We nemen even de teletijdmachine van professor Barabas en laten ons terugflitsen naar 5 september 1980. Gilbert Nyatanyi komt aan in Zaventem, klaar om zijn leven te resetten in Egem, een kleine deelgemeente van Pittem. De toen bijna negen jaar oude jongen - hij zag het levenslicht op 13 november 1971 - ruilde zijn bestaan in de Rwandese hoofdstad in voor een leven op het West-Vlaamse platteland. Zijn vader Pierre was in 1979 overleden en Gilberts moeder Monique bleef achter met zeven jonge kinderen. Er werd, in samenspraak met Rwandese en Vlaamse vrienden, besloten om de drie oudste broers in België te laten opgroeien. Daar lagen meer kansen en konden de zonen ook studeren. En zo stapten Hubert (nu 47), Victor (nu 50) en Gilbert (nu 48) het vliegtuig op...
...

We nemen even de teletijdmachine van professor Barabas en laten ons terugflitsen naar 5 september 1980. Gilbert Nyatanyi komt aan in Zaventem, klaar om zijn leven te resetten in Egem, een kleine deelgemeente van Pittem. De toen bijna negen jaar oude jongen - hij zag het levenslicht op 13 november 1971 - ruilde zijn bestaan in de Rwandese hoofdstad in voor een leven op het West-Vlaamse platteland. Zijn vader Pierre was in 1979 overleden en Gilberts moeder Monique bleef achter met zeven jonge kinderen. Er werd, in samenspraak met Rwandese en Vlaamse vrienden, besloten om de drie oudste broers in België te laten opgroeien. Daar lagen meer kansen en konden de zonen ook studeren. En zo stapten Hubert (nu 47), Victor (nu 50) en Gilbert (nu 48) het vliegtuig op..."Ik herinner me nog dat ik zo goed als de hele vlucht gehuild heb", mijmert Gilbert. "Het besef dat we alles en iedereen achterlieten, was er toen al glashelder. Enkele stewardessen probeerden me de hele vlucht te kalmeren, maar dat haalde niet veel uit. Ze zeiden zelfs dat ik na de landing in België meteen weer het vliegtuig naar Rwanda mocht nemen. Dat deed de tranen niet opdrogen... En er was ook niets van waar."Wat heb je van die eerste maanden onthouden?"Ik weet nog dat ik niet echt afscheid heb kunnen nemen van mijn broers. We stopten in Erpe-Mere, dronken er een limonade en vertrokken weer. Ik naar Egem, zij naar Waarschoot. Maar in 1980, in een wereld zonder internet, lag Waarschoot even ver van Egem als Rwanda, hé. Die eerste maanden op Belgische bodem heb ik echt afgezien. Ik bleef maar aan mijn familie denken en er was ook die enorme taalbarrière. Ik sprak enkel Frans en achtjarige Belgische kinderen raken niet veel verder dan Bonjour en Quelle heure est-il?. En Tu fumes?, dat vroegen me ze ook. Daar keek ik wel van op. Ik dacht even dat alle kinderen hier rookten. (lacht) Ik heb toen veel traantjes gelaten. Mijn pleegmama en -zus troostten me dan, maar begonnen spontaan mee te huilen. Achteraf klinkt dat grappig, maar destijds was het zwaar. Mocht ik het hele avontuur opnieuw moeten beleven, dan zou ik passen voor die eerste vier maanden. Pas eind 1980 begon het beter te gaan. Ik had de taal onder de knie, kreeg vriendjes op school en voelde me min of meer thuis."Je pleegfamilie nam je meteen ook op onder hun warme mantel."Dat is het minste wat je kan zeggen. Irène Duyck en Albert De Bever wáren - en zijn nog steeds - mijn ouders, hier in België. Ze lieten me meteen meedraaien in het huishouden en ik deed ook klusjes in het loodgietersbedrijf van mijn pleegfamilie. Ik was vanaf dag één part of the team. Juf Marijke, die toen het eerste en tweede leerjaar onder haar hoede had, heeft ook erg veel voor mij betekend. Net als Andy Van Bruwaene, mijn eerste schoolvriend. Je moet weten dat ik aanvankelijk een attractie was op de speelplaats. Een zwarte jongen, dat hadden ze in Egem nog nooit gezien. De cultuurschok was voor mij minstens even groot: ik had amper een blanke gezien in mijn leven. Maar Andy werd mijnen maat. Dat zijn we tot op vandaag. Hij was zelfs getuige bij mijn huwelijk, samen met mijn andere beste vriend, Wim Helleputte."Wat viel je het meest op aan je nieuwe omgeving?"De mentaliteit. In West-Vlaanderen is iedereen constant bezig. Alsan deuredoen. Was het niet op het werk, dan wel thuis. En die denkwijze zit ook bij mij diep ingebakken. Op dat vlak ben ik een rasechte West-Vlaming. Het eten was ook even aanpassen. Van Albert en Irène moest ik alles proeven. Ik kan je verzekeren, die schorseneren gingen met héél lange tanden naar binnen. (grijnst) Nu ben ik gek op de Vlaamse kost: stoverij, chicongs in espe, hutsepot, een goeie brune stute. Mijn pleegmama kon ook schitterend koken." Heb je veel te danken aan je jeugd in Egem?"Veel? Zo goed als alles. Ik heb hier kansen gekregen die ik in Rwanda nooit van dichtbij zou zien. Met dank aan de opvoeding die ik kreeg. Voor mij is het hele pleegverhaal unisono positief. Behalve die eerste vier maanden, dan."***Het grote publiek leerde Gilbert kennen als Gilberke in de hilarische sketch van Alles kan beter: Rutte 98. Daarin vliegen de West-Vlaamse synoniemen voor computerjargon je om de oren. Harde plaat wordt arte ploate, insert schuf et er ekji tussn en afsluiten je moet je mulle odn. De beste: backspace wordt kèrekewere."Die heb ik ter plekke met Wim Opbrouck bedacht", vertelt Gilbert met pretoogjes. "Ik werkte 22 jaar geleden als advocaat in Brussel toen ik telefoon kreeg van Olivier Goris (huidig netmanager Eén, red.). Hij had gehoord dat ik een Afrikaanse West-Vlaming was en vroeg me of ik zin had om te figureren in een sketch bij Woestijnvis. Na mijn werkdag werd ik opgehaald en gingen we aan de slag. Met het ondertussen bekende resultaat."'Rutte 98' heeft zich in ons collectief geheugen genesteld. Ben je daar trots op?"Het zal wel zijn. Het is ronduit hilarisch. Ik moet er ook zelf nog elke keer weer om lachen. Ook aan mijn twee passages in In De Gloria heb ik de beste herinneringen."In een daarvan word je als Afrikaanse man in Roeselare nogal bruut behandeld door de reporter van de rubriek 'Hallo Televisie'. Hij stelt je constant vragen over Afrika, terwijl je in die sketch een geboren en getogen Roeselarenaar bent... Dat zou anno 2020 toch niet meer door de beugel kunnen?"Waarom niet? Daar halen we net alle mogelijke clichés onderuit. Er is ook niets racistisch aan, integendeel. Een van mijn pleegnichten gebruikt de sketch van Gilbert De Leeuw als lesmateriaal rond integratie. Dat zegt toch alles? En mocht ik me op een gegeven moment gebruikt gevoeld hebben, dan had ik er meteen de brui aan gegeven."Heb je zelf ooit last gehad van racisme?"Dat viel geweldig goed mee. In Egem letterlijk nooit. Daar werd ik meteen door de hele gemeenschap omarmd. Ik kan me voorstellen dat het in een grootstad als Antwerpen of Brussel anders zou geweest zijn. Er werden wel aangebrande kluchtjes gemaakt. Dat ik me weer niet gewassen had, ik hoorde dat het zwart zat van 't volk of iemand riep Zwarte Piet naar me. Dan lachte ik smakelijk mee, want je moet er de Vlaamse humor van inzien. Ik heb me nooit aangevallen gevoeld. Toen ik in Gent en Brussel iets wilde huren, beleefde ik wel een minder leuk moment. Aan de telefoon was ik meer dan welkom, maar toen ik langsging, was het appartement plots aan iemand anders verhuurd. Tja, die clichés... Ik heb me wel harder moeten bewijzen, denk ik. Ik was destijds de enige zwarte student die rechten studeerde aan de UGent en bij mijn eerste werkgever in Brussel was ik midden jaren 90 ook de eerste Afrikaanse advocaat."***In 2006 verliet Gilbert België en streek hij via omzwervingen in Tanzania en Burundi in 2015 neer in Kigali, zijn geboortegrond. Daar werkt hij voor het Belgische advocatenkantoor Liedekerke en is hij gespecialiseerd in financieel en vennootschapsrecht. Maar kèrekewere is nooit veraf in Gilberts leven. Hij probeert elke zomer de oversteek te maken om zijn pleegouders, vele vrienden en familie te bezoeken. "Je kan niet geloven hoe goed het voelt wanneer ik voet op Belgische bodem zet", straalt hij. "West-Vlaanderen is na al die jaren mijn échte thuis. Hier ben ik opgegroeid, hier liggen mijn roots. Ik vóel me ook West-Vlaming. Ik lees Nederlandstalige boeken, volg de Vlaamse media, ik dénk zelfs in het West-Vlaams. Dat zegt genoeg. Mijn enige mankement is dat ik voor RSC Anderlecht supporter. Als West-Vlaming geen evidente keuze, maar ik vond als kind dat paars en wit zo mooi. En een mens verandert nooit van voetbalclub."Maar toch speelt je leven zich nu haast volledig in Kigali af. Mis je je tweede thuisland dan niet?"Ik mis alles. Mijn pleegfamilie, vrienden, mijn toenmalig buurmeisje met wie ik nog steeds een hechte band heb, het lekkere eten, de hemelse bieren... Wanneer ik in België ben, bestaat mijn leven uit één lange aaneenschakeling van lekker tafelen, mensen opzoeken en terrasjes doen. Heerlijk."Is een definitieve terugkeer een optie?(zwijgt even) "Onze oudste dochter Magali (20) studeert biomedische wetenschappen in Brussel, Marie-Ivana (13) woont nog bij mij en mijn vrouw Irene Uwonkunda in Kigali. Als alle kaarten goed liggen, zou ik de sprong wel durven wagen. Ik droom van een eigen consultingbedrijf in het hartje van West-Vlaanderen. Roeselare? Neen, Egem! Maar ik ben niet zeker of de gemiddelde (West-)Vlaming zit te wachten op een zwarte advocaat. Dat speelt ook mee. Wie weet, komt het er ooit wel van. Dan zal het zijn alsof ik hier nooit ben weggeweest."Welke grote les heeft België je geleerd?"Niet België, maar mijn pleegvader: doe je best in alles wat je onderneemt en dan kan je de wereld aan. Of op zijn West-Vlaams: joe wèren."