“Massatoerisme is op den duur nefast voor een stad”

Als zoon van de gerenommeerde schilder Frank Slabbinck en broer van street-artist Stan is Sammy Slabbinck duidelijk een telg uit een creatieve, artistieke familie. Sammy zocht enige tijd naar zijn eigen plekje in die creatieve omgeving en runde onder meer een eigen kunstgalerij in de J. Suveestraat. Het uitwerken van postkaartjes en zijn voorliefde voor de vintage jaren ’50-stijl leidde ertoe dat hij zich met succes ontwikkelde tot internationaal gewaardeerd ‘collage-artist’ en ‘re-animator’. Sammy Slabbinck blijft ook zijn eigen stad opvolgen en ziet op cultureel en toeristisch vlak toch heel wat dat hem niet gelukkig stemt.

© PDV

Het werk van Sammy Slabbinck wordt internationaal gewaardeerd en hij krijgt opdrachten van bedrijven als Disney, Samsung en HP. Hij ontwierp de hoes voor de laatste plaat van Leonard Cohen, maar toch blijft de succesvolle Bruggeling bescheiden en met de voeten op de grond. Hij stemt gemakkelijk en zonder veel vragen toe als we hem daags voordien uitnodigen voor dit Reiegesprek én blijkt een uitgesproken en gefundeerde opinie te hebben over al wat er reilt en zeilt in zijn stad, vooral op cultureel en toeristisch vlak.

Je vader en broer zijn al langer actief als kunstenaar, maar voor jou was het eerder een late roeping, niet?

“Eigenlijk wel ja. Mijn vader is kunstschilder en exposeert zelfs nog altijd, tot in het buitenland toe. Als jongeling was ik daar eigenlijk niet zo mee bezig. Ik was geïnteresseerd in kunst, maar zag mezelf niet als een ‘scheppend kunstenaar’. Wat mijn studies betreft was ik ook wel wat zoekende. Ik deed een jaar pol en soc in Gent en heb dan ook enkele jaren Kunstwetenschappen gestudeerd. Ik amuseerde me goed in Gent, maar mijn passage daar resulteerde dus niet in een diploma. De manier waarop de opleiding Kunstwetenschappen was uitgebouwd, voldeed niet echt aan wat ik verwachtte. Ik wilde leren over de kunstenaars en wat hen dreef, maar die benadering was dus erg… wetenschappelijk.”

“Kunst bleef me zeker interesseren en tussen 2006 en 2009 runde ik een kunstgalerij in de J. Suveestraat in Brugge. Dat was een uitdagende, boeiende periode voor mezelf, maar het bleef uiteindelijk toch een moeilijk verhaal om dat rendabel te houden. Er moest natuurlijk wel brood op de plank komen en ik ging werken bij een winkel in de Geldmuntstraat die zich toelegde op originele decoratie en postkaartjes, vooral in vintagestijl.”

En daar is de basis gelegd voor je latere succes?

“Het heeft toch een belangrijke rol gespeeld, ja. Ik hield van de vintage jaren ’50-stijl die er sterk aanwezig was en in de kalmere momenten in de winkel ging ik zelf aan het werk met tekeningen en foto’s die ik verwerkte tot collages. In die tijd bezocht ik ook veel rommel- en brocantemarktjes en zo deed ik veel inspiratie op. Die jaren ’50-stijl is eg kleurrijk en optimistisch. Ik ben dan mijn eigen kaartjes beginnen maken en die sloegen dus aan. Natuurlijk was ik met mijn werk ook aanwezig op het internet en mijn eerste klant was het Amerikaanse bedrijf Blue Q. Ik hield het niet bij collages, maar begon ook stock motion video’ste maken. Ik kan nu ook grote bedrijven als Disney, Samsung en HP tot mijn klanten rekenen. Sinds 2012 ben ik er zelfstandig fulltime mee bezig. Eigenlijk was ik lange tijd veel bekender en succesvoller in het buitenland dan in eigen land.”

“Door het massatoerisme is het voor de Bruggelingen nog nauwelijks leefbaar”

Je ontwerp voor de platenhoes van Leonard Cohen zorgde zo’n twee jaar geleden dan echt voor de grote doorbraak….

“Dat is misschien een beetje een misverstand. Het zorgde voor grote naamsbekendheid in eigen land, maar in het buitenland was ik dus al langer succesvol. Dat contact met Cohen is er gekomen via diens zoon, die mijn werk had gezien op Instagram. Leonard Cohens zoon was zijn art-producer en behartigde veel van zijn zaken. Persoonlijk contact met de legendarische zanger heb ik niet gehad. Hij communiceerde via opgenomen filmpjes waarin hij me instructies gaf en me zo dan ook wel aansprak. Dat was wel een bevreemdende ervaring, moet ik zeggen… Spijtig is dat er een plan was om hem effectief toch te ontmoeten, maar het heeft niet meer mogen zijn. Ik ging naar de Verenigde Staten en had daar een afspraak met hem. Maar omdat hij te ziek was geworden, werd die afspraak afgezegd en niet veel later is hij gestorven.”

Je woont en werkt als artiest in Brugge. Wat betekent de stad voor je werk?

“Ik kan niet zeggen dat Brugge een rol speelt in mijn werk. Het is geen item, geen issue. Ik heb hier mijn atelier, maar dat atelier zou perfect elders in de wereld kunnen staan. Dat zou geen impact hebben op mijn werk. Maar ik blijf in Brugge, omdat ik hier mijn vrienden en familie heb. Het is een veilige haven, een vertrouwde omgeving. Nogal wat mensen vinden dat het niet past dat ik in Brugge blijf. Als artiest zou ik toch naar Antwerpen, Brussel of minstens Gent moeten verhuizen. Maar daar ben ik het helemaal niet mee eens. Overal netwerken en deel uitmaken van een hippe scene, dat interesseert mij niet. Ik ga mijn eigen weg. Ik hou van mijn stad en heb er het beste mee voor. Maar dat betekent niet dat ik er geen kritiek kan op hebben. Op cultureel en toeristisch gebied stel ik vast dat er toch heel wat verkeerd loopt.”

“Ik zie te veel desinteresse en zelfs onverantwoordelijkheid bij het stadsbestuur”

Zoals?

“Mijn vriendin woont in de Gouden Driehoek, bij de Katelijnestraat en daar merk ik toch wel dat het massatoerisme een verstikkende werking begint te krijgen. Het is er voor Bruggelingen nog nauwelijks leefbaar. Dat massatoerisme met vooral kortverblijf-toeristen zorgt er ook voor dat het aanbod daar steeds meer op afgestemd wordt door de handelaars. Chocolade- en bierwinkels van beperkt niveau tieren welig en het ziet er niet naar uit dat er verbetering in zicht is. Op den duur is dat nefast voor een stad. Nefast voor het welbevinden van de eigen inwoners, maar ook nefast voor een ‘beter toerisme’. We moeten opletten dat we niet in een neerwaartse spiraal terechtkomen, als het al niet te laat is. Het stadsbestuur moet zich eens écht inzetten voor een kwalitatieve middenstand. We horen veel praten, maar ik zie geen resultaten. Het meest schrijnende voorbeeld is toch wel dat er een Kruidvat kan komen op een toplocatie op de Markt van Brugge. En dan mag de horeca in de winter geen terras uitzetten om esthetische overwegingen. Dat is toch wel om te lachen? Ik zie dat toch in andere steden niet zo vlug gebeuren.”

Als artiest en creatieve ondernemer heb je wellicht ook een opinie over het cultuurbeleid in de stad. Hoe sta je bijvoorbeeld tegenover de Triënnale?

“Op zich is het wel positief dat er kunstevenementen zoals een Triënnale zijn. Maar het is volgens mij toch te beperkt en vooral te tijdelijk. Het is een vorm van citymarketing voor enkele maanden, maar de Bruggeling wordt er te weinig in betrokken. Er zou toch minstens een luik moeten zijn voor lokale kunstenaars. Ik vrees dat er na de Triënnale niets tastbaars zal overblijven. Een kunstevenement moet ergens ook een spoor nalaten, maar dat zie ik niet met deze Triënnale. Brugge 2002 liet nog infrastructuur achter, in de vorm van het Concertgebouw. De stad snakt naar locaties waar hedendaagse kunst, ook in de openbare ruimte, een plaats krijgen. Op dat vlak is het nog altijd huilen met de pet op. Ik mis eigenlijk een visie op cultureel gebied. Het feit dat de bevoegdheid Cultuur geen eigen schepen meer heeft, is kenschetsend.”

Je bent wel erg geboeid door het reilen en zeilen in je stad. Mogen we een politiek engagement verwachten bij Sammy Slabbinck?

“Neen, dat niet. Ik heb niet de intentie om aan partijpolitiek te doen, dat is mijn wereld niet. Maar ik kan misschien wel helpen zaken in gang steken, mijn kennis en ervaring aanwenden. Ik zie nu te veel desinteresse en zelfs onverantwoordelijkheid bij het bestuur. Er is al veel over gezegd en geschreven, maar dat die bronzen beelden van op ‘t Zand zomaar gestolen kunnen worden, is toch te gek voor woorden? Over de artistieke kwaliteit van die beelden ga ik me niet uitspreken, maar het gaat over het principe van zorg dragen voor het eigen patrimonium. Ik vind dat de betrokkenen politici hier eigenlijk bijzonder licht over gaan. Brugge staat gewoon voor gek door zo’n kluchten. In de privé wordt wie verantwoordelijk is voor zo’n blunders ontslagen.”

De tips van Sammy

Eten en drinken: Ik ben niet echt een liefhebber van lang tafelen in dure restaurants. Dan ga ik liever naar een zaak waar je bij een goed glas ook lekkere tapas kan eten. Zoals Vino Vino bij Achim Vandenbussche. Achim is een schitterende kok die ook nog in ‘de betere restaurants’ gewerkt heeft, maar nu zijn fijne hapjes serveert in een ongedwongen eetkroeg. Om iets te drinken met vrienden ga ik ook graag naar De Kelk in de Langestraat en naar ‘t Verdriet van België op het Kraanplein. De sfeer, de muziek, het volk, de drankjes… alles zit daar juist.

Mooiste plekje: Aan het Seebrechtspark bewaar ik heel mooie herinneringen uit mijn jeugd. Als kind woonde ik daar niet ver vandaan en ik reed in het park rond met mijn fietsje. Nu wandel ik er graag eens rond om tot rust te komen.

Winkelen: Uitgebreid gaan shoppen, ik kan er me niet mee bezig houden. Alleszins niet voor kledij. Ik zie dat vooral functioneel. Ik zou drie dezelfde broeken, pullovers of hemden durven kopen om er dan in korte tijd vanaf te zijn… Galerieën of antiek- en brocantewinkels bezoeken, dat doe ik dan weer wel graag. Zo ben ik gek van Depot d’O op de hoek van de Ridderstraat en de Hoogstraat. Zaakvoerder Kurt Michiels zoekt al jaren authentieke en unieke rariteiten van over de hele wereld. Ook in Galerij Vanlandschoote in het Genthof loop ik heel graag eens binnen.

Reizen: Voor mijn werk heb ik erg veel projecten en contacten in het buitenland en eigenlijk zou ik erg graag reizen om die mensen te ontmoeten, maar tegenwoordig verloopt bijna alles online. Als ik dertig of veertig jaar geleden had geleefd, dan had ik wellicht enorm veel moeten reizen voor mijn job, maar door de technologie zitten we nu dus in een ander tijdperk. Ik vertoef het liefst in Afrika. Ik heb prachtige reizen gemaakt in Zanzibar en Tanzania. Vooral Tanzania was een openbaring. Ik was onder de indruk van de schoonheid van het land, maar nog meer van de jovialiteit van de bevolking. De mensen zijn er zo open en spontaan. Ook wildvreemden worden er vriendelijk begroet en aangesproken.

Bio

Privé: Sammy Slabbinck is de zoon van kunstenaar Frank Slabbinck en Liliane Traen, die de eerste tweedehandswinkel in Brugge oprichtte. Hij is geboren, getogen en woont nog altijd in Brugge. Sammy heeft een oudere broer Stan die ook actief is als kunstenaar, en hij heeft een relatie met Peggy Slingeneyer.

Loopbaan: Ging eerst naar het Sint-Lodewijkscollege in Kristus Koning en daarna zes jaar naar de Frères. Studeerde pol & soc en daarna kunstwetenschappen in Gent, maar maakte de opleiding niet af. Runde een eigen galerij in de J. Suvéestraat van 2006 tot 2009. Daarna werkte hij als allround medewerker in een winkel in de Geldmuntrstraat, waar allerhande vintage decoratie en postkaartjes aan de man werden gebracht. Is sinds 2012 op zelfstandige basis aan de slag als collage-artist en re-animator.

Hobby: Reizen, iets gaan drinken, vliegvissen…

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.