Assisen bonenmoord: Pieter Platteeuw vertelde aan politie op hoogstens negen jaar cel te hopen

Pieter Platteeuw vertelde aan de politie op een milde straf te hopen. © Foto BELGA

Op het assisenproces tegen Pieter Platteeuw (37) zijn vrijdagnamiddag de getuigenverhoren afgerond. Daaruit bleek dat de beschuldigde aan de politie spontaan vertelde dat hij op een milde straf rekende. Ook de problemen met zijn jongste zoon kwamen opnieuw aan bod.

Volgens inspecteur Thomas Vallaey maakte de beschuldigde een opgeluchte indruk toen hij op 22 mei 2019 bekentenissen had afgelegd bij de onderzoeksrechter. Op de terugweg naar de gevangenis van Ieper begon Platteeuw spontaan te vertellen over drugs in de gevangenis en over zijn familie. “Hij hoopte ook dat er rekening zou worden gehouden met zijn situatie.”

Hopen op enkelband

Concreet rekende de Lauwenaar blijkbaar op acht à negen jaar cel, zoals naar eigen zeggen in een vergelijkbare zaak. Na een reconstructie bij de politie klonk het in januari 2020 enigszins anders. Platteeuw verklaarde toen spontaan dat hij kon leven met een gevangenisstraf onder de twintig jaar. In afwachting van zijn proces hoopte hij ook tevergeefs op een enkelband.

Kort na zijn bekentenissen besliste de beschuldigde al om zich te laten begeleiden door een psycholoog. Dominiek D. ziet zichzelf als een soort vertrouwenspersoon. “Heel concreet heb ik Pieter leren kennen als iemand die achter een muur zit. Ik zou bijna zeggen dat hij ook geen woordenschat voor emoties heeft. Het was goed of slecht, maar nu merk ik meer nuance.” Volgens de psycholoog belandde Platteeuw in een soort tunnelvisie, omdat hij met zijn partner niet over hun problemen kon spreken. “Hij moet eigenlijk leren ruziemaken, leren opkomen voor zichzelf. Het minste conflict gaat hij uit de weg.”

Ook bij het gevangenispersoneel staat Pieter Platteeuw bekend als een stille en rustige gedetineerde. “Hij is heel ijverig, van de eerste tot de laatste minuut. Klaagt nooit, zaagt nooit. Ik heb eigenlijk niets negatiefs over hem te zeggen. Het is een modelgedetineerde in de werkplaats”, verklaarde een cipier. Van tuchtrapporten was volgens Hilde V. in Brugge geen sprake.

Extreme vechtscheiding

Pieter Platteeuw houdt vol dat hij de feiten pleegde omdat Dana Van Laeken zich agressief opstelde tegenover de kinderen. Vooral de situatie met zijn toen negenjarige zoon was een probleem. “Het was een extreme vechtscheiding, wat ertoe leidde dat de jongen toch wel helemaal in zichzelf gekeerd was. Hij slaagde er zelfs niet in om een glaasje water te vragen aan tafel”, verklaarde de psychologe die instond voor de ouderbegeleiding.

Ann D. vertelde dat de jongen niet zindelijk was en dat ondertussen ADHD werd vastgesteld. “Maar het is veel ruimer dan ADHD natuurlijk. Het was een getraumatiseerde jongen door de vechtscheiding.”

Tijdens de getuigenis werd ook benadrukt dat de beschuldigde en het slachtoffer de jongen gewoon gelukkig wilden zien. Na het eerste gesprek bleef Van Laeken wel afwezig tijdens de begeleiding. “Ik heb dan vernomen van Dana dat ze niet op de hoogte was van de gesprekken. Ze was daar verontwaardigd over.”

Stoelgangproblematiek

D. noemde het een gemiste kans, waarop een van de rechters aan de beschuldigde vroeg waarom hij zijn partner daar niet bij betrok. “Ik had het gevoel dat zij het nutteloos vond, omdat er geen beterschap was”, reageerde Platteeuw.

De jongste zoon van de beschuldigde werd uiteindelijk een tweetal jaar behandeld, maar zijn psychotherapeute wilde niet te diep op zijn problematiek ingaan. “Zelfs ten aanzien van mijn collega’s zeg ik niet alles. Ik heb hem ervaren als een heel pientere jongen, maar ook wel een heel stille en angstige jongen.”

Ook over de evolutie van de ondertussen dertienjarige jongen sprak Annelies C. zich slechts voorzichtig uit. “Ik ga ervan uit dat hij nog voor uitdagingen komt te staan en nog wel psychotherapie nodig zal hebben. Er was wel vooruitgang in zijn stoelgangproblematiek.”

Enthousiaste ouder

Platteeuw verklaarde dat het slachtoffer ook agressief uit de hoek begon te komen tegenover hun toen driejarige dochter. Haar kleuterleider had echter absoluut geen weet van problemen binnen het gezin. “Pieter was een enthousiaste, geïnteresseerde ouder. Ze was altijd met alles in orde, dat kan heden ten dage soms een beetje anders zijn.”

Manuel L. omschreef het meisje als een gesloten kind, dat wel openbloeide. Een verband met de dood van haar moeder zag hij niet. “We hebben haar zo goed mogelijk proberen op te vangen na het overlijden. Al bij al kon ze er toch goed mee omgaan en heeft ze het een plaats kunnen geven.”

Maandagochtend starten de pleidooien.

(BELGA)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.