Vier jaar na de feiten heeft de Kortrijkse politierechtbank een bedrijf in graafwerken, haar DSS Infra uit Zele, de zaakvoerder en twee ex-werknemers veroordeeld wegens onopzettelijke doding. Op 25 januari 2022 sukkelde Piet Sintobin in een slecht beveiligde werfput op de Korenmarkt in Izegem en maakte zo een fatale val. De uitspraak stemt broer Stefaan Sintobin tevreden. “We zijn vooral blij voor ons moeder, we wilden niemand achter de tralies, maar wel dat de schuldigen voor de dood van onze broer aangeduid werden en dat de rechter ook benadrukte dat Piet geen enkele schuld treft.” De familie krijgt ruim 42.000 euro schadevergoeding, de veroordeelden hebben wel nog een maand de tijd om in beroep te gaan.
Op 25 januari 2022 rond 21.43 uur verliet volksfiguur Piet Sintobin café Lagaar op de Korenmarkt in Izegem. Op het voetpad net voor café De Koornmarkt wat verderop op op de Korenmarkt lagen houten planken op het voetpad. Toen Piet Sintobin over deze houten planken liep, struikelde hij en belandde met het hoofd vooruit in de put. Die put was gevuld met water en modder. Het slachtoffer werd in kritieke toestand met de MUG naar de spoeddienst van AZ Delta in Roeselare overgebracht, waar hij een dag later in de namiddag overleed.
Slechte afscherming van bouwput
De rioleringswerken waren op 17 januari 2022 gestart in onderaanneming door de firma DSS Infra BV (eerste beklaagde), met de tweede beklaagde als zaakvoerder. De derde en vierde beklaagde waren als werknemer en werfleider in dienst van DSS Infra aan de put aan het werk. Dit gebeurde in opdracht van de vijfde beklaagde, de firma Verbraeken Infra NV uit Temse, en diens (mede)bestuurder (zesde beklaagde).
Na één dag werden de werken stilgelegd omdat men de correcte ligging van de hoofdriool niet vond. Pas op maandag 24 januari 2022 ging opdrachtgever Fluvius ter plaatse om de ligging van de hoofdriool te detecteren. De juiste werd op dinsdag 25 januari 2022 – de dag van de dodelijke val – aan de betrokken uitvoerders doorgegeven, met de vraag om deze opdracht verder af te werken. De herstart van de werken aan het riool in Izegem stonden gepland op woensdag 26 januari 2022, de dag van het overlijden van Piet Sintobin.
Sinds 17 januari was de situatie aan de put ongewijzigd gebleven. Houten loopplanken op het voetpad, afgeschermd met één plastieken nadar die nergens aan vast gehecht was, twee bakens met rood-wit opstaand verlengstuk, net naast de openliggende put op de parkeerstrook aan de zijde van de rijbaan.
“De tegenpartij haalde aan dat Piet dronken was en zelfs obees; gelukkig heeft de rechter geoordeeld dat dit niet meespeelde in de dodelijke val”
“Hoewel het slachtoffer zwaar geïntoxiceerd was op het ogenblik van de feiten (2,8 promille), is een staat van dronkenschap geenszins bewezen. Geen enkel gegeven uit het strafonderzoek laat toe met zekerheid aan te nemen dat het slachtoffer als gevolg van een staat van dronkenschap op de OSB-platen op het voetpad is uitgegleden en in de put viel. Het slachtoffer mocht er ook redelijkerwijs van uitgaan dat het voetpad op die plaats en dat uur van de dag voldoende beveiligd was. Het slachtoffer heeft bijgevolg geen enkele schuld aan het ongeval”, oordeelt de rechter.
Broer Stefaan Sintobin: “Het is belangrijk voor ons dat er Piet geen enkele schuld in de schoenen wordt geschoven. Het feit dat hij gedronken gehad en zelfs het feit dat hij obees was, werd door de tegenpartij aangegrepen om de schuld minstens gedeeltelijk bij mijn broer te leggen. Gelukkig heeft de rechter daar anders over geoordeeld.”
Losliggende osb-platen die doorbogen
Volgens de rechtbank bestaat er geen twijfel over de gebrekkige signalisatie van de put en de daaruit voortvloeiende uiterst onveilige situatie op het ogenblik van het ongeval. De put was niet of onvoldoende gesignaleerd, terwijl het op die plaats donker of minstens weinig tot niet verlicht was. Bovendien was de doorgang op het voetpad over de put slechts mogelijk via twee losliggende OSB-platen, die bovendien doorbogen als men erover liep. De overgang tussen de put op het voetpad en de put op de rijbaan die volledig open lag, was slechts door één losstaande plastiek hekken en één plastiek signalisatiepaaltje afgebakend.
De rechtbank oordeelt dat er een intrinsiek verband bestaat tussen het misdrijf van onopzettelijke doding van het slachtoffer en de eerste en tweede beklaagde. Er wordt de eerste en tweede beklaagde aangewreven geen nauwlettende controle, leiding en nazicht op de werken te hebben uitgevoerd. Dergelijk verzuim is een persoonlijke en individuele fout of onvoorzichtigheid in hoofde van de zaakvoerder, die in rechtstreeks oorzakelijk verband staat met het ontstaan van het ongeval. “Beide beklaagden hadden tijdens het graven van de put op 17 januari 2022 kunnen anticiperen op de onveilige situatie. Zo had men een metalen of plastieken loopbrug met leuningen of enig ander veiliger signalisatiemateriaal in het bedrijf kunnen ophalen om de toestand aan de put maximaal te beveiligen. Gezien het tijdsverloop tussen het graven van de put (op 17 januari) en de verderzetting van de werken (voorzien op 26 januari) had men ruim de tijd om aan de gebrekkige signalisatie van de put en de onveilige situatie ter plaatse te verhelpen. Zowel de eerste als de tweede beklaagde bleef gans die tijd in gebreke en liet na om ook maar iets aan deze onveilige situatie te doen.”
Firma Verbraeken vrijgesproken
Ondanks een zogenaamde taakverdeling – waarbij de derde beklaagde naar eigen zeggen alleen instond voor graaf- en aansluitingswerken en niet voor het plaatsen van een veilige signalisatie op werfplaatsen – was de derde beklaagde (de werknemer dus) volgens de rechtbank wel degelijk verplicht om de uitgevoerde werken behoorlijk te signaleren en de (werf)put veilig achter te laten. Bovendien blijkt uit niets dat de derde en vierde beklaagde elk afzonderlijke taken hadden.
Samen met de derde beklaagde was de vierde beklaagde als ‘werfleider’ de daadwerkelijke uitvoerder van de werken ter plaatse. Hierdoor stond hij mee in voor de signalisatie en de beveiliging van de werf, waaronder de put op het voetpad. Het achterlaten van een dergelijk gebrekkig gesignaleerde put en onveilige toestand constitueert zijn gebrek aan voorzichtigheid en voorzorg. De bewering van de vierde beklaagde dat de signalisatie en beveiliging van de put na de werken op 17 januari 2022 door andere personen (aannemers) mogelijk werd gewijzigd, is niet bewezen. Ze wordt evenmin door enig objectief element uit het strafdossier aannemelijk gemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de vijfde beklaagde en de zesde beklaagde geen fout worden toegerekend in oorzakelijk verband met het ongeval. De verplichting om de veiligheidssituatie bij werken te beoordelen, ligt uitsluitend bij de uitvoerders van de werken ter plaatse én hun werkgever (in dit geval de eerste, tweede, derde en vierde beklaagde).
Boetes en schadevergoeding
De politierechtbank sprak volgende veroordelingen uit. DSS Infra krijgt een boete van 24.000 euro met uitstel voor een bedrag van 4.800 euro, dus 19.200 euro effectieve boete. De tweede beklaagde, de zaakvoerder, een gevangenisstraf van 3 maanden met uitstel en een geldboete van 2.400 euro. De werknemer een gevangenisstraf van 3 maanden met uitstel en een geldboete van 1.600 euro, de werfleider een gevangenisstraf van 3 maanden met uitstel en een geldboete van 2.000 euro. Aan de burgerlijke partijen werd een totale schadevergoeding van 42.265,94 euro toegekend.
“Het misdrijf van onopzettelijke doding is objectief gezien bijzonder ernstig. De strikte naleving van wettelijke veiligheidsverplichtingen van een werf ten aanzien van derden is een noodzakelijke voorwaarde voor het uitoefenen van professionele activiteiten. Van een professionele onderaannemer mag worden verwacht dat ze deze verplichtingen nauwgezet naleeft èn opvolgt”, is het oordeel van de politierechtbank.
Voor de familie is dit vooral een grote opluchting. “Met Maurice en Patrick waren we al twee broers verloren, samen met Piet zitten ze diep in ons hart. Ons ma reageerde erg emotioneel toen ze het hoorde”, zegt broer en VB-politicus Stefaan Sintobin. “Ook ik heb het niet droog gehouden bij de uitspraak. Dat is ook logisch, na drie jaar is er eindelijk gerechtigheid. Hoe erg dit ook allemaal is, onze familie komt er alleen maar sterker uit.”
Er is ook ruim 42.000 euro schadevergoeding toegekend. “Maar dat is niet het belangrijkste”, besluit Stefaan Sintobin. Hij beseft ook dat de veroordeelden nog een maand tijd hebben om in beroep te gaan. “Als ze dat doen, riskeren ze nog zwaardere straffen”, is hij van mening.