“Mijn ultieme droom? ‘De Bourgondiërs’ op Netflix, met Scarlett Johansson als Jacoba van Beieren”: Bart van Loo over het ongeziene succes van zijn beststeller en theatertournee

Bart Van Loo: “Recent verscheen er in The Times nog een paginagroot artikel over mijn boek. Daar kan je toch enkel maar van dromen?” © Christophe De Muynck
Philippe Verhaest

Toen hij in 2015 de eerste woorden van ‘De Bourgondiërs’ aan zijn schrijftafel in Moorsele op papier zette, kon Bart Van Loo zelfs in zijn stoutste dromen niet vermoeden dat hij zes jaar later half Vlaanderen storm zou laten lopen voor haar eigen oergeschiedenis. En er is nog meer goed nieuws. “Ik broed op een vervolg”, zegt hij. “Dat wil ik in de loop van 2023 op de wereld loslaten. En daarna is het gedaan. Denk ik…”

Neem het van ons aan: een tête-à-tête met Bart Van Loo, het verveelt geen milliseconde. Tijdens ons 77 minuten en 22 seconden durend interview – zo leren de data op de dictafoon ons – met de man die onze vaderlandse oergeschiedenis opnieuw hip heeft gemaakt, veert hij ontelbare keren van zijn stoel op om al springend en gesticulerend zijn punt te maken. Gepassioneerd is bij deze West-Vlaamse Kempenaar het understatement van het decennium.

We spreken Bart in zijn thuishaven Moorsele, waar hij met zijn vrouw en dochtertje in een oude hoeve tussen de weidse velden zijn thuis heeft gevonden. Een plek die stilaan onder zijn vel aan het kruipen is, geeft hij zelf ook toe. “We zijn hier als bij toeval gestrand, maar beetje bij beetje is dit mijn thuis geworden.”

Laat ons eerst even de cijfers erbij nemen. 270.000 exemplaren van ‘De Bourgondiërs’ gingen al over de toonbank, je podcast heeft de magische grens van 2 miljoen downloads genomen, er zijn vertalingen in het Duits, Frans, Italiaans, Engels en straks zelfs in het Chinees en het Koreaans. Hoeveel keer per dag nijp jij jezelf in de arm?

(lacht binnensmonds) “Het is gek, ik weet het. Recent verscheen er in The Times, dé gezaghebbende krant in het Verenigd Koninkrijk, nog een paginagroot artikel over mijn boek. The Times! Met de woorden: It’s never less than fascinating. Daar kan je toch enkel maar van dromen? Op zo’n momenten voel ik me weer dat tienjarig joch met sponzen broekje dat met grote ogen kijkt naar wat er zich voor zijn ogen aan het afspelen is. Dus ja, af en toe waag ik me eens aan een reality check. Nu is er ook interesse uit Servië. Het lijkt maar niet te stoppen.”

Ik veronderstel dat je dit duizelingwekkende parcours niet meteen voor ogen had toen je hier in Moorsele dat verhaal aan het neerpennen was…

“Klopt. In se heb ik een erg stoffig onderwerp uit de kast gehaald, eentje waarvan we ons amper nog het bestaan herinnerden. Het was ook voor mij een open vraag of de Vlaming hier warm voor zou lopen. Ik vergelijk mijn schrijfproces, dat toch vier jaar in beslag nam, met het engagement tussen man en vrouw. Op een gegeven moment beslis je om samen verder te gaan, ongeacht wat er gebeurt. Dat heb ik met De Bourgondiërs ook gedaan, want toen ik in 2015 aan dit epos startte, wist geen mens wie Filips de Goede was.”

Het scenario van ‘Game of Thrones’ verbleekt bij onze eigen geschiedenis

Kan je het succes verklaren?

(blaast) “De bijna onmogelijke vraag! Is er een sluitend antwoord? Het ontstaan van de Lage Landen is een onwaarschijnlijk scheppingsverhaal dat tegelijk een pak entertainment bevat: bloederige veldslagen, nietsontziende moordpartijen, intriges, complotten, gearrangeerde huwelijken… Het scenario van Game of Thrones verbleekt erbij. Plus: ik trek ook een schatkist aan kunstwerken open. Het werk van Jan Van Eyck, maar ook dat van minder bekende – maar daarom niet minder begaafde – goden als Claus Sluter, ónze Michelangelo, komt aan bod. Net daarin schuilt de schoonheid van ons verhaal: voor we staatkundig iets betekenden, was er al een verbond via de schone kunsten. Al die elementen samen zorgen voor een universeel verhaal.”

Je krijgt de verdienste opgespeld dat je de gewone Vlaming opnieuw geïnteresseerd maakte in zijn roots. Een mooier compliment kan je niet krijgen.

“Er wordt gezegd dat ik, dankzij mijn barokke en liederlijke schrijfstijl, de hoofdrolspelers van honderden jaren geleden opnieuw tot leven breng. Zo’n woorden doen natuurlijk deugd. De grootste voldoening haal ik uit het feit dat ik met dit boek de man in de straat bereik. Niet enkel academici of hoogopgeleiden gaan helemaal op in de avonturen van Filips de Stoute en Karel de Goede. Misschien is dat wel het echte wonder.”

Had je pakweg tien jaar geleden durven denken dat de Filipsen, Margareta’s en Jacoba’s je leven zouden domineren?

(resoluut) “Neen. Hoegenaamd niet. Dit hele gegeven is gewoon ontploft. Ik heb vier jaar lang gezwoegd en geschaafd aan ieder woord, aan iedere zin. De Bourgondiërs is het resultaat van pure ambacht. Aan de andere kant: elke schrijver ligt wel eens in zijn bad te mijmeren over de bestseller die hij ooit wil schrijven. Tijdens die lange geboorte heb ik me meermaals afgevraagd waarmee ik bezig was en voor wie ik dit boek überhaupt aan het schrijven was. Maar zie, die droom is realiteit geworden. Ook die boodschap wil ik meegeven. Aan iedereen die een idee heeft en iets van nul uit de grond wil stampen: ga ervoor. Het kán.”

Wat als het boek een flop was? Bestond er een plan-B?

“Die gedachte is me meermaals door het hoofd geschoten. In 2018, toen Jacques Brel veertig jaar overleden was, heb ik een theatermonoloog over mijn muzikale held gemaakt. Dat hield ik als een soort stok achter de deur. Als De Bourgondiërs niets worden, heb ik toch nog dit in de schuif liggen, dacht ik. Maar het bleek niet nodig om onze grootste zanger aller tijden veelvuldig vanop het podium te eren. Toen de eerste recensie van De Bourgondiërs verscheen, viel ik net niet van mijn stoel. Leest als een trein, komt aan als een mokerslag, stond er te lezen. Sindsdien is die trein nooit meer gestopt. In De Wereld Draait Door, een van dé talkshows op de Nederlandse televisie, heb ik zelfs elf minuten non-stop volgepraat, zonder ook maar één tussenkomst van presentator Matthijs van Nieuwkerk. Om maar te zeggen: het hele verhaal zat – en zit nog steeds – diep onder mijn vel.”

© Christophe De Muynck

Ondertussen staat je magnum opus al twee jaar onafgebroken in de top tien van best verkochte boeken in Vlaanderen. Ook je theatertournee lijkt een monstersucces te worden. Het blíjft maar duren.

“Ik beschouw het boek en de theatervoorstelling als twee aparte werelden. Enerzijds wilde ik een geschiedkundig correct en meeslepend boek afleveren. Maar ik wilde het verhaal ook aan de mensen vertéllen. Naar analogie met de middeleeuwse vertellers die van dorp naar dorp trokken. In 2019 begon dit avontuur, toen nog in boekhandels. Ik ben destijds zelfs met mijn reisvaliesje in de koffer van winkel naar winkel getrokken, constant onderweg. Maar met één constante: overal zaten de zaaltjes prop- en propvol.”

Met een publiek van erg divers pluimage…

“Klopt. Ik herinner me nog goed een jongetje van een jaar of twaalf dat, samen met zijn mama, in trainingsoutfit recht van de voetbaltraining naar mijn voorstelling was afgezakt. Dat kereltje luisterde begeesterd en wist tot mijn grote verbazing perfect wie de protagonisten van De Bourgondiërs waren. Toen ik hem daarover aansprak, bleek dat hij mijn podcast verslonden had. Wel, dáárvoor reis ik nu met plezier Vlaanderen en Nederland rond.”

Hoeveel theaters doe je met je huidige tournee?

“We zijn gestart bij 47, ondertussen zijn het er al 55. Met een extra voorstelling in het Casino Kursaal in Oostende op 4 maart 2022 als finaal orgelpunt. Vorige week nog verkochten we de eerste voorstelling daar in amper enkele dagen uit. 2.000 kaartjes, allemaal de deur uit voor mij en mijn Bourgondiërs. Eerlijk? Dat doet toch wel iets met me. Als schrijver breng je veel tijd alleen door, je verhaal is je ene gezel. Om dan voor een volle zaal je ding te mogen doen… Heerlijk.”

Je hebt ondertussen al in kleine achterafzaaltjes en grote schouwburgen je ding mogen doen. Waar spreek je het volk het liefst toe?

“Als een zaal lekker volzit, hangt er automatisch een gezellige sfeer. Niet dat ik niet weet wat het is om voor minder gevulde zalen te spelen. Ooit daagden in Limburg, de organisator buiten beschouwing gelaten, twee mensen op. Ze wilden het zo laten, maar ik heb mijn stuk tóch gebracht. Gelukkig dreigt zoiets voorlopig niet meteen weer te gebeuren.” (glimlacht)

Wie het volk kan beroeren vanop een bak bier, kan dat ook vanop het grootste podium, denk ik dan.

“Daar schuilt veel waarheid in. Ik wil gewoon ruimte, plaats om mijn ding te doen. Maar een zaal waar alle details kloppen, daar gaat ook mijn hart sneller van kloppen. Perfecte belichting, degelijk geluid, goeie akoestiek… En als je dan nog eens in een historisch kader als de stadsschouwburg van Brugge of Kortrijk staat… Paf, het plaatje is compleet. Die twee locaties staan op de planning, daar kijk ik ongelooflijk naar uit. Ook al omdat de tenoren uit mijn boek er woonden, leefden en soms zelfs tot in de eeuwigheid liggen te rusten. Ze zullen ergens deel uitmaken van mijn publiek.”

Ooit daagden in Limburg twee mensen op voor mijn voorstelling. Ze wilden het zo laten, maar ik heb mijn stuk tóch gebracht

Ik zag je aan het werk in Izegem en samen met vijfhonderd anderen hing ik bijna twee uur aan je lippen. Ben je je wel bewust hoe groot je retorisch talent is?

“Och, ik vertél het gewoon doodgraag. Elk optreden probeer ik mezelf te amuseren, dat uit zich ook in mijn uitbundige lichaamstaal. (springt van zijn stoel) Ik hol van de ene kant naar de andere, maak vreugdesprongetjes, beeld taferelen uit met mijn handen… Zo wil ik iedereen in de zaal helemaal meenemen in mijn verhaal. Mijn zinnen zijn als glij- en achtbanen. Eenmaal ik erop zit, wil ik er niet meer van.”

© Christophe De Muynck

Dat doe je op een haast hypnotiserende manier.

(schatert het uit) “Is dat zo? Ach, noem het mijn eigen vorm van choreografie. Misschien moet ik me een stappenteller aanschaffen, dan weet ik hoeveel kilometer ik op zo’n avond afleg. Ik mag er niet aan denken dat ik mijn exposé vanop een stoel of achter een pupiter zou moeten brengen.”

Is het anders optreden in West-Vlaanderen?

“Ergens wel. Omdat dit, samen met Oost-Vlaanderen, het historische graafschap Vlaanderen is. Hier gebeurde het, hier speelden die vele vaak onwaarschijnlijke verhalen uit De Bourgondiërs zich af. In Kortrijk vol vuur over de Guldensporenslag praten, kan het mooier? Dit is heilige grond.”

Durf je jezelf nu een kenner van het eens zo machtige Bourgondische rijk te noemen?

“Stilaan toch wel, ja. (glimlacht) Al ontdek ik ook nog steeds nieuwe elementen. Soms kleine details die je mondhoeken de hoogte doen ingaan, maar af en toe ook verrassende zaken. Zo leerde ik onlangs dat Hubert Van Eyck, de oudere broer van de illustere schilder Jan, enkele figuren op het Lam Gods heeft geschilderd. Weet je wat het mooiste compliment is dat ik kan krijgen? Wanneer mensen me zeggen dat ze bijvoorbeeld naar het Museé des Beaux-Arts in Dijon zijn gereden nadat ze mijn boek gelezen hadden. Of dat ze met andere ogen door een stad als Gent of Brugge struinen.”

Kan jij dat trouwens nog? Achteloos een van onze historische steden verkennen?

“Onmogelijk. Ik scan constant naar verwijzingen of restanten van die mooie Bourgondische geschiedenis. Dat gebeurt niet enkel in onze grotere steden, ook het Kortrijk, Oudenaarde of Geraardsbergen van de 15de eeuw zijn ongemeen interessant. Beroepsmisvorming, zeker? Het is een deel van mijn DNA geworden, ik kán het gewoon niet beu worden. Ik blijf ook de drang hebben om me er verder in te verdiepen. Dat had ik niet toen ik Napoleon Bonapartes leven – nochtans ook mateloos boeiend – onder de loep nam. Hier ligt het anders: het gaat over ónze geschiedenis.”

© Christophe De Muynck

Mogen we ons dan opmaken voor ‘De Bourgondiërs II’?

“Ja. Al heb ik een net iets betere titel in gedachten. In het tweede deel van mijn diptiek wil ik letterlijk in het spoor van de Bourgondiërs trekken, doorheen de vele historische Vlaamse en Franse steden. Ik hoop het in de loop van 2023 op de wereld los te laten. En daarna is het gedaan. Denk ik.”

Roger De Vlaeminck was ‘Monsieur Paris-Roubaix’, jij bent zonder twijfel ‘Monsieur Les Téméraires’. Geen schrik voor die stempel?

“Neen, ik beschouw het zelfs als een eretitel. Trouwens, alles is vergankelijk. Toen ik tien jaar geleden in Chanson de geschiedenis van het Franse lied uit de doeken deed, was ik Monsieur Chanson, de überfrancofiel. Daar word ik nu veel minder mee geassocieerd. Het zet ook mijn passie voor geschiedenis in de verf. Als tienjarig broekventje verzamelde ik in mijn dorp Bouwel al bidprentjes, om aan de hand daarvan stambomen samen te stellen. Ik heb als prille tiener ook mijn eerste boek geschreven: De geschiedenis van de familie Van Loo en vele anderen. Daar is de kiem gelegd.”

Hoe belandt die Kempenzoon trouwens in het verre Moorsele?

“Mijn echtgenote is van het historische Bourgondië afkomstig, een echte Franse. Ze werkt in Rijsel, ik woonde in Antwerpen… We gingen op zoek naar het min of meer geografische midden en raakten halsoverkop verliefd op deze oude hoeve. We zitten hier goed, samen met onze dochter Clémence.”

Schuilt er al een beetje West-Vlaming in je?

“Laat me het zo zeggen: mijn thuis ligt hier. Hier zie ik mezelf oud worden. Clémence is stilaan een echt West-Vlaminkje aan het worden. Op school in Ledegem pikt ze het lokale taaltje op. Thuis praten we Nederlands en Frans met haar, maar straks is ze perfect drietalig. Mooi, toch? Trouwens, hier bevind ik me op een steenworp van Westrozebeke, waar een historische slag werd geleverd. Kortrijk en Brugge kan ik haast ruiken. Is er een mooiere plek om over de Bourgondische geschiedenis te schrijven?”

De Bourgondiërs hebben hun plek in onze literaire geschiedenis definitief verworven. Waar ligt het plafond?

“Ik zou graag een van mijn voorstellingen professioneel laten opnemen, zodat die als pedagogisch kijkstuk in het onderwijs kan gebruikt worden. Maar mijn ultieme droom is toch wel een Netflix-reeks. Met Jeremy Irons als Filips de Goede en Scarlett Johansson als Jacoba van Beieren. En ikzelf in een klein rolletje als mopperende chroniqueur die hen op de voet volgt. Wie weet, nu mijn boek in het Engels vertaald is… Áls het ooit zover komt, geef ik een vat in Frituur Sint-Barbara in Wevelgem, mijn stamfrietkot. Frieten en bier, veel Belgischer wordt het niet!”

Extra voorstelling in het Casino Kursaal op 4 maart, alsook in de schouwburg van Kortrijk (23 februari) en de Vooruit in Gent (24 februari). Info: www.bartvanloo.info.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.