boeken neerleggen in een jaar tijd. Dat de horeca het lastig heeft, is geen geheim. Toch ziet Yves Van Moorter de toekomst relatief rooskleurig in. Hij is West-Vlaams voorzitter van Horeca Vlaanderen en runt ook zelf een restaurant. “Elk jaar worden er enorm veel horecazaken uit de grond gestampt, zeker in onze provincie. Het is dan ook ergens logisch dat er in deze sector ook meer zaken falen. Dat is een fenomeen van alle tijden. Deze piek is volgens mij meer toeval dan een negatieve trend”, aldus Van Moorter.
“Kostenberekeningen kunnen doen is bijna belangrijker dan goed kunnen koken”
Toch ziet hij ook enkele redenen waarom het tegenwoordig sneller foutloopt dan vroeger. “De verplichting om een relevante opleiding te volgen voor je een horecazaak start, bestaat niet meer. Daarom beginnen veel meer ondernemers met veel enthousiasme aan zo’n avontuur, maar helaas met weinig kennis. Kostenberekeningen kunnen maken en boekhoudkundig weten wat je doet, het is bijna belangrijker dan je vaardigheden in een keuken of zaal. Ik zie restaurants die gewoon de prijzen van hun buren kopiëren, zonder zelf uit te rekenen hoeveel hun eigen foodcost is bijvoorbeeld.”
Daarnaast wijst Van Moorter ook naar de stijgende vaste kosten als één van de boosdoeners. “Huur, energie, personeel… die kosten zijn na corona ferm de lucht in gegaan, maar alles doorrekenen naar de klant kan ook niet zomaar. Zeker in gebieden waar er tien restaurants in dezelfde straat zijn, is het soms vechten voor elke klant. Als je als enige de prijzen laat stijgen, zal je ook de meeste lege tafels hebben.”
Mentaal zwaar
Ook Brenda Floryn weet als geen ander hoe moeilijk het is om een horecazaak draaiende te houden. Al jaren baat ze in Kortrijk een slagerij, foodtruck en cateringdienst uit. Een dik jaar geleden besloot ze ook het succesvolle eethuis Den Herder in Kuurne over te nemen, maar dat verliep niet van een leien dakje. Vooral het combineren van haar verschillende zaken bleek al snel een pijnpunt te zijn. “Als je niet zelf fulltime aanwezig bent in je restaurant, ben je sterk aangewezen op je personeel. Maar ik merkte al snel dat dit in Den Herder niet goed ging. Ik was geen baas meer in eigen zaak en dat veroorzaakte veel wrevel”, vertelt Brenda.
Fouten werden gemaakt en negatieve reviews kwamen hard aan. “Dat was het begin van een negatieve spiraal. Goede personeelsleden wilden niet geassocieerd worden met de online kritiek, waardoor zij opstapten. Maar telkens nieuw personeel opleiden, is niet gemakkelijk en zorgt onvermijdelijk ook voor kwaliteitsverlies, en dat merkten de klanten ook opnieuw. Op den duur had ik het gevoel dat klanten er wel wat misbruik van begonnen te maken. Een steak die iets te ver gebakken was of een moelleux die niet meer helemaal lopend was, aten ze wel op, maar wilden ze dan uiteindelijk wel gratis krijgen. Daar gaat je winstmarge…”
“Mijn faillissement is een dure levensles geweest, maar ik heb er geen spijt van”
Eind 2025 werd het faillissement uitgesproken. “Ik was gewoon op. Ik wou zo graag blijven overeind krabbelen en uiteindelijk in schoonheid kunnen afsluiten zonder schulden, maar ik had gewoon geen moed meer om er nog door te geraken.”
Ondanks alles heeft Brenda geen spijt van dit hoofdstuk in haar carrière. “Beseffen dat ik had gefaald viel mij heel zwaar. Het is een dure levensles geweest, maar ik ben er ergens toch dankbaar voor. Er is nog veel onzekerheid over het financiële luik, maar ook een zekere opluchting. Ik wou altijd meer, mijn dromen najagen. Nu weet ik dat het beter is om te groeien met mijn goed draaiende zaken en die uit te breiden, in plaats van er nog extra bij te nemen. Ik zal blij zijn als alles achter de rug is.”
Ook bouwsector heeft het lastig
Niet enkel de horecawereld kreeg zware klappen, ook in de bouwsector vielen er heel wat faillissementen vorig jaar. Als we alle vakgebieden samentellen, tellen we 584 falingen in 2025, het hoogste aantal in jaren. Vooral bedrijven van algemene bouwwerken, elektriciens en schrijnwerkers raakten het vaakst in slechte papieren. Voor de Bouwunie komt dit nieuws niet als een verrassing. “Dit lijkt nu een piek te zijn, maar de faillissementscijfers scheren al langer hogere toppen. De coronacrisis, de oorlog in Oekraïne (met duurdere materiaalprijzen als gevolg), de energiecrisis, de steeds veranderende bouw- en renovatiepremies… Allemaal zaken die ervoor hebben gezorgd dat particulieren zich afwachtend opstellen en de orderboekjes van bouwbedrijven steeds leger ogen”, aldus woordvoerster Sanderijn Vanleenhove.
Ook in de bouwsector gold lang de Vestigingswet, die stelde dat zelfstandigen een bepaalde opleiding moesten gevolgd hebben vooraleer ze een eigen zaak uit de grond konden stampen. Sinds de afschaffing mispakken heel wat starters zich aan de administratieve kant van de zaak. “Tijdens corona hebben heel wat mensen de sprong gewaagd, omdat de bouw één van de weinige sectoren was die aan de slag kon blijven. Een gebrek aan kennis rond bedrijfsbeheer en kostprijsberekening is vaak de bron van een faillissement. Anderzijds merken we dat nu ook ‘mature’ bedrijven het moeilijk krijgen, en dat is vrij ongezien.” Een optimalisering van de renovatieplicht kan volgens de Bouwunie soelaas bieden. “Geef de mensen meer tijd om te renoveren, en verplicht hen om dat dan ook ingrijpender te doen. Gekoppeld aan meer ondersteuning, want nu stellen mensen een verbouwing vaak uit en pakken ze het niet efficiënt of grondig aan, meestal uit financiële overwegingen.”