Filmsector kan uitpakken met stevig visitekaartje

Bert Vanden Berghe

Met de reeks ‘Lockdown’ krijgen we volgende week op Eén het kruim van de Belgische filmsector te zien, met dank aan regisseurs Gilles Coulier en Maarten Moerkerke. De twee trommelden hun collega’s op om aan de slag te gaan met één set en één draaidag. Goed voor twaalf straffe minifilms.

Matthias Schoenaerts en Veerle Baetens die elkaar naar het leven staan. Emilie De Roo die tegen haar innerlijke demonen vecht, Jan Eelen die zijn personages laat balanceren tussen medelijden en sympathie, overgoten met pikzwarte humor en een bovennatuurlijk kippenvelmoment met Jonas Govaerts. En dan hebben we het nog niet over Roskam, wiens film zéker over de tongen zal gaan.

Om maar te zeggen: Eén brengt maandag Lockdown op de buis, twaalf intrigerende kortverhalen in dezelfde setting, maar toch helemaal anders gebracht. Initiatiefnemers zijn Gilles Coulier en Maarten Moerkerke. Gilles, met roots in Brugge, debuteerde bij het grote publiek met Bevergem en scoorde nadien met Cargo , De Dag en op internationaal vlak met War of the Worlds . Maarten Moerkerke uit Wevelgem draait al een tijdje mee. Zo heeft hij onder meer Wittekerke , Zone Stad , Deadline 14/10 , 13 geboden en De Bende van Jan De Lichte op zijn palmares staan.

Hoe is het verhaal van ‘Lockdown’ ontstaan?

Gilles : “Maarten belde mij met het idee: Zouden we niet iets doen met de sector?. Het was april, alles lag op zijn gat en er was heel weinig perspectief. Ik was dat geklaag en gezaag wat beu, dus zei ik ook meteen: ok, laat ons tonen wat we kunnen.”

Maarten : “Twee jaar geleden waren we al eens een koffie gaan drinken, en dat klikte. Ik ben een grote bewonderaar, echt waar. Ik wist dat het project met hem erbij vleugels zou krijgen.”

Jullie hebben wel een heel andere stijl.

Gilles : “De laatste jaren is er onder de regisseurs een goeie band gegroeid. We leven niet langer op een eiland.”

Maarten : “Dat zijn en mijn generatie samen kunnen zitten, is een verademing.”

Wat begon als een idee groeide uit tot 12 minifilms. Hoe ging dat?

Gilles : “We begonnen rond te bellen en hadden het plan opgevat om één draaidag te voorzien en één decor. De energie was er meteen bij iedereen. We lieten de makers een idee pitchen en kozen dan voor een interessante combo van verhalen.”

Maarten : “Het is een mix geworden van gevestigde waarden en jong talent.”

Hoe moeilijk was dat draaien, op één dag, met één decor?

Maarten : “Eigenlijk is dat een oefening op de filmschool. Dit is je decor. Vertel je verhaal. Net die beperking zorgde ervoor dat je jezelf uitdaagde.”

Gilles : “Het grappige is dat ik een paar jaar geleden les kreeg van Michaël Roskam, en hij ons soortgelijke oefeningen voorschotelde. Nu was het opeens de omgekeerde wereld. De mogelijkheden waren legio.”

Maarten : “Zo zie je een gezonde competitie ontstaan. Iedereen wil zich bewijzen, maar het ging er heel collegiaal aan toe.”

Gilles : “We hebben van meet af aan heel openlijk gecommuniceerd. Ook over het budget. Wilde iemand een kerstboom in brand steken, of het decor kleiner maken? Dat kon, maar het was belangrijk dat iedereen gelijk aan de start kwam. Uiteindelijk hebben we 12 contente regisseurs.”

Jullie zijn zelf ook grote sets gewoon. Voelde dit dan anders aan?

Gilles : “Mispak je daar niet aan. We zaten al snel aan een vaste ploeg van 20 man, maar elke regisseur mocht ook zijn eigen ploeg samenstellen.”

Maarten : “De stress zat hem vooral in het feit dat je slechts één dag had. Als je bij een grote productie eens een slechte draaidag hebt, hoop je dat je dat gaandeweg kan oplossen. Nu hadden we die luxe niet.”

Hoe kijken jullie nu terug op het hele project? De sector levert wel een stevig visitekaartje af…

Gilles : “Het toont nog maar eens aan hoeveel talent we hier hebben. Ik ben ook heel blij dat het VAF en de VRT zo snel mee op de kar zijn gesprongen. Het doet ons ook een plezier dat het de VRT erna ook aanspoorde om meer lockdownreeksen te bestellen, wat ook weer een boost betekende voor de sector.”

Maarten : “In die zin is het concept op zich bijna belangrijker dan de films zelf.”