Hoogledenaar Lieven plaatst met boek West-Vlaams molenerfgoed in de kijker

Lieven Denewet, Luc Devliegher en Dirk Verstraete aan de Rysselendemolen. © (Foto VADU)
Valentijn Dumoulein
Valentijn Dumoulein medewerker KW

De West-Vlaamse Gidsenkring koos dit jaar het thema molens voor zijn nieuwste jaarboek. Het resultaat is een 120 pagina’s tellend naslagwerk over de nog 61 opengestelde molens in onze provincie. Auteur van dienst is de Hoogleedse molenexpert Lieven Denewet.

Lieven ijvert al langer voor erkenning voor het molenambacht. Twee jaar geleden deed hij zelfs een oproep om het tot immaterieel erfgoed uit te roepen. De man is gepassioneerd door molens en is ook één van de gezichten achter het vaktijdschrift Molenecho’s. “Hij was de geknipte persoon om dit boek te maken”, meent Dirk Verstraete van de Gidsenkring. “Jaarlijks kiezen we een ander thema. Dit keer zijn de molens, volgend jaar worden het stations. Het is alweer ons 23ste jaarboek, maar vindt vaak ook naargelang het thema een breder publiek.”

Het boek heet ‘Van malen, stampen en zwingelen’ en brengt ruim zestig specifieke molens in kaart. “Vroeger was de definitie van een nog opengestelde molen dat die nog wieken moest hebben, maar er zijn ook nog heel wat molens die een volledig ingericht interieur maar geen wieken meer hebben. Mijn voorganger Luc Devliegher, die in 1984 de tot dan laatste gedrukte moleninventaris schreef, heeft toen terecht beslist ook daar rekening mee te houden in zijn overzicht. Zo komen we op vandaag op 61 nog opengestelde molens in onze provincie, van wind- en watermolens tot rosmolens. Die laatste werden voortgedreven door een paard. Mijn persoonlijke favoriet is de Mevrouwmolen in Kanegem, omdat mijn grootvader daar nog molenaar is geweest.”

Pleidooi

De keuze om zich enkel te focussen op de 61 nog opengestelde molens is bewust. “Voor de Gidsenkring is dat het interessants naar bezoekers toe”, aldus Lieven. “Nemen we de nog bestaande in rekening komen we op 172 molens en ooit waren er volgens ons archief zelfs 1.720 molens in onze provincie. Velen hebben natuurlijke verschillende bouwjaren, omdat ze ooit al eens verwoest zijn bij een brand, andere ramp of oorlog. Vooral de godsdienstoorlogen waren indertijd vernietigend voor onze molens. Dit boek is vooral interessant omdat ze ons rijk molenerfgoed bewaren en in de kijker zetten.”

Toch doet Lieven ook een opvallend pleidooi voor het openstellen van een andere molen. “Op de vesten in Brugge staan er vier, waarvan enkel de Sint-Janshuismolen opengesteld is. Ik doe in het boek een warme oproep om ook de Nieuwe Papegaaimolen op diezelfde vesten terecht te activeren als oliemolen.”

Voor de gelegenheid werden ook Lievens voorgangers in de kijker gezet. “Het molenboek is opgedragen aan Christian Devyt uit Knokke en Luc Devliegher uit Sint-Michiels, heren die in respectievelijk 1965 en 1984 de laatste gedrukte moleninventarissen maakten en dus mijn voorgangers zijn. Beide zijn reeds 95 jaar oud. Luc kon op de voorstelling van het boek in de Rysselendemolen in Ardooie aanwezig zijn.”

De Gidsenkring richt voor zijn boek van volgend jaar de focus op treinstations. Meer info en het boek bestellen kan via denewet.molens@telenet.be.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.