WIN – Waar hangt onze drone?

© foto Kurt

Elke week stuurt onze fotograaf Kurt Desplenter z’n drone uit boven onze provincie en maakt unieke West-Vlaamse luchtbeelden. Weet jij boven welke (deel)gemeente deze foto werd genomen?

Dit wachtbekken werd gegraven om bij laagwaterstanden meer water naar zee te kunnen lozen via de sluizen vlakbij. Zomerwatervogels maken gebruik van de rietkragen om er te nestelen.

Weet jij waar de foto werd genomen? Laat het ons hieronder weten en maak zo kans op onze felbegeerde KW-sokken. Onderaan het artikel vind je de oplossingen van de voorbije weken.

Oplossingen van de voorbije weken

© foto Kurt

Wakken. (05/08/2022)

Al in de 18de eeuw werd gewag gemaakt van deze site, te midden een voormalig kasteeldomein dat al bijna 20 jaar eigendom is van de provincie. De voormalige hoeve herbergt een bezoekerscentrum en een cafetaria. Verderop vind je nog een speelbos en passeert ook De Mandel.

© foto Kurt

Knokke. (29/07/2022)

Hoewel Royal Zoute Golf ongetwijfeld het meest iconische is in West-Vlaanderen, is het toch niet het oudste. Maar geheel in de stijl van de inwoners vlakbij ‘hebben ze wel de grootste’.

© Foto Kurt

Marke (22/07/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de moestuin van het Kasteel van Marke.

Het kasteel werd gebouwd tussen 1802 en 1807 als zomerverblijf voor François van Ruymbeke (1770-1840) en zijn echtgenote Marie-Thérèse Delebecq (1768-1844). Samen baatten zij de lakenhandel Bethune & Fils van haar eerste echtgenoot Jean Baptiste Bethune (1757-1791) verder uit. François van Ruymbeke liet het belangrijkste deel van zijn patrimonium aan zijn schoonkinderen en zo bleef het kasteel eigendom van de familie de Bethune.

Het landhuis is één van de eerder zeldzame woningen in ons land, ontworpen in de sobere Directoire-stijl. Een blikvanger is de ronde trapzaal met een buitgengewone wenteltrap die boven naar de tweede verdieping spiraalt.

In de tuin vind je de volledig ommuurde moestuin en een in 1810 aangelegde orangerie terug, die tegenwoordig dienst doet als bibliotheek.

© Foto Kurt

Ooigem (15/07/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het sluizencomplex van Ooigem, waar het kanaal Roeselare-Ooigem uitmondt in de Leie.

Het 16,5 kilometer lange kanaal werd, na heel wat politiek heen- en weergetrek, gegraven tussen 1862 en 1872, min of meer parallel aan de Mandel, die nauwelijks nog bevaarbaar was. Over het kanaal kwamen heel op ophaalbruggen, zo onder meer aan de sluizen van Ooigem.

In de periode 1970-1980 werd het kanaal flink verbreed om scheepvaart tot 1.350 ton toe te laten,. En hiermee verdwenen meteen ook alle ophaalbruggetjes, die in de volksmond leuke namen gekregen hadden als de Geitjesbrug, de Zwaantjesbrug of de Wantebrug.

In Ooigem werd toen ook een nieuwe, moderne sluis gebouwd. Deze is ondertussen ook al 50 jaar oud en aan grondige renovatiewerken toe. Deze nieuwe sluis werd gebouwde naast de originele drietrapssluis, die een unieke constructie was in onze provincie.

Ze werd in 1973 buiten gebruik gesteld maar niet afgebroken. Onder meer onder impuls van Toerisme Leiestreek werd ze enkele jaren geleden helemaal weer opgeknapt, waarbij ook de originele bakstenen delen, die vroeger waren vervangen door beton, opnieuw in eer werden hersteld. Deze drietrapssluis wordt nu gebruikt voor de pleziervaart, maar ook als je niet vaart is ze zeker een bezoekje waard. Ze geeft ons ook een idee hoe smal het kanaal vroeger wel was.

© Foto Kurt

Zwevezele (08/07/2022)

De drone van KW-fotograaf bevond zich boven het kasteelpark in Zwevezele.

Het is vlak bij de markt gelegen en dus een aantrekkelijke groene long in het centrum van de gemeente.

Op deze plek stond oorspronkelijk een dubbel omwalde hofstede. Omstreeks 1440 werd deze vervangen door een waterburcht, die gebouwd werd in opdracht van Jan vanden Rijne. Dit versterkte kasteel had de vorm van een onregelmatige zevenhoek en had een dubbele omwalling. Een statige dreef, met aan weerszijden een herberg, leidde naar de markt. Omstreeks 1610 werd de oude burcht vervangen door een nieuw kasteel, de dubbele wal bleef behouden.

Omstreeks In 1816 werd dan begonnen met de bouw van het laatste kasteel, in opdracht van burggraaf en baron Pecksteen de Swevezeele. Hij liet de binnenwal en een stuk van de oostelijke buitenwal dichtgooien en liet heel wat aarde aanvoeren, waardoor het nieuwe kasteel drie meter hoger kwam te staan. Het gelijkvloers van het oude kasteel werd voor een stuk gebruikt als kelderruimte voor het nieuwe. Voor het kasteel lag een groot terras, met op beide uithoeken een grote sfinx. Er werd ook een koetshuis met paardenstallen en een klein badhuis of aubetje gebouwd.

In 1984 kon de gemeente Wingene het kasteelpark aankopen. Het gemeentebestuur liet het vervallen kasteel in 1985-‘86 afbreken om de gronden te verkavelen. Maar het koetshuis en het badhuis werden mooi gerestaureerd en zijn nog te bezichtigen.

© foto Kurt

Wijtschate. (01/07/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter cirkelde boven de Spanbroekmolenput, aan de Kruisstraat in Wijtschate.

De Spanbroekmolenput is de meest bekende van de 19 kraters die in de Eerste Wereldoorlog zijn ontstaan in 1917 tijdens de Tweede Slag om Mesen. In de vroege morgen van donderdag 7 juni 1917 werd de kam tussen de dorpen Wijtschate en Mesen, waarop de Duitsers zich hadden teruggetrokken, herschapen tot één schrikwekkend maanlandschap. Ruim 15 maanden lang hadden de Britten op grote diepte onder de Duitse linies een reeks van ondergrondse gangen en kamers uitgegraven. Deze werden volgepropt met wagonladingen vol springstof, die op die bewuste morgen alle tegelijkertijd tot ontploffing werden gebracht. De oorverdovende knal was tot vele tientallen kilometers in de omtrek hoorbaar. Hierdoor ontstonden er 19 enorme kraters, waarvan de meeste nog als vijver in het landschap terug te vinden zijn.

Bij deze stille getuige van een wreed verleden werd naderhand een bordje geplaatst met daarop : Uit een oorlogskrater groeide een vredesvijver. En dit gaf dan weer aanleiding tot de Engelse benaming ‘Pool of Peace’, die gaandeweg populairder werd. Rond de krater, die in 1992 als monument werd beschermd, liggen een aantal Britse militaire begraafplaatsen, zoals de Lone Tree Cemetery en de Spanbroekmolen British Cemetery.

Eigenlijk was het de bedoeling om op die dag 24 mijnen te laten ontploffen, maar één ervan werd door de Duitsers onschadelijk gemaakt. Een tweede ontplofte niet, maar kwam op 17 juli 1955 door een blikseminslag tot ontploffing. De drie andere liggen nog altijd onder de grond opgeslagen in de buurt van The Birdcage, aan de Wolvenweg in Waasten.

© foto Kurt

Menen. (24/06/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de splitsing van de oude en de nieuwe Leie, ter hoogte van de Sluizenkaai in Menen.

De oude Leie zie je rechts, en deze is na de rechttrekking van de meander in 1990 de grens met Frankrijk gebleven. Daardoor komt het dat het jachthaventje dat na deze Leiewerken werd aangelegd op het grondgebied van de Franse gemeente Halluin ligt en dus Port Fluvial genoemd wordt. Ook de aansluitende groenzone is Frans, maar de bebouwing erachter niet en de windmolen links in beeld ook niet, want de oude Leie maakt een grote bocht om de groenzone heen. Het vlaggenplein helemaal op de kop van het eiland is een ‘specialleke’, want strikt gesproken is dat nog net grondgebied Menen, omdat de oude Leie hier eerder al eens klein beetje verlegd geweest is.

Wat verderop op de oude Leie kan je het oude sluizencomplex van Menen zien. Het werd gebouwd in 1920-1921 en kon schepen tot 300 ton aan. Tegenover de sluizen lag een douanekantoor. Voor de scheepvaart was dit de grensovergang tussen België en Frankrijk. Sinds 1990 heeft de sluis geen betekenis meer. Op de oude sluizen werd een loopbrug gemonteerd, waarlangs je vanuit Menen te voet naar het haventje kan.

© foto Kurt

Izegem. (17/06/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het kasteel Wallemote, in de Kokelarestraat in Izegem.

Het kasteeltje ontleent zijn naam aan een vroegere heerlijkheid, die in 1399 door verkoop in handen kwam van de Heren van Izegem. Het werd in 1913 gebouwd in opdracht van de familie Vanden Bogaerde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het door de Duitsers tijdelijk gebruikt als gevangenis. Na de Tweede Wereldoorlog werd het verkocht aan borstelfabrikant Raymond Werbrouck-Peers en in 1952 kwam het in handen van het Izegemse Sint-Jozefscollege, dat het gebruikte als sportcomplex en huisvesting voor de internen van de hoogste jaren. Sinds 1997 is het Izegemse stadsbestuur eigenaar van het kasteel, de provincie West-Vlaanderen van het park.

Ongeveer gelijktijdig werd naast Wallemote ook het kasteel Wolvenhof gebouwd, eveneens door de familie Vanden Bogaerde. Beide kastelen hadden een gemeenschappelijke conciërgewoning aan de Kokelarestraat. Op vandaag is het kasteel Wolvenhof eigendom van de Provincie, die nog altijd worstelt met de restauratie en de bestemming ervan. De parken van de beide kastelen werden samengevoegd tot het provonciedomein Wallemote-Wolvenhof, dat ondertussen ook al is uitgebreid en een fijne groene long geworden is in deze bosarme regio.

© foto Kurt

Zwevegem. (10/06/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich aan de Mortiersmolen in Zwevegem. Hij is gelegen op het einde van de Twee Molensstraat, die haar naam dankt aan het feit dat er in het begin ervan nog een molen staat, namelijk de Stenen Molen. Allebei staan ze op een hoogte van 32 meter, iets verheven ten opzichte van de nabije dorpskom.

Over de geschiedenis van de Mortiersmolen lopen de versies uiteen, en dit komt omdat hij nogal eens verward wordt met een nog andere molen die hier vroeger in de buurt stond, en waarvan stukken zijn hergebruikt bij de bouw van de Mortiersmolen, in het einde van de 18de of het begin van de 19de eeuw.

Hij is om twee redenen vrij uniek : vooreerst is het een van de weinige driezoldermolens in Oost- en West-Vlaanderen. Dit type staakmolen ontstond door het ontdubbelen van de eerste (of onderste) zolder in een onderzolder met geringe hoogte (gebruikt voor opslag van zakken graan en meel) en daarboven de meelzolder.

Verder is de Mortiersmolen een van de laatste houten staakmolens in Vlaanderen met volledig verdekkerde wieken. Dit is een systeem dat in de jaren 1920 werd geïntroduceerd in Nederland en was bedacht door A.J. Dekker. Daarbij worden de wieken voorzien van gestroomlijnde gegalvaniseerde zinken of aluminiumplaten, met als bedoeling het rendement van de molen te verhogen. Het was in 1935 dat de Mortiersmolen als een van de eerste in Vlaanderen overging op dit soort wieken. Het procedé is echter nooit volledig doorgebroken, omdat het ook een nadeel heeft : verdekkerde wieken mogen niet volledig in de wind worden gezet worden om te draaien, en doordoor staat de vangzijde, dit is de rechter zijkant van de molenkast, vaak in wind en regen. Om een snelle aftakeling te vermijden, werden de planken aan de vangzijde van de Mortiersmolen in de loop der jaren vervangen door gegalvaniseerde platen.

De Mortiersmolen is al beschermd sinds 1944.

© foto Kurt

Voormezele. (03/06/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het kasteel Elzenwalle, aan de Kemmelseweg in Voormezele.

De geschiedenis van dit kasteel, dat vooral opvalt door zijn achthoekige spitse toren, zou volgens sommige bronnen teruggaan tot de 16de eeuw. De familie de Gheus was al die tijd de eigenaar. In 1696 werd ze in de adelstand verheven en vanaf de 19de eeuw mocht ze d’Elzenwalle aan haar naam toevoegen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog zag het kasteel er heel klassiek uit. Aan de straatzijde was er toen ook een klein gehuchtje dat ‘De Plas’ werd genoemd, een verwijzing naar de grote waterpartij tussen het kasteel en de straat. Het bestond uit enkele woningen voor het kasteelpersoneel en onder meer een smidse met wagenmakerij, een bakkerij, een cichorei-ast en een herberg. Dit alles gebouwd in opdracht van de kasteelheer, met het baksteenoverschot van de nabijgelegen steenbakkerij. Vandaag is dit alles helemaal verdwenen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het kasteel grondig verwoest. In 1921 werd het herbouwd, naar een vrij eigenzinnig ontwerp van Ernest Blerot, die door huwelijk eigenaar was geworden van het kasteel. Het is toen dat de fameuze achthoekige open koepel boven de inkomhal werd opgetrokken. In deze koepel, die in de volksmond De Pinhelm wordt genoemd, kwam er een windgenerator.

In de daarop volgende jaren kwam het kasteel door huwelijk met Monique Blerot de Gheus d’Elzenwalle in handen van de familie le Fevere de Ten Hove. In de jaren 1950 kwam de plaatselijke Scouts, waar hun zonen lid van waren, regelmatig in het kasteelpark spelen en ‘verkennen’. Zoon Benoit werd later werkzaam als pater Salesiaan in Brazilië. Zijn broer Simon was lekenhelper bij de Yanomami Indianen in Brazilië. Hij werd op 10 september 1995 in Manaus vermoord.

Het kasteel Elzenwalle werd in 1994 verkocht aan Paul Gheysens van de bouwfirma Ghelamco. Daarna ging het echtpaar le Fevere de Ten Hove in de Maaldestedestraat in Zillebeke wonen, om later naar Anderlecht te verhuizen.

© foto Kurt

Wingene. (27/05/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond in de buurt van de gebouwen de Radiomaritieme Diensten, in de volksmond Belradio, in Wingene.

In 1921 besloot de Belgische overheid om onder de naam SCRE een dienst voor radioberichtgeving met grote actiestraal op te richten, met het doel België te verbinden met het toenmalige Belgisch-Congo en Amerika. Op een bebost terrein van ongeveer 100 hectare op het grondgebied Ruiselede en Wingene werden hiertoe niet alleen indrukwekkende zendmasten (tot 284 meter hoog), maar ook een opvallend dienstgebouw in art-décostijl opgericht. De werken begonnen in 1923, de eerste steen werd door koning Albert I gelegd op 19 december.

De eerste radiotelegraafverbinding, Brussel-New York, werd op 3 oktober 1927 ingehuldigd : de eerste berichten met de wegaanduiding ‘via Belradio’ bereikten rechtstreeks Amerika. Op 1 september 1928 werd de radiotelegraafdienst met de kolonie op korte golven geopend, en snel kwamen er ook verbindingen met de voornaamste Europese steden. Vanaf het prille begin werden de zenders ook gebruikt voor verkeer met schepen op grote afstand.

De installaties werden tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield en weggevoerd. Onmiddellijk na de bevrijding werd gestart met de heropbouw. In de loop der jaren werden de zendinstallaties en het antennepark geregeld aangepast aan de snel evoluerende technische ontwikkelingen. Door het alsmaar groeiende aandeel van de maritieme diensten in de exploitatie van het zendcentrum en de vermindering van het zogenaamde punt-tot-puntverkeer, werd het SCRE in 1972 in de Radiomaritieme Diensten geïntegreerd.

In zijn gloriejaren zorgde het SCRE voor een zekere tewerkstelling in dit afgelegen gebied. Die bracht ook een sociaal leven met zich mee, in de zogenaamde Belradio Club. Op het kruispunt wat verderop is er op vandaag nog altijd café De Radio, destijds dé stamkroeg van al wie bij het SCRE werkte.

© foto Kurt

Ramskapelle en Dudzele. (20/05/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het Schipdonk- en het Leopoldkanaal, op de grens tussen Ramskapelle (Knokke-Heist) en Dudzele (Brugge).

De plaats in vrij goed herkenbaar doordat de haven van Zeebrugge (rechts op de foto) hier reikt tot aan de oever van het Schipdonkkanaal.

Het Schipdonkkanaal, dat officieel ‘afleidingskanaal van de Leie’ heet, werd gegraven van 1846 tot 1860 en verbindt de Leie in Deinze met de Noordzee in Zeebrugge. Het moest ervoor zorgen dat de stad Gent gespaard bleef van overstromingen, én dat het sterk vervuilde water van de Leie, die tot 1943 gebruikt werd om vlas in te roten, niet door Gent stroomde. Vandaar dat het Schipdonkkanaal al snel de bijnaam ‘De Stinker’ kreeg. Van Maldegem tot Zeebrugge loopt het Schipdonkkanaal pal naast het Leopoldkanaal

Dat kanaal werd gegraven tussen 1843 en 1854, als afwateringskanaal van de polders aan de Nederlandse grens, die veel te vochtig stonden nadat Nederland de afwatering had afgesloten toen België zijn onafhankelijkheid had uitgeroepen. Oorspronkelijk zou het kanaal van Heist-aan-zee lopen tot in Zelzate, om daar uit te monden in het kanaal Gent-Terneuzen. Maar de plannen wijzigden naderhand, en het kanaal stopte ergens in het middle of nowhere aan de Nederlandse grens in Boekhoute. Later werd het via de Nederlandse Isabellavaart nog verbonden met de Westerschelde, maar deze verbinding is ondertussen weer verbroken. Het Leopoldkanaal voert dus enkel heel zuiver polderwater naar zee, en kreeg daardoor de bijnaam ‘De Blinker’.

Zowel De Blinker als De Stinker zijn hier niet bevaarbaar, maar er bestaan plannen om ze om te vormen tot een duwvaartkanaal. Plannen die overigens op heel fel protest stoten, gezien de grote landschappelijke waarde van deze twee vaarten in het noorden van West- en Oost-Vlaanderen.

© foto Kurt

Wingene. (13/05/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de vroegere conciërgerie met koetshuis van het kasteel Wildenburg in Wingene.

Het kasteel van Wildenburg werd door baron Frederic van der Bruggen in 1860 gebouwd, en omgeven door een mooi park met toegangsdreef naar de weg van Wingene naar Beernem. Aanvankelijk liep ook de Blauwhuisbeek door dit park, maar de loop van deze beek werd later verlegd, al bleef er een vijver bestaan op de afgekoppelde vroegere loop.

Het kasteel is uiteindelijk geen lang leven beschoren geweest, want het werd in 1985 al afgebroken. Tegelijk werd de conciërgewoning met koetshuisvleugel grondig gerestaureerd en omgebouwd tot een woning.

Het gehucht Wildenburg is overigens veel ouder dan dat kasteel, de geschiedenis ervan gaat terug tot 1365. Het groeide uit tot een kern met vrij veel voorzieningen. In de tweede helft van de 19de eeuw heeft familie van der Bruggen ook heel veel betekend voor Wildenburg. Zo liet ze onder meer de kapel bouwen die ten grondslag lag aan de oprichting van de parochie, richtte ze er een jongensschool op en nam ze ook het initiatief voor het Sint-Theresia Instituut, een tehuis voor 60 bejaarden.

Vandaag kennen we Wildenburg vooral als een leuk toeristisch plekje in het groen, waar je heerlijk kan wandelen, maar vooral ook lekker kan eten in drinken in de diverse horecazaken.

© foto Kurt

Staden. (06/05/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de vakantiehoeve ‘Open Huis’, aan de Ieperstraat in Staden.

Een vierkantshoeve op de Stadenberg werd in de voorbije jaren door de familie Maertens-Deboutte geleidelijk aan uitgebouwd tot een site met enerzijds één groot vakantiehuis en anderzijds een aantal losse vakantiewoningen. Open Huis Vakantiehoeve is vooral ook bekend als actieve schapenboerderij waar zeldzame schapenrassen gekweekt worden.

Met dit alles kan het grote publiek jaarlijks kennismaken tijdens de groots opgezette happening ‘Schone schaapjes’, die binnenkort na twee jaar onderbreking opnieuw plaatsvindt, in het Pinksterweekend.

Vanuit het Open Huis kan je ook heel wat mooie fietstochten maken. De recreatieve Vrijbosroute, op de bedding van de vroegere spoorlijn Ieper-Torhout, is hiervoor de perfecte uitvalsbasis.

© foto Kurt

Torhout. (29/04/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het vroegere openluchtzwembad op het domein Groenhove in Torhout.

De naam Groenhove verwijst naar het gelijknamige jachtpaviljoen dat hier in 1867-’68 werd opgetrokken door Bruggeling Richard Vande Walle. In 1949 wordt het door de oorlog beschadigde kasteeltje afgebroken, enkel het boswachtershuis is daarna nog een tijd blijven bestaan.

Omstreeks 1955 verwerft het bisdom Brugge via drie dochters Vande Walle, die kloosterzuster waren, 33 van de 100 hectare van Groenhove. Onder impuls van bisschop Emiel-Jozef De Smedt wordt daar het diocesaan centrum ‘Virgo Fidelis’ uitgebouwd, dat aanvankelijk was bestemd als ontspanningshuis voor vrouwelijke religieuzen. De eerste steen werd gelegd op 13 oktober 1955.  In 1957 werd het ontspanningshuis, het huidige ‘Vijverzicht’, geopend. Op 6 januari 1958 is de grote kapel voltooid en wordt het noviciaat geopend, de huidige vleugel ‘Beukenhof’. In 1959 gaat hier ook een retraitehuis open, het huidige ‘Bloemenpand’. In het park werd daarna een sportterrein aangelegd, met onder meer een open zwembad van 60 bij 40 meter, en een roeivijver. Met de grond van de uitgegraven vijver werd een amfitheater gebouwd.

Het zwembad was echter maar een kort leven beschoren, want na enkele jaren werd het buiten gebruik gesteld nadat zuster Raymonde, een kloosterlinge van de congregatie van Opwijk, erin was verdronken. Sindsdien heeft de natuur weer een stukje bezit genomen van deze site.

© foto Kurt

Zuienkerke. (22/04/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het mottekasteel en hoeve Cleyhem, aan de Nieuwe Steenweg in Zuienkerke.

Deze site is een zeldzaam voorbeeld van een bewaarde opperhof-neerhof-site, waarbij het kasteeltje gebouwd is op een motte en omringd wordt door een gracht, en de bijhorende boerderij zich ten oosten van dit kasteel bevindt, met oorspronkelijk een eigen gracht. De huidige gebouwen van het kasteel zijn volgens de literatuur 17de-eeuws, met belangrijke verbouwingen in de 18de eeuw en renovatie in de jaren 1960. De hoeve werd midden de 19de eeuw volledig heropgebouwd, en werd in de tweede helft van de 20ste eeuw aangevuld met nieuwe bedrijfsgebouwen. Omstreeks 1848 werd de site nog aangevuld met een koetshuis.

De geschiedenis van het Hof Cleyhem gaat meer dan duizend jaar terug in de tijd. Het wordt al vermeld in 975, in een geschrift dat de schenking van het hof vermeldt door graaf Theodoricus en zijn vrouw Hildegardis aan de Sint-Pietersabdij van Gent. De naam is een verbastering van ‘Clehiham’, wat betekent : landtong uitspringend in overstromingsgebied.

De heerlijkheid van Cleyhem, die bestaat uit een kasteel en een hofstede afhankelijk van de Burg van Brugge, wordt al vanaf het begin van de 12de eeuw vermeld. De eerste bekende heer van Cleyhem is Bertulf, geciteerd in een schepenakte van de stad Brugge in 1171.

© foto Kurt

Nieuwpoort. (15/04/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de jachthaven van Nieuwpoort.

In de monding van de IJzer is vanaf eind de jaren 1930 al een jachthaven gelegen. Tussen 1974 en 1979 werd deze met de aanleg van het insteekdok ‘Novus Portus’ uitgebreid tot de huidige Eurojachthaven, die meer dan 2.000 ligplaatsen telt. Hiermee is Nieuwpoort de grootste plezierhaven van Noord-Europa. Maar liefst drie jachtclubs zijn hier gevestigd. Ze bieden elk een brede waaier aan activiteiten, zeilstages en -lessen. Wie liever op het droge blijft, is welkom in een van hun clubhuizen. Alle hebben ze een leuk terras, met uitzicht op de haven.

Ondertussen zijn er ook plannen voor een nog grotere capaciteit, met ook plaatsen voor grotere boten. Aan een nieuw dok tussen de Koninklijke Baan en het natuurgebied IJzermonding komt er een nieuw stuk jachthaven, met plaats voor 500 boten. Deze nieuwe haven moet de attractiepool worden van een nieuw stadsdeel, waar ook horeca, handelszaken en een woontoren van 14 verdiepingen hoog zullen komen.

© foto Kurt

Oeselgem. (08/04/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich in Oeselgem, boven de Olsenebrug over de Leie, op de gewestweg N459 van Dentergem naar Olsene.

Deze brug werd aangelegd bij de jongste rechttrekking van de Leie, in 1972. De oude loop van de Leie, die heel erg kronkelend was, is hier nog altijd de gemeente- en de provinciegrens. Rechts op de foto zie je nog een stuk van de Oude Leie dat bewaard is gebleven. Het groene veld tussen de Oude en de nieuwe Leie ligt op het grondgebied Olsene (gemeente Zulte, provincie Oost-Vlaanderen), dat bijna tot aan de kerk van Oeselgem komt. Deze kerk zie je in de verte op de foto liggen.

In het centrum van Oeselgem staat een monumentje in roestkleurige staalplaat, ontworpen door Luc Taelman, dat verwijst naar de grote rol die de Leie voor Oeselgem als vlassersdorp heeft gespeeld. Je ziet er ook duidelijk op afgebeeld hoe bochtig de loop van de Leie hier voeger wel was.

© foto Kurt

Sint-Andries. (01/04/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de hoeve Kartuizerinnegoed, aan de Oude Sint-Annadreef in Sint-Andries.

Van 1350 tot 1580 was hier, met enkele onderbrekingen, het kartuizerinnenklooster Sint-Anna-ter-Woestijne gelegen. Binnen een brede omwalling stond een klooster met een vierkante binnentuin, omgeven door kloostergangen met aansluitend de kapel, de refter, de kapittelzaal, de keuken en de bergplaats. Het klooster werd gebouwd op een stuk grond dat gekocht werd van de Sint-Andriesabdij, toen nog in het centrum van Sint-Andries. Dorre woestijnachtige grond, wat ervoor zorgde dat door de volksmond al snel ‘ter Woestijne’ werd toegevoegd aan de kloosternaam. Maar ook in de officiële naam stak een verwijzing : de keuze voor Sint-Anna is te verklaren uit een legende die wil dat Anna rouwde in de woestijn en daar een boodschap ontving van God.

Tijdens de godsdienstoorlogen werd het klooster grondig verwoest, wat meteen ook het einde van Sint-Anna-ter-Woestijne betekende. De zusters zochten hun toevlucht in Brugge, waar ze in de Gillis Dopstraat, de huidige Kartuizerinnenstraat, vanaf 1607 een volwaardig klooster uitbouwden. Ze bleven er  tot de afschaffing van de Kartuizersorde door keizer Jozef II in 1783.

Op de plaats van het vroegere klooster in Sint-Andries werd in de 18de eeuw een hoeve gebouwd. Ze is bekend omwille van haar witgeschilderde baksteen en de lange populierendreef die er naartoe leidt. In de jaren 1980 werd ze grondig verbouwd, en op vandaag is er een architectenbureau in gevestigd.

© Foto Kurt bvba © Foto Kurt

Oostrozebeke (25/03/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de Mandel, ter hoogte van de Dentergemstraat in Oostrozebeke.

De Mandel, die ontspringt in Passendale en via Roeselare en Izegem naar de Leie loopt, associëren wij eerder met een vuile rivier in een sterk geïndustrialiseerd gebied. Zeker nadat de Mandel, die zowat een open riool was geworden,  begin de jaren 1970 over ettelijke kilometers lengte werd ingekokerd om er de industriezones ‘De Pilders’ en ‘Mandeldal’ op aan te leggen. De rivier was tot in de 17de eeuw bevaarbaar voor kleine boten, maar heeft elke betekenis verloren toen vanaf 1862 het parallelle kanaal Roeselare-Ooigem werd gegraven.

Bij de nadering van zijn monding, in Sint-Baafs-Vijve, loopt de Mandel toch nog langs enkele schilderachtige hoekjes, zoals hier nabij de grens van Oostrozebeke met Markegem, waar ook nog enkele restanten van vroegere meandertjes te zien zijn. Wat verderop loopt De Mandel langs het provinciedomein Baliekouter in Wakken, dat vanaf 1994 werd aangeplant en tien jaar later openging.

Ondertussen is de voorbije 15 jaar ook hard gewerkt aan de herwaardering van dit stuk Mandel als landschappelijke en recreatieve as.  Zo kwam er een o.m. een Mandeldalfietsroute en ook het fietsnetwerk Leiestreek passeert hier.

Hooglede. (18/03/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich bij de watertoren aan de Kleine Noordstraat in Hooglede.

Met zijn 27 meter hoogte is deze toren is niet erg hoog, maar hij is conisch gebouwd.  Onderaan heeft hij een toelopende vorm, bovenaan is hij heel breed. Waardoor het volume snel toeneemt en de toren een totale inhoud heeft van 2 miljoen liter. Hiermee is hij de grootste van West-Vlaanderen.

Deze conische torens, die typisch zijn voor de jaren 1980, komen in onze provincie niet zo vaak voor. Met de bouw van de watertoren in Hooglede werd gestart in 1990, in 1992 werd hij in gebruik genomen. Na deze van Koolskamp, die 10 jaar later werd gebouwd, is hij de tweede jongste West-Vlaamse watertoren. Hij is nog altijd in gebruik door De Watergroep, en uiteraard staan er tegenwoordig ook zendmasten op van de telecomoperatoren.

© foto Kurt

Egem. (11/03/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich in de buurt van de zendmast van de VRT aan de Vliegveldweg in Egem.

Met zijn 305 meter hoogte is deze mast een van de hoogste, mogelijk zelfs dé hoogste constructie in ons land.

De zendmast werd gebouwd in 1973, toen de toenmalige BRT overschakelde op kleurentelevisie.  Hij moest de verouderde VHF-zender van Aalter uit 1958 vervangen, in de volksmond bekend als ‘Ruiselede’, omdat hij vlak op de grens stond.

Aanvankelijk bevatte de zendmast van Egem, die bedoeld was om zowel Oost- als West-Vlaanderen te dekken, enkel een TV-zender en drie zenders voor de toenmalige radiostations : BRT 1, BRT 2 en BRT 3. Naarmate er nieuwe radio- en TV-stations bijkwamen, werd dit uitgebreid. Toen in oktober 1983 op BRT 2 de regionale ontkoppeling werd ingevoerd, moest er op de mast in Egem in allerijl een extra zender bijkomen om West- en Oost-Vlaanderen te kunnen uitsplitsen. Hierbij werd de traditionele frequentie van BRT 2 (98,6 MHz, in die tijd vooral ook bekend als ‘kanaal 39’) toegewezen aan Oost-Vlaanderen en moest onze provincie het stellen met een iets zwakkere zender op 100.1 Mhz. Dit verklaart waarom zelfs op vandaag nog heel wat West-Vlamingen op Radio 2 Oost-Vlaanderen terechtkomen tijdens de ontkoppeling.

In 2006 heeft de VRT zijn zendinfrastructuur geprivatiseerd, waardoor de zendmast van Egem op vandaag in handen is van het Noorse Norkring. Sindsdien draagt de mast ook zendantennes voor commerciële radiostations als QMusic, Joe FM, Topradio, Nostalgie en VBRO. En natuurlijk ook heel wat antennes van gsm-operatoren. In maart 2016 werd ook een nieuwe DAB+-zender voor radio in gebruik genomen, die 15 stations digitaal de ether in stuurt. TV-zenders zijn er ondertussen niet meer op de mast van Egem, sinds de VRT in 2018 stopte met analoge TV-uitzendingen via de ether.

© foto Kurt

Sint-Andries. (04/03/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het domein Beisbroek aan de Zeeweg in Sint-Andries.

Het domein wordt al vermeld in de 7de eeuw. Toen maakte het deel uit van het Merovingische kroondomein Snellegem. In de 9de eeuw kwam het in handen van Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen. Vanaf 1115 werd Beisbroek bezit van de Sint-Andriesabdij. De monniken wilden dit woeste gebied omzetten in akkers, maar dat verliep moeizaam. 500 jaar later waren er op het domein nog altijd maar vijf kleine hoeven. Een daarvan, de hoeve Leghuut, bevond zich in het midden van het huidige Beisbroekpark. De Leghuutput en een aantal diepe grachten zijn op vandaag nog getuigen van deze hoeve.

In 1798 werd het domein openbaar verkocht, en omstreeks 1835 werd het huidige kasteel Beisbroek gebouwd door de burggraaf Edouard de Nieulant, die op dat moment ook burgemeester was van Sint-Andries. Hij legde ook het omringende park aan. In 1973 werd het domein van bijna 100 hectare groot aangekocht door de stad Brugge. Enkele jaren later werd het opengesteld als park, en het kasteel werd ingericht als natuurcentrum. In de voormalige remisegebouwen kwam een tearoom. Je kan ook een bezoekje brengen aan Cozmix, de volkssterrenwacht.

Beisbroek is een geliefd wandel- en picknickbos. Echt stil is het er echter nooit, want vlak naast het domein raast dag en nacht het drukke verkeer van de snelweg E40 voorbij.

Ieper. (25/02/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het oude openluchtzwembad van Ieper.

Na de ontmanteling van de vestingen door de Belgische staat in 1855, worden de nieuwe beschikbare terreinen aan de stad Ieper overgedragen. In ruil moest de stad op eigen kosten een zwembad aanleggen, waar de garnizoenstroepen op bepaalde tijden gratis gebruik konden van  maken. Toch duurt het tot 1883 eer een ontwerp van architect Heyninx aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd. Het voorziet in een zwembadcomplex van 2.700 vierkante meter, op het einde van de vestingen aan de vroegere Torhoutpoort.

De officiële opening vindt plaats op 25 juni 1885. Op een perspectieftekening uit 1886, met opschrift ‘Ville d’Ypres. Bassin et Ecole de Natation’, is de zuidkant en een gedeelte van de oost- en westkant te zien. Twee poorten geven toegang tot het zwembad met aan de zuidkant een verhoogd terras. Op dat terras staan de houten badhokjes, geflankeerd door dwars geplaatste chaletjes. Enkele trappen geven toegang tot het bad, het klein bad bevindt zich dan aan de westkant.

De bodem van het eerste, eerder primitieve bad is onverhard en dus onveilig en onhygiënisch Tien jaar later wordt de bodem van het klein bad in beton gegoten en gecementeerd. Na de verdrinkingsdood van vier militairen laait de discussie over de veiligheid van het groot bad op en wordt voor de verharding van de bodem gepleit. Uiteindelijk resulteert de hele polemiek in het aanstellen van een redder in 1899. Verdere verbetering van de accommodatie wordt uitgesteld.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog loopt het zwembad zware schade op. Na de oorlog wordt het door de geallieerde troepen opgelapt. De Ieperse architect Leclercq krijgt de opdracht tot het ontwerpen van een nieuw complex, waarbij het centrale zwembad wordt omgeven door lage, horizontale gebouwen met alle nodige infrastructuur en zonneterras met lig- of speelweiden. Pas in 1929 zijn de werken klaar en kan het zwembad officieel worden heropend, met een zwemfeest, wedstrijden en een waterpolopartij. In dat jaar wordt ook de Royal Ypres Swimming Club opgericht.

In 1938 worden grootse uitbreidings- en verbeteringswerken uitgevoerd. In 1942 wordt even overwogen om het zwembad te overdekken, maar zonder gevolg. Dat idee wordt in 1960 hernomen, wat in 1968 resulteert in de plaatsing van een verwarmingsinstallatie.

Uiteindelijk kiest de stad Ieper ervoor om een heel nieuw overdekt zwembad te bouwen aan de Leopold III-laan. Het gaat open in 1975, waarmee het lot van het open zwembad meteen bezegeld is. Gaandeweg zijn er minder bezoekers, en er wordt nauwelijks nog geïnvesteerd. Ondanks protest van de bevolking en een petitie met 4.500 handtekeningen moet het zwembad in 2001 sluiten omdat het niet meer beantwoordt aan de milieunormen.

In de zomer van 2005 krijgt de site een nieuwe bestemming als stadsstrand. Het ondiepe bad wordt opgevuld met aarde en bedekt met een laag duinzand, het grote bad doet nu dienst als vijver met fontein en loopbrug. En op het zuidterras wordt een chalet opgetrokken met daarin een restaurant en cafetaria.

Ondanks het negatieve advies van de stad, wordt de oude zwembadsite in 2009 als erfgoed beschermd. Wat meteen het einde betekent voor Ieper-strand en waarna de algehele verloedering zich inzet. Om uit de totaal uitzichtloze situatie te geraken, heeft erfgoedminister Diependaele in oktober vorig jaar de bescherming tijdelijk opgeheven. Dit moet de stad Ieper toelaten een nieuwe bestemming te zoeken voor deze site, en maakt ook de herinrichting van de oostelijke stadsgrachten mogelijk, in functie van een betere waterafvoer.

© foto Kurt

Merkem. (18/02/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de plaats waar vroeger het Fort Knocke stond, helemaal in een uithoek van Merkem.

Fort Knocke werd omstreeks 1590 als militaire vestiging gebouwd door de Spaanse veldheer Alexander Farnese. Het ontleende zijn naam aan het kleine gehuchtje Knokke, bij de monding van de Ieperlee in de IJzer. Eigenlijk was dit fort niet veel meer dan een aarden versterking, opgetrokken om de plunderende Oostendenaars tegen te houden, die het Spaanse rijk bedreigden. Maar niet alleen de Oostendenaars maakten het de Spanjaarden lastig, ook de Fransen rukten op in noordelijke richting en konden het fort helemaal in handen nemen in 1678.

Meteen gaf koning Lodewijk XIV dan opdracht om het fort helemaal te versterken en uit te bouwen tot een speerpunt in de noordelijke verdedigingslinie van het Franse rijk. Het was de bekende vestingbouwer Sébastien le Prestre de Vauban die hiervoor werd aangesteld. De man die we ook kennen van de vestingen in Ieper, maar naar verluidt vond hij zelf het Fort Knocke een van zijn beste verwezenlijkingen. Typisch voor zijn bouwstijl zijn de stervormige omwallingen, en die werden ook hier aangelegd. Hij liet stroomafwaarts op de IJzer ook een dijk bouwen, waarmee de omgeving van het fort onder water kon worden gezet.

Maar hoe sterk en ingenieus ook, toch werden de Fransen in 1712 uit dit fort verdreven, door… jawel, de Oostendenaren. Zij werkten evenwel in opdracht van de Hollanders, waardoor het fort voortaan gebruikt werd om de zuidgrens van de Oostenrijkse Nederlanden te verdedigen. Omstreeks 1785 vond de Oostenrijkse keizer Jozef II dat het fort niet langer militaire waarde had. Hij liet het met de grond gelijk maken, en gaf de terreinen aan de plaatselijke landbouwers.

Sinds 1995 zijn de resten van het fort beschermd. De stervormige grachten van het oostelijk deel, dat in handen is van de overheid, werden opnieuw open gegraven en zijn mooie stukken natuur geworden. Het westelijk deel van het vroegere fort is in privé-handen. Na vele decennia van wapengeweld regeren hier nu de rust en de stilte, in dit haast godvergeten gehuchtje waar drie vroegere gemeenten samenkomen : de overzijde van de Ieperlee is grondgebied Reninge en de overzijde van de IJzer grondgebied Nieuwkapelle. Maar het fort zelf was dus Merkem, al had het nooit een band met dit dorp.

© foto Kurt

Boezinge. (11/02/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het sas van Boezinge, gelegen op de Ieperlee.

De Ieperlee werd als gekanaliseerde waterloop al aangelegd in de Middeleeuwen, om de lakennijverheid in Ieper van een haventje te kunnen voorzien. Vrij primitief allemaal, want in Boezinge was de vaart onderbroken wegens een hoogteverschil, en moesten de schepen met overtomen over het land gesleept worden om in het lager gelegen deel van de vaart te geraken.  Tussen 1636 en 1641 werd de Ieperlee verbreed tot een kanaal van 30 meter breedte en werden de overtomen vervangen door een sluizencomplex, waarmee een hoogteverschil van 5,50 meter kon worden overbrugd.

De sluizen werden ontworpen door Bartholomeus de Buck en waren in hun tijd uiterst modern. Ze bevatten een hoog- en een laagwaterreservoir, waarmee een deel van het voor het schutten benodigde water kon worden opgevangen en hergebruikt. Dit was nodig omdat er in de zomer vaak gebrek aan water was. De sluis kreeg later ook een belangrijke militaire waarde, want ze regelde de waterbevoorrading van de vestingen van Ieper, die vanaf 1695 door de bekende Franse militaire architect Vauban werden ontworpen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het sas van Boezinge helemaal verwoest. Bij de wederopbouw werd geopteerd voor twee sluizen: een op de originele plaats van het sas en een meer in het centrum van Boezinge, ter hoogte van de brug van de vroegere spoorlijn 63. De nieuwe sluis op de plaats van het oude sas was nagenoeg dezelfde als de vorige, maar wel de aanwezige Atrechtse zandsteen verwijderd en gebruikt voor de herbouw van de Lakenhalle van Ieper. Deze zandsteen werd vervangen door beton.

Al van in 1572 was langs de Ieperlee de brouwerij ‘De Bauw Overdragh’ gevestigd, die na de uitbouw van het sas de naam ‘Brouwerij Het Sas’ aannam. Ook deze werd tijdens de Eerste Wereldoorlog helemaal vernield en heropgebouwd in het centrum van Boezinge. Vandaag kennen we ze als Brouwerij Leroy, maar ze brengen nog altijd hun… Sas Pils op de markt.

In 1842 werden er in Boezinge meer dan 2.000 boten versast, maar ondertussen heeft de Ieperlee geen enkele economische betekenis meer en dienen de sluizen enkel nog voor de pleziervaart. Maar de Boezingenaren zijn nog altijd trots op hun sas(sen), want zo heet de plaatselijke voetbalclub bijvoorbeeld…. Sassport Boezinge.

© Foto Kurt

Westende. (04/02/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de beachclub De Kwinte, aan de Koning Ridderdijk in Westende.

Binnen enkele maanden wordt daar het tienjarig bestaan gevierd, want het was eind juni 2012 dat burgemeester Michel Landuyt en provinciegouverneur Carl Decaluwé het gloednieuwe gebouw mochten inhuldigen. Maar ook daarvoor werd op deze plaats al vele jaren gesurft, en had de surfclub er een container staan om zijn materieel op te bergen. Er werd al lang van gedroomd om hier een eigen clubhuis te kunnen optrekken, maar dat bleek stedenbouwkundig helemaal niet evident.

Vanaf 2003 zette ook het gemeentebestuur van Middelkerke zijn schouders onder het project, en enkele jaren later kon met de ‘Dienst der Kust’ een overeenkomst worden bereikt : eerst om te bestaande toestand te regulariseren, en een paar jaar later ook voor de bouw van een heus clubhuis. In mei 2006 kon de bouwaanvraag worden ingediend, maar toch duurde het nog vier jaar eer de eerste steen kon worden gelegd. En de regels om dat allemaal legaal te laten verlopen, waren niet min : zo dienden de werken bijvoorbeeld te worden stilgelegd tijdens het broedseizoen van de zeevogels.

Maar vanaf dag één heeft De Kwinte zich op de kaart kunnen zeten : niet alleen als pure surfclub, maar ook als mekka van socio-culturele activiteiten én als terras waar het heerlijk toeven is om van de zee en het strand te genieten. Nationale bekendheid verwierf de Kwinte ook met de battle ‘Start tot dj’ van MNM Radio, die hier enkele jaren neerstreek. En komende zomer wordt de roem van deze stek allicht nog groter, want de kans is groot dat VTM in de grote vakantie haar wekelijkse vedettenshow ‘Tien om te zien’ hier neerzet.

© foto Kurt

Ingelmunster. (28/01/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het vroegere Mandescircuit, aan de Mandesweg in Ingelmunster.

De autosportvereniging Mandes zag het levenslicht in 1972, tussen pot en pint in café De Nieuwe Wijk in Emelgem. Stichters waren Georges en Luc Vanacker, José Hochepied, Dirk Ostijn en Eddy Verholle. De naam Mandes kwam van de eerste auto’s waarmee Luc en Dirk rally reden: Opel Manta en Mercedes. Beide piloten reden een eerste keer een rally onder die naam in Kortrijk. Later namen ze bij de organisatie ‘Het Gouden Wiel’ deel aan autocrossen in de hele provincie. Al snel had de club een eigen lokaal : café Mandes op de hoek van de Brugstraat en de Zuidkaai in Izegem.

Aanvankelijk organiseerde Mandes zijn autocrossen op het Vanelslande-circuit in Ardooie.  In 1979 kocht Noël Ide grond aan de Meulebeeksestraat in Ingelmunster en daar werd dan het Mandes-circuit gebouwd. Een huzarenstrukje van een groep enthousiaste vrijwilligers van het eerste uur, die daar bergen werk verzetten. Internationale sponsors en handelaars uit de streek investeerden in dat project. En de buren pikten een graantje mee door parking aan te bieden voor de bezoekers.

Voor de eerste wedstrijd rallycross kwamen er liefhebbers uit heel België naar Ingelmunster, dat meteen op de kaart stond. Later deed men op Mandes ook aan ovalracing, dit is cross op een volledig verhard circuit. In zijn hoogdagen organiseerde Mandes een aantal Europese crossen. De toeschouwers kwamen uit heel Europa naar Ingelmunster en ieder hotel in de streek zat vol. Rally’s als de Omloop van Vlaanderen en TAC  hadden op het circuit jaarlijks een KP. Later werd er ook aan karting gedaan op Mandes en het circuit werd daarvoor aangepast met een extra stuk asfalt.

Op het Mandescircuit werd overigens niet  alleen aan autosport gedaan, ook de verenigingen konden daar terecht voor bepaalde organisaties, zoals BMX-, mountainbike- en loopwedstrijden. En ook Labadoux, de Chiro en nog andere verenigingen organiseerden er hun festival of feest.

Door die toenemende drukte en het vele lawaai, dat hoorbaar was tot in het centrum van Meulebeke, kreeg het circuit in 1995 geen vergunning meer, met als officiële reden dat het eigenlijk in een groenzone lag. De vereniging viel van de ene dag op de andere in een zwart gat, en twee jaar later werd de vzw ontbonden. Noël Ide verkocht Mandes aan Willy Olivier en verhuisde  naar Oostenrijk.

In 2001 palmde het Centrum Wielerbegeleiding, een West-Vlaamse afdeling van de Vlaamse Wielerschool, Mandes in voor een wieleropleiding voor jongeren van 12 tot en met 14 jaar. In 2011 gaf de Roeselaarse Scholengroep Sint-Michiel een andere bestemming aan Mandes. Er kwam een Milieu- en Mobiliteitsopleidingspark (MMOP). De rijschool VTIR uit Roeselare geeft er diverse lessen en opleidingen voor scholen, particulieren, en verenigingen. In 2015 richtten een aantal oudgedienden van Mandes de Faceboekgroep Mandes Nostalgie op.

foto Kurt © foto Kurt

Kortemark (21/01/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter cirkelde vorige week boven de kleiputten van de steenbakkerij Wienerberger, aan de Hoogledestraat in Kortemark.

De huidige ontginningsput, die we in beeld zien, is eigenlijk al de derde site waar de steenbakkerij, die nog altijd goed bekend is onder haar vroegere naam Desimpel, haar klei wint. De twee vorige putten, die meer noordelijk liggen, zijn ondertussen in gebruik als Definitieve Opslagplaats (DOP) voor uitgegraven bodem en als stortplaats (Silvamo). Ook de ontginning van deze put van ruim 15 ha groot loopt stilaan op zijn einde. Daarom werden een paar jaar geleden al plannen gemaakt voor een forse uitbreiding van de ontginningszone, tot 55 hectare. Die gaat vooral in westelijke richting, tot achter de residentiële bebouwing en de site van groenteverwerkend bedrijf Verduyn aan de Galgestraat. Dit uitbreidingsgebied bevat een capaciteit van zo’n 500.000 kubieke meter ontginbare klei, waarmee de steenbakkerij naar schatting een goeie 30 jaar verder kan. Het is de bedoeling om hier klei te winnen voor zowel de nabijgelegen steenbakkerij in Kortemark, waar gevelstenen gemaakt worden, als de Wienerberger-steenbakkerij in Zonnebeke, die binnenmuurstenen produceert.

© foto Kurt

Oostkerke. (14/01/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het kasteel van Oostkerke (bij Damme).

Het kasteel is eigenlijk het restant van een kasteel uit de 14de eeuw, dat op ongeveer dezelfde plaats stond. Het bestond uit een opper- en een neerhof, die allebei ommuurd en door een walgracht omringd waren.  De woonvertrekken van de kasteelheren van Oostkerke bevonden zich op het inmiddels verdwenen opperhof.  Op het neerhof, waar het huidige kasteel staat, bevond er zich onder meer een kasteelboerderij en een duiventoren. 

Vanaf de 16e eeuw heeft het kasteel veel te verduren gekregen, met bezettingen, plunderingen en brandstichtingen.  Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de streek onder water gezet, waardoor de tuinen van het kasteel grondig vernield werden.  De Duitse bezetter liet daarenboven de grote houten balken uit de gebouwen halen om versterkingen op te werpen tegen de oprukkende geallieerden. Na de oorlog was het kasteel niet veel meer dan een ruïne. Baron van der Elst, die kort voor de oorlog de eigenaar was geworden, liet het kasteel  nadien grondig herbouwen. 

Dit kasteel is vooral bekend om zijn unieke tuin, volgens sommigen zelfs de mooiste tuin van West-Vlaanderen. Voor de heraanleg ervan deed de baron een beroep op de bekende Nederlandse tuinarchitecte Mien Ruys. Zij ontwierp een aantal gescheiden tuinen zoals een besloten binnentuin, een Mariatuin en een rozentuin.  Het geheel vloeit harmonisch samen met de omliggende polderweiden.  De tuinen worden omringd door de slotgrachten, die opnieuw werden uitgegraven en waar de zwanen zich thuis voelen.  Bij die heraanleg stuitte men op de funderingen van het oude opper- en neerhof.  Ze werden opgehoogd en doen nu dienst als wandelpaden.  Ze geven een mooi beeld van hoe groot het 14de-eeuwse kasteel wel was en waar de ronde hoektorens van beide hoven zich bevonden.  Op het domein staat ook nog de romp van een stenen windmolen. Later nam de bekende Brugse tuinarchitect André Van Wassenhove het werk over. Plantenkweker en -kenner Maurice Vergote zorgde voor de jongste herbeplanting.

De tuin is privé-eigendom van Baron van der Elst, maar soms te bezoeken tijdens de opentuindagen in de maand juni. Maar je kan ook al van schoonheid van de tuin en het kasteel genieten door vanuit de dorpskern van Oostkerke langs de Spegelsweg een mooie wandeling te maken naar de Sifons. Dat is de plaats waar de het Leopold- en het Schipdonkkanaal de Damse Vaart kruisen, en waar het legendarische restaurant ‘De Sifon’ is gevestigd.

© foto Kurt

Eernegem. (07/01/2022)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de nieuwe gemeentelijke begraafplaats aan de Bruggestraat in Eernegem.

Ondanks dat ‘nieuw’ is de begraafplaats toch bijna 50 jaar oud, want het was in 1972 dat de toen nog zelfstandige gemeente Eernegem de begraafplaats aanlegde achter de woonzone Bellebos, een afgelegen gebied in de overgang tussen de bebouwde kom en de landelijke omgeving. Naast de begraafplaats werden ook een containerpark, een sportcentrum en een speelplein aangelegd. Achteraf misschien een ongelukkige keuze, want met verloop van jaren groeide het besef dat een begraafplaats een plek van rust en sereniteit moet zijn.

Gelukkig is er naast de begraafplaats ook een stuk open landschap blijven bestaan, en deze kans werd door de ontwerper ten volle benut toen de gemeente Ichtegem in 2011 overging tot een flinke make-over van deze begraafplaats. De gedachte van een parkbegraafplaats in een groene sfeer, stond hierbij voorop. Bepalend in de structuur van het opgefriste kerkhof zijn de drie cirkelvormige waterpartijen, die naast hun esthetische waarde ook rust brengen en uitnodigen tot meditatie.  Op de eilandjes in de waterpartijen vinden we een open aula, een urnenveld en een strooiweide.

© foto Kurt

Moen. (31/12/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het Orveytbos in Moen.

Het 26 hectare grote bos werd eind de jaren 1970 aangeplant op het terrein waarop de klei was gestort die werd uitgegraven bij de verbredingwerken aan het naastliggende kanaal Bossuit-Kortrijk. Hierbij werd de 610 meter lange scheepvaarttunnel door een heuvel, de zogenaamde souterrain uit 1860,vervangen door een open vaargeul ernaast. Boven op tunnel, waarop ook de vroegere spoorlijn Kortrijk-Ronse het kanaal kruiste, had zich in de loop van de jaren al een bosje ontwikkeld. Een deeltje van het oude kanaal is hier nog bewaard, samen met de Sint-Pietersbrug, een van de vele typische ophaalbruggetjes die vroeger over dit kanaal lagen. Aanvankelijk bleef ook de tunnel, waar op 6 april 1973 de laatste boot werd door getrokken, nog liggen, maar hij werd na enkele jaren afgebroken om veiligheidsredenen.

Aan het Sint-Pietersbruggetje bevindt zich ook de ingang van het Orveytbos, dat pas in 2011 voor het publiek werd opengesteld. Het is een erg veelzijdig groengebied, dat is ontsloten door het wandelnetwerk Land van Mortagne. Er is ook bewegwijzerde Orveyt Wandelroute, die 7 kilometer lang is en ook langs het kanaal en de oude spoorbedding loopt.

foto Kurt © foto Kurt

Pervijze en Stuivekenskerke. ( 24/12/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de samenvloeiing van de Grote en de Kleine Beverdijkvaart. Ze vormen hier de grens tussen Pervijze en Stuivekenskerke, dus rekenen we beide antwoorden goed.

De Grote Beverdijkvaart, die een heel grillig verloop kent, is een van de hoofdassen in het kunstmatig aangelegde afwateringsstelsel van de polders van Veurne-Ambacht. Op zijn zuidelijke einde mondt hij uit in de IJzer ter hoogte van Fintele (Pollinkhove), op zijn noordelijke einde in de Veurne-Ambachtvaart in Sint-Joris (Nieuwpoort), die wat verderop ook uitmondt in de IJzer. De Kleine Beverdijkvaart is een relatief korte zijarm, die de doorsteek maakt naar de IJzer ter hoogte van Schoorbakke.

In 1868 zorgde de aanleg van de spoorlijn Diksmuide-Nieuwpoort ervoor dat een massieve spoorberm het afwateringsgebied van de Grote Beverdijkvaart doorkruiste. In de Eerste Wereldoorlog werd deze spoorberm de hoofdweerstandslinie van het Belgisch leger. De militairen van de genie zetten hier tussen 28 oktober en 2 november 1914 het polderland tussen de spoorlijn en de IJzerdijk onder water.

Het zuidelijke deel van de Grote Beverdijkvaart en de Kleine Beverdijkvaart vormen hier de grens tussen Pervijze (links) en Stuivekenskerke (rechts). Dat laatste is een piepklein polderdorpje van nog geen 200 inwoners. Het bleef zelfstandig tot 1 januari 1971, datum waarop het bij Pervijze werd gevoegd. Op 1 januari 1977 werd Pervijze op zijn beurt gefusioneerd met Diksmuide, dat sindsdien de meest uitgestrekte gemeente van West-Vlaanderen is.

© foto Kurt

Beernem. (17/12/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het kasteeldomein Bloemendale aan de Stationsstraat in Beernem.

Het domein behoorde tot in de 18de eeuw toe aan de familie d’Hanins de Moerkerke en daarna aan de familie van Zuylen de Neyevelt. In 1838 werd het in tweeën gedeeld door de aanleg van de spoorlijn Brussel-Oostende. Het werd niet onteigend, als aandenken aan het feit dat koning Leopold I hier ooit had verbleven na een spoorwegongeval. Omstreeks 1845 werd ten noorden van de spoorlijn een woonhuis gebouwd, dat door uitbreidingen het karakter van een kasteeltje aannam maar in 1938 werd gesloopt. In 1875 werd het domein aangekocht door Leonie Mulle de ter Schueren, die de weduwe was van Pierre Charles de Vrière. Zij gaf de opdracht tot de bouw van het huidige kasteel, dat in 1878 voltooid werd, naar een ontwerp van Louis Delacenserie. Na haar overlijden werd het kasteel bewoond door haar zoon ridder Etienne de Vrière, die van 1891 tot 1936 burgemeester was van Beernem. Bij zijn overlijden in 1936 werd het domein Bloemendale bedreigd door verkavelingsplannen, maar het werd uiteindelijk gekocht door de familie Sap, die het nog altijd bewoont.

Het stationnetje dat vlak bij het domein ligt, droeg aanvankelijk de naam ‘Bloemendaele’, maar in 1897 werd die gewijzigd in station Beernem. Het gebouw uit 1891 werd in 2017 gesloopt om plaats te ruimen voor een derde spoor. Nu is Beernem enkel nog een onbemande stopplaats op deze drukke spoorlijn.

Beveren-Leie (Waregem). (10/12/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven De Zavelput in Beveren-Leie.

De Zavelput is geen natuurlijke vijver. De waterplas ontstond door zandwinning tussen 1975 tot 1986. Na het stoppen van de ontginning heeft de stad Waregem het ruim 5 hectare groot gebied aangekocht. De put wordt gevoed door grond- en regenwater en vormt een interessante vijverbiotoop. Door natuurlijke bestuiving is ondertussen op de noordoostelijke kant van de put een gevarieerde begroeiing ontstaan van struiken, bomen en waterplanten. Door de nabijheid van de Leie vormt de Zavelput een aantrekkingspool voor vogels die meestal de rivieren volgen voor hun winter- en zomertrek. Rond de vijver is een wandelpad aangelegd. Dat komt ook voorbij de kijkhut die is opgetrokken, van waaruit je watervogels in al hun pracht kan observeren. Het beheer van dit natuurgebied is in handen van Natuurpunt Waregem-Zulte.

En wandeling rond De Zavelput kan je uitstekend combineren met de oevers van de Leie en de Oude Leie, die hier vlakbij lopen. Dan passeer je ook langs het Goed te Beaulieu, een historische hoeve die teruggaat tot de Frankische tijd.

© foto Kurt

Poelkapelle. (03/12/2012)

De KW-drone van fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het Poelcapelle British Cemetery, langs de N313 (Brugsesteenweg) in Poelkapelle.

De begraafplaats, die in 2009 als monument werd beschermd, werd ontworpen door Charles Holden en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Met haar 22.600 vierkante meter oppervlakte behoort ze tot de grotere oorlogskerkhoven van de Westhoek. Er worden 7.480 doden herdacht, waarvan er 6.230 niet meer geïdentificeerd konden worden. De meerderheid van de gesneuvelden vielen in de tweede helft van 1917, vooral in oktober tijdens de Derde Slag om Ieper. Die staat bekend om zijn onmenselijke terreinomstandigheden, waarbij de soldaten letterlijk wegzonken in de modder om nooit meer teruggezien te worden. Het kerkhof werd in 1919 aangelegd als nieuwe verzamelbegraafplaats van verspreide graven uit de omliggende slagvelden en met graven uit kleine begraafplaatsen uit de omgeving, die werden ontruimd.  Het merendeel van de soldaten die hier rusten, zijn Britten. Maar er liggen ook 117 Australiërs, 536 Canadezen, 237 Nieuw-Zeelanders en 10 Zuid-Afrikanen Er ligt ook nog één Brits slachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog.

© foto Kurt

Bredene. (26/11/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter cirkelde boven het mingolfterrein ‘Versluys’ aan de Kapelstraat 10 in Bredene. Dit nummer is belangrijk, want wat verderop in diezelfde straat is er nog een ander minigolfterrein. Maar dat kan niet zo’n rijke geschiedenis voorleggen als dit terrein, dat met 21 holes in plaats van de gebruikelijke 18 enig is in zijn soort.

Alles begon kort na de Tweede Wereldoorlog, toen Brusselaar Paul Delien een stuk grond in huur nam dat door de staat werd beheerd. Het perceel in kwestie was tijdens de bezetting een mijnenveld geweest en was bezaaid met alle soorten afval, puin en zand. Het duurde tot 1949 eer het terrein volledig was opgeruimd. Op Pinksterdag 1950 kon ‘Minigolf Delien’ feestelijk worden geopend. Het parcours was toen gemaakt in heel fijn gemalen pannengruis, op een fundering van gemalen puin. Deze afwerking had wel een groot probleem: het geheel moest dagelijks gesproeid worden en plat gerold met een zware wals. Tijdens het zomerseizoen werd telkens een jobstudent aangenomen om het werk te doen.

In 1952 kwam de minigolf in handen van de familie Versluys. Bij de heraanleg van de Koninklijke Baan in 1969 ging een aanzienlijk stuk van het terrein verloren omdat dat deel in de bedding van de nieuwe baan lag. Omdat het terrein zo niet meer uitgebaat kon worden, werd de verloren oppervlakte in westelijke richting heraangelegd. In 1988 nam de zoon, Roland Versluys, de minigolf over en moderniseerde alles. Zo werd er ook een biljartgolf aangelegd. In 2002 nam diens zoon Hans met zijn echtgenote de zaak over en legde er een zonneterras met drinkgelegenheid aan.

© foto Kurt

Alveringem. (19/11/2021)

De KW-drone cirkelde boven het landschapskunstwerk Pannendorp in Alveringem.

De naam is een verwijzing naar de dakpannenfabriek die in de 18de eeuw op deze plaats werd gebouwd door de familie Dacquet. Omstreeks 1790 verschafte ze werk aan 37 mensen. Behalve de eigenlijke fabriek omvatte het complex loodsen, werkmanswoningen, een landhuis met omwalling en een tuin. Kort voor 1860 sloot de fabriek haar deuren en werden de gebouwen afgebroken. De toegangsweg naar het landhuis ligt nog op de oorspronkelijke plaats.

In de Eerste Wereldoorlog lag de derde Belgische verdedigingslinie langs de Lovaart, 8 kilometer achter de voorlinie aan de IJzer. Alveringem was een steunpunt en de wijk Fortem, aan de Lovaart, werd als bruggenhoofd uitgebouwd. Het Pannendorp, dat eveneens aan de Lovaart is gelegen, was volledig omringd met loopgraven. Ter hoogte van de huidige fietsbrug aan de site, lag er tijdens de Eerste Wereldoorlog een spoorwegbrug.

Ter herdenking van de oorlogsgebeurtenissen in de streek van Alveringem en de doden die daarbij vielen werd in juni 2004 op de site Pannendorp een landschapskunstwerk ingehuldigd, dat werd ontworpen door de toen 26-jarige Stijn Claikens. De felgekleurde stenen muurtjes symboliseren de Belgische en de Duitse linie in de Westhoek. Het initiatief hiertoe kwam van de provincie West-Vlaanderen, in samenwerking met het ruilverkavelingscomité Fortem. Langs deze site passeert ook de 8 kilometer lange Pannendorp Wandelroute, die haar startpunt heeft aan het mout- en brouwhuis de Snoek, iets verder zuidwaarts langs de Lovaart.

© foto Kurt

Zeebrugge. (12/11/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven de spoorrangeerbundel ‘Zwankendamme’ in Zeebrugge. Deze werd aangelegd op de plaats waar vroeger het stationnetje van Zwankendamme was gelegen. Dit gehuchtje ligt iets oostwaarts ten opzichte van de spoorlijn Brugge-Zeebrugge en maakte deel uit van Lissewege, dat in 1971 met Brugge fusioneerde. De naam Zwankendamme wordt voor het eerst  in 1357 vermeld maar is vermoedelijk ouder en zou verwijzen naar swacke dam, een zwakke dam. Het gehuchtje ontstond op de plaats waar de goederen werden overgeslagen van het doodlopende Lisseweegs Vaartje naar de waterweg naar Heist.

De spoorlijn 51A werd aangelegd voor de ontsluiting van de haven van Zeebrugge en was klaar in 1906, enkele maanden voor de officiële ingebruikname van de haven. Aanvankelijk liep deze lijn door naar Heist en Knokke, maar door de uitbreiding van de haven werd deze verbinding in 1983 verbroken en nu worden Heist en Knokke via een afzonderlijke spoorlijn vanuit Brugge bediend. Pas in 1947 ging op de lijn 51A het station Zwankendamme open, als onbewaakte stopplaats met enkel een schuilhuis op het perron. Naast de twee doorgaande sporen voor reizigersverkeer bevonden zich twee rangeersporen. In 2014 moest het stationnetje, dat zijn reizigersaantal zag teruglopen, wijken voor een nieuwe rangeerbundel van 10 sporen tussen Lissewege en Zeebrugge-Vorming. Er moest ook een heel nieuwe brug over de sporen worden gebouwd. Er bestaan plannen om deze spoorbundel in de toekomst nog uit te breiden tot 24 sporen.

© foto Kurt

Lendelede. (05/11/2021)

De KW-drone bevond zich boven het Goed te Hamijts in de Beiaardstraat in Lendelede.

De hoeve, die ook bekend is onder de naam ’t Aerdgoed, kent een rijke geschiedenis als foncier van het leen te Hamijts, dat afhankelijk was van de heerlijkheid Cuerenbrugghe of ter Heule in Kuurne. De totale oppervlakte van de hoeve bedroeg tot op het einde van de 16de eeuw maar liefst 40 bunder (56,67 hectare). De oudst gekende eigenaar is Jan de Ryckere in 1470. In 1587 worden de hoeve en landerijen verkocht aan de familie de Preudhomme d’Hailly. Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw is het goed eigendom van de graaf van Lichtervelde en wordt het gepacht door de familie Loncke. In de tweede helft van de 20ste eeuw werd de hoeve gepacht door de Lendeleedse burgemeester René Vandemaele, die een stuk van de hoeve aankocht.

De imposante schuur met wagenhuis dateert vermoedelijk uit het midden van de 19de eeuw. De hoeve had vroeger ook een overdekte toegangspoort, maar die is al voor 1942 verdwenen. In 1946 werden de stallen door een brand verwoest, en in 1949 op dezelfde plaats herbouwd. De restanten van de eeuwenoude duiventoren werden toen afgebroken. Omstreeks 1955 werd het bakhuis afgebroken, en in 2002 verdween ook het boerenhuis, dat werd vervangen door een nieuwbouw.

Ten zuiden van deze boerderij loopt de Sentestraat, die leidt naar het de kerk van Sint-Katrien. Deze staat pal op de grens van Heule (in 1977 gefusioneerd met Kortrijk), Kuurne en Lendelede.

© foto Kurt

Gits. (29/10/2021)

De KW-drone bevond zich in de buurt van het kasteel Mariasteen in op de wijk Onledemolen in Gits.

Het kasteel werd in 1906 door baron Karel Gilles de Pélichy gebouwd werd voor zijn vrouw Maria. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het door de Duitsers bij hun aftocht opgeblazen, maar nadien her opgebouwd. In de Tweede Wereldoorlog deed het kasteel dienst als vakantieoord voor de KSA-jongeren. Daarna kwam er een school in voor lichamelijke opvoeding, maar die ging begin de jaren 1950 failliet. Priester Andries Favorel kreeg van de bisschop de opdracht om de zaken op orde te zetten, en dit leidde tot de oprichting van een Hoger Instituut voor Kinesitherapie en Ergotherapie, het eerste in Vlaanderen. Ondertussen was ook het naastgelegen klooster van de Witte Paters verlaten, en algauw groeiden er plannen om in de deze gebouwen een oefenschooltje voor de studenten op te richten. Zo opende op 1 maart 1958 het fameuze Dominiek Savio Instituut, voor kinderen met fysieke beperkingen.  

In 1959 arriveerden de eerste jongens en meisjes met handicap op het domein van de Witte Paters. Het ging toen voornamelijk om kinderen van drie tot twaalf met hersenverlamming. Maar Andries Favorel wilde meer : hij wilde niet dat de kinderen die in Dominiek Savio aankwamen, op twaalfjarige leeftijd zouden worden weggestuurd. En dus wilde hij ook nog een middelbare school oprichten. Al gauw bleek echter dat de combinatie van een hogeschool en een instituut voor mensen met handicap te hoog gegrepen was. In 1963 verhuisde de hogeschool naar Brugge. Op vandaag biedt Dominiek Savio zorg, onderwijs, dagbesteding en huisvesting aan meer dan 500 kinderen, jongeren en volwassenen met een fysieke of meervoudige handicap.  

In 1963 opende in de gebouwen van het kasteel de beschutte werkplaats Mariasteen de deuren, als eerste in Vlaanderen. Op vandaag biedt Mariasteen werk aan 830 mensen, verspreid over drie vestigingen.

Het Dominiek Savio Instituut en Mariasteen hebben zich ondertussen verenigd in de zorggroep Gidts, die zijn hoofdzetel uiteraard heeft in.. Gits.

© foto Kurt

Roeselare. (22/10/2021)

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich boven het racecircuit van RCR in de Kachtemsestraat in Roeselare.

RCR staat voor Racing Club Roeselare, en op het circuit in asfalt wordt getraind en geracet met telegeleide modelbouwwagens op schaal 1/10, 1/8 en 1/5. Vroeger was deze club meer in het centrum gevestigd, maar daar moest hij weg om plaats te maken voor een woonzone. Na een vrij moeilijke zoektocht kwam RCR met de steun van het stadsbestuur terecht op de Roeselaarse industriezone De Pilders. Hier werd een doodlopende zijarm van de Kachtemsetraat, parallel aan de snelweg E403, ingenomen voor een nieuwe piste annex cafetaria, die openging in maart 2019. Voor wie interesse heeft : de toegang tot de wedstrijden is gratis.

Tot aan de grenscorrectie van 1983 behoorde deze plek overigens tot het grondgebied Kachtem en heette deze buurt Snakebos. Hier in de omgeving stond hier eeuwenlang de hofstede Meeseghemgoed, waarvan de geschiedenis terugging tot de jaren 1300. In 2014 werd ze afgebroken om plaats te maken voor een van de vele windmolens.

© foto Kurt

Dranouter. (15/10/2021)

De opgave van vorige week was een weggever : ja, natuurlijk cirkelde onze drone boven de festivalweide in Dranouter, die overigens onlangs is omgeploegd. Niet alleen voor onze hoofdredacteur-voor-een-week Wim Opbrouck is dit terrein een plaats die alleen maar goeie herinneringen oproept. Al zullen de oudgedienden van het festival toch wel met enige weemoed terugdenken aan de vroegere festivalweide buiten het centrum van Dranouter, die toch een stuk avontuurlijker en gezelliger was. De uitbouw van het permanente muziekcentrum ’t Folk in Dranouter-dorp verklaart voor een deel de keuze voor het nieuwe terrein, dat vlak aan de overkant van de straat ligt.

Beveren-Leie. (08/10/2021)

De KW-drone bevond zich boven de rechtgetrokken van De Leie, ter hoogte van Beveren-Trakel in Beveren-Leie. De rechttrekking van de Leie tussen Bavikhove en Ooigem werd ongeveer vijftig jaar geleden uitgevoerd om de rivier bevaarbaar te houden voor de moderne scheepvaart. Maar ook de grote overstromingen van 1965 en 1966 in de Leievallei waren een aanleiding om de Leie te herkalibreren. De afgesloten oude Leie-arm zie je links op de foto en vormt hier nog altijd de grens tussen Bavikhove (Harelbelke) en Beveren-Leie (Waregem). Op vandaag wordt er nagedacht over rivierherstel in de Leievallei, onder meer door het opnieuw aansluiten van de meanders.

Rechts op de foto zien we de hofstede Goed Te Beaulieu, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 5de of 6de eeuw, toen Frankische inwijkelingen zich kwamen vestigen aan de Leie-oever. De hoeve speelt een belangrijke rol in de ontstaansgeschiedenis van Beveren-Leie. De huidige gebouwen dateren vermoedelijk uit de 18de en 19de eeuw.

© Foto Kurt

Ramskapelle (01/10/2021).

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter bevond zich bij de Callantmolen in Ramskapelle, deelgemeente van Knokke-Heist. Dat laatste zeggen we er uitdrukkelijk bij, omdat er ook nog een Ramskapelle is bij Nieuwpoort.

Deze molen, die ook wel ‘De Kruier’ wordt genoemd, wordt al vermeld in 1496, zij het als een houten staakmolen. Bij de molen hoorde ook een bakkerij. Omstreeks 1580, tijdens de godsdienststrijd, ging de molen in de vlammen op, en het duurde wel vijftig jaar eer hij werd herbouwd, opnieuw als staakmolen. Een zware stom verwoestte deze in 1896. Een jaar later al startte Jozef De Vos met de bouw van een stenen molen, waarbij bepaalde delen van de oude molen, uit de 17de en de 18de eeuw, werden hergebruikt.  In 1924 werd de molen, die ondertussen ook was uitgerust met een gasmotor, eigendom van de familie Callant.

In 1936 waaide door een storm de kap van de molen, waarna hij enkel nog mechanisch kon worden aangedreven. In 1960 werd hij helemaal buiten gebruik gesteld.

In 1999 werd de molen beschermd. Eigenaar Wilfried Callant, die in de vroegere molenaarswoning nu restaurant De Kruier uitbaat, had de molen ondertussen in erfpacht gegeven aan vzw De Kruier. Deze smeedde de plannen voor de restauratie van de molen, die in 2001 werd aangevat. Vier jaar later volgde de inhuldiging van de opnieuw maalvaardige molen, die ook, en dat is wel uniek, volledig opnieuw werd bepleisterd.

Samen met molen werd ook de omgeving ervan beschermd als dorpsgezicht. In de schaduw van de molen bevindt zich het For Freedom Museum, een museum over de Tweede Wereldoorlog, die bijzonder zwaar woog op de inwoners van de Zwinstreek. Het museum besteedt ook aandacht aan de bevrijding van West-Vlaanderen en de Slag om de Schelde.

© foto Kurt

Lampernisse (24/09/2021)

De drone van fotograaf Kurt Desplenter cirkelde boven de komgronden van Lampernisse, Ze vormen een uniek natuurgebied van meer dan duizend hectare groot. De ondergrond bestaat vooral uit zeeklei. Onder de kleilaag ligt een dikke laag turf. Na de terugtrekking van de zee verzakte de bodem door geleidelijke uitdroging van de turf. De vroegere kreken waren echter gedeeltelijk met zand opgevuld en bleven op hun niveau. Zo ontstond een omkering van het reliëf: hogere kreekruggen naast de lager gelegen komgronden. Op de hoger gelegen plateaus met zandige bodem kwamen er akkers, wegen en bebouwing, de lagere en nattere delen bleven grasland. Een grillig slotenpatroon, dat vroeger dienst deed als natuurlijke afsluiting voor het vee, omringt de weiden. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd er in de komgronden van Lampernisse ook nog aan turfwinning gedaan. De vele slootjes zorgen voor een grote rijkdom aan water- en oeverplanten, en ook talrijke vogelsoorten voelen zich hier helemaal thuis.

In 1993 werden de komgronden van Lampernisse door de Vlaamse overheid erkend als landschap, wat meteen een streep trok door de plannen om hier de snelweg A19 aan te leggen tussen Ieper en Veurne. Hierdoor bleef ook de stilte bewaard. Van Lamperisse, met zijn amper 150 inwoners een van de kleinste deelgemeenten van Diksmuide, wordt immers wel eens gezegd dat dit de stilste plek van heel West-Vlaanderen is.

© foto Kurt

Vlissegem (17/09/2021).

De KW-drone bevond zich in de buurt van de watertoren van De Haan, gelegen aan de Wenduinesteenweg op het grondgebied van deelgemeente Vlissegem.

Deze watertoren, die werd gebouwd in 1936, is een landmark voor wie uit het binnenland naar De Haan rijdt. Als kind wisten wij dat we er bijna waren toen we hem in het vlakke polderlandschap zagen opdoemen. Hij is 28 meter hoog en kan 700.000 liter water bevatten. Maar dat doet hij al lang niet meer, want de toren is al vele jaren buiten gebruik. Hij is wel nog nuttig voor de telecomoperatoren in ons land. Toch komt hij langzaam in verval, en begin vorig jaar diende er een gespecialiseerde firma aan te pas te komen om loszittende stukken beton weg te kappen, zodat ze niet meer naar beneden kunnen vallen.

Wat de toekomst zal zijn van deze toren, die vastgesteld is als bouwkundig erfgoed, is nog niet duidelijk. De gemeente De Haan, die er eigenaar van is, heeft nog geen concrete plannen met het gebouw en grondige renovatie wordt ook een erg dure zaak.

In de buurt van deze watertoren vinden we ook de historische hoeve Watertorenhof of Waterkasteelhof, die vroeger Klein Boonemshoeve heette. De straat die van hieruit de verbinding maakt met de zee is de Waterkasteellaan, die ook haar naam gaf aan de tramhalte aan de rand van de Duinbossen.

Velen zullen allicht verwonderd zijn dat het juiste antwoord Vlissegem is, want de watertoren ligt zo dicht bij het centrum van De Haan. Maar De Haan is tot 1977 nooit een gemeente geweest, het was een badplaats die zich ontwikkelde op de grens van de vissersdorpen Klemskerke en Vlissegem. Samen met Wenduine waren dat de drie gemeenten waaruit in 1977 een nieuwe fusiegemeente is ontstaan, die de naam… De Haan kreeg.

© foto Kurt

Wulveringem (10/09/2021).

De KW-drone cirkelde boven het alombekende kasteel Beauvoorde, in Wulveringem.

Op de plaats van dit kasteel stond aanvankelijk een burcht. De eerste bekende eigenaar ervan was Jan de Valuwe (1408). In 1584 werd de burcht door de geuzen in brand gestoken maar het duurde tot 1617 eer hij werd herbouwd, in renaissancestijl. De familie de Bryarde was eigenaar tot in 1828, maar toen was het kasteel al vervallen tot kasteelhoeve en uiteindelijk zelfs tot een gewone boerderij, die zou worden afgebroken.

De Ieperse edelman Arthur Merghelynck kon het vervallen kasteel in 1875 nog net van de ondergang redden door restauratie en heropbouw. Het gebouw werd uitgebreid en er werd een Frans-Engelse tuin aangelegd. In 1905 schonk Merghelynck, die kinderloos bleef, zijn bezit aan de Belgische Staat, die het ter beschikking moest stellen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Wat na de Tweede Wereldoorlog ook gebeurde. In 1987 werd het kasteel als monument beschermd, en in 1998 kwam het in handen van Erfgoed Vlaanderen. Het domein is op vandaag in handen van de Vlaamse Gemeenschap.

In het kasteel, dat individueel te bezoeken is, vinden tentoonstellingen en culturele activiteiten plaats. Er is ook een erfgoedwinkel en een bezoekerscentrum.

Het kasteel gaf in 1970 ook zijn naam aan een kleine fusiegemeente die ontstond door de samenvoeging van de gemeenten Wulveringem en Vinkem, waarvan de centra met elkaar versmolten zijn. Maar met amper 700 inwoners was Beauvoorde toch te klein om de grote fusie-operatie van 1976 te overleven en ging het op zijn beurt op in de stad Veurne.

© Foto Kurt

Lichtervelde (03/09/2021).

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter hoefde niet ver uit te vliegen vorige week, want Kurt bracht de Radartoren in zijn eigenste Lichtervelde in beeld.

Deze rood-wit gestreepte zendmast is een landmark langs de E403. De volkse benaming ‘Radar’ is overigens wat misleidend, want er waren of zijn hier helemaal geen radars in de buurt. Het gaat gewoon om een communicatietoren van het leger, dat hier vroeger ook een 1 hectare groot militair domein had, waar je als gewone sterveling niet in kwam. Dit domein werd in 2000 verlaten en te koop gesteld. Toch duurde het zowat tien jaar eer er een nieuwe bestemming was. Via een tussenkomst van de gemeente kwam het gebouw in handen van de vzw Radar Afrit 9 (de uitrit 9 van de E403 is hier vlak in de buurt), die ontstaan is onder de bezielende leiding van oud-scoutsleider Jaak Denys. Hij zag er wel wat in om hier een kampplaats van te maken. Met de hulp van veel vrijwilligers lukte dit op vrij korte tijd : het kamphuis ging open in april 2010. Ondertussen vonden hier ook al een aantal leuke activiteiten plaats voor een breder publiek, zoals in 2016 de Camp Crowder, een happening met oude legervoertuigen en in 2019 het eerste gezinsweekend ‘Radar Love’.

Ooit heeft er naast de Radartoren ook nog een tweede toren gestaan op dit hoogste punt van Lichtervelde, maar die is al lang geleden afgebroken.

© foto Kurt

Loppem (27/08/2021).

De KW-drone hing vorige week boven de legendarische Lac van Loppem.

Deze plas van 6 hectare goot en 13 meter diep is in 1937 ontstaan als zandwinningsput voor de aanleg van de autosnelweg Brussel-Oostende (op vandaag de E40) en ligt er ook vlak naast. Aanvankelijk sprak men van Byttebiers Pit, naar de broers Modest en Theophile Byttebier, die eigenaar waren van de site. Rond de put werden naderhand een aantal residentiële woningen gebouwd en er was ook veel bos en groen in de buurt, waardoor men de chiquere naam Lac van Loppem ging hanteren. In 1957 kwam de Lac in handen van de familie Jonckheere, die rond de waterplas een camping uitbouwde. De Lac werd een heel populair en geliefd recreatieoord, waar ook heel wat verenigingen uit de streek hun thuishaven hadden. Er was zelfs ook een motorcrossterrein. Eind  2004 ging het vakantiepark definitief dicht en trad geleidelijk aan het verval in. De vroegere cafetaria biedt nu een desolate indruk.

Even zag het ernaar uit dat de Lac van Loppem een nieuwe toekomst tegemoet ging. In het fameuze stadiondossier van Club Brugge was op een gegeven ogenblijk ook sprake van een nieuw stadion in Loppem, en zouden er aan de vijver appartementen en een hotel-restaurant worden gebouwd. Maar dat ging allemaal op de schop toen de Raad van State dit stadiondossier vernietigde. Na jarenlange stilte worden er nu door de gemeente Zedelgem opnieuw plannen gesmeed voor een nieuwe invulling van de site, in samenwerking met de privésector.

Momenteel fungeert de Lac van Loppem, die erg visrijk is en ook rietkragen bevat, ook als waterwinningsgebied.

Foto Kurt

Kuurne (20/08/2021).

Deze hippodroom, gelegen in de Kattestraat, werd gebouwd ter vervanging van de paardenrenbaan ‘Les Tilleuls/Ter Linden’ op de wijk Zandberg in Harelbeke, die in 1897 openging. Drijvende kracht achter het project was de lokale ondernemer Fernand Talpe. Het complex werd ontworpen door  Marcel Holvoet, een architect uit de streek zelf, die een gebouw tekende dat ook ’s winters mensen kon ontvangen. Door de vrij recente bouwdatum vinden we hier geen frivole, fantasierijke Belle Epoque-infrastructuur, maar sobere, functionele, naoorlogse architectuur. In 1981 werd het ‘oude’ tribunegebouw vervangen door een tribune die werd ontworpen door de Gentse architect Jean-Pierre Felt. De piste, die overigens geen perfecte ovaal is, is deels afgebakend met hagen. In de jaren 1980 werd een deel ook afgebakend met vangrails.

De hoogmis op de koerskalender in Kuurne is de Mardi Gras, die effectief plaatsvindt op vastenavond. Daarnaast is er de ‘Grote Prijs Fernand Talpe’, op de derde zondag van oktober. In de hoogdagen van deze renbaan zakten enkele duizenden bezoekers naar Kuurne af. Dit aantal is echter gaandeweg achteruit gegaan, om terug te vallen op gemiddeld 1500 mensen. Daarom wordt er gezocht om ook andere activiteiten hier een plaats te geven. Zo werkt de gemeente Kuurne samen met Cyclo Vlaanderen aan de uitbouw van het eerste bikepark voor jeugdwielrenners in Vlaanderen. Peter en meter van het project zijn Eli Iserbyt en Lieselot Decroix. Ook de hippodroom zelf heeft een ambassadrice, met name Laura Lynn, en er werd werk gemaakt van nieuwe, hippere naam : de Kuurne Arena.

.

© Foto Kurt

Oostende (13/08/2021).

De drone van KW-fotograaf Kurt Desplenter hing vorige week boven de spuikom in Oostende.

Een spuikom is een kunstmatig gegraven bassin dat in  verbinding staat met een zeehaven. In het verleden hadden spuikommen de functie om overtollig slib uit een havengeul te verwijderen, zonder hulp van baggerschepen. Bij hoogwater liet men de spuikom vollopen, om dan bij laagwater de sluis tussen de havengeul en de spuikom te openen. Door de grote kracht van het water spoelde het slib vanzelf terug de zee in.

De Oostendse spuikom werd aangelegd vanaf 1900, maar bij de eerste experimenten in 1912 ging het meteen fout. De stroming bleek te krachtig en veroorzaakte schade aan de kaaimuren van de haven.

In de Eerste Wereldoorlog werd de spuikom vernield en nadien nooit opnieuw hersteld. Nu heeft de spuikom een recreatieve functie. Op het wateroppervlak van maar liefst 80 hectare kan je heerlijk zeilen of  surfen, en langs de oevers kan je ook lopen of  joggen. Tijdens de wintermaanden is de noordelijke helft van de spuikom een rustgebied voor watervogels en in het voorjaar worden de eilandjes in het noordwestelijke deel ingenomen door broedende watervogels. Er wordt ook aan zeewetenschappelijk onderzoek gedaan in de spuikom. Ten slotte heeft het water de bestemming ‘schelpdierwater’ gekregen: er zijn twee zones die gebruikt worden als ‘kweekparken’ voor oesters.

Voor de aanleg van de spuikom werd ook een deeltje van het grondgebied Bredene ingenomen en bij Oostende gevoegd. De Oostendse spuikom kwam ook in de actualiteit met de fameuze Sinterklaasstorm van 5 en 6 december 2013. Toen evacueerde Bredene preventief meer dan 2000 inwoners uit de wijk Sas-Slijkens tussen de spuikom en het kanaal Brugge-Oostende. Een overstroming bleef nipt uit, maar in Oostende werd toen wel het hoogste waterpeil genoteerd sinds de fameuze watersnood van 1953.

© Foto Kurt © foto Kurt

Gistel (06/08/2021).

De KW-drone bevond zich vorige week boven de abdij Ten Putte in Gistel.

Deze abdij staat volledig in het teken van de Heilige Godelieve. Geboren omstreeks 1050, werd Godelieve uitgehuwelijkt aan Bertolf, zoon van de kasteelheer van Gistel. In juli 1070 liet Bertolf Godelieve vermoorden door twee knechten. Zij werd gewurgd en ondergedompeld in een waterpoel. Tijdens haar korte leven was Godelieve een weldoenster voor de armen. Omstreeks 1100 werd op de plaats van de marteldood van Godelieve een abdij gesticht. Volgens de legende werd deze opgericht door Edith, de dochter uit het tweede huwelijk van Bertolf. Zij was blindgeboren, maar kon zien toen zij haar ogen waste met water uit de put waarin Godelieve werd ondergedompeld.

Toen de abdij in 1578 verwoest werd door de geuzen, moesten de zusters vluchten. Uiteindelijk vestigden zij zich in de Boeveriestraat in Brugge, waar in 1623 een nieuwe abdij werd opgericht. In 1891 keerden twaalf zusters naar Gistel terug en namen hun intrek in het nieuwe klooster, gebouwd in neogotische stijl naar de plannen van architect baron Jean Baptiste Bethune. In 1934 kreeg de priorij weer de titel van abdij. Tijdens de periode 1952-1958 werd de abdij grondig verbouwd onder leiding van architect Arthur Degeyter. In 2007 verhuisde de gemeenschap Moeder van Vrede, die door de bisschop van Brugge erkend werd als religieuze congregatie, vanuit Meetkerke naar de abdij Ten Putte. De zusters benedictinessen woonden tot eind 2011 in de abdij.

De schilderachtige abdij Ten Putte wordt bezocht door talrijke bedevaarders en toeristen. Blikvanger is de put met het miraculeuze water (1634), die in een fraaie koepelkapel staat. Verder kan je de kerk, de devotiekapel, de kraaienkapel (op de motte), de plaats met het genadebeeld en de gevangenis bezoeken. Vergeet ook niet te gaan kijken naar het ‘hemd zonder naad’, dat volgens de legende gemaakt werd door Godelieve.

Het tragische levensverhaal van Godelieve spreekt nog altijd tot de verbeelding. De Godelieveprocessie, die elk jaar op de eerste zondag na 5 juli door de straten van Gistel trekt, getuigt daarvan. In 2017 werd de Godelieveprocessie erkend als Immaterieel Cultureel Erfgoed.

© Foto Kurt

Torhout (30/07/21).

De KW-drone fotografeerde vorige week het kasteel d’Aertrycke aan de Zeeweg in Torhout.

Tussen 1868 end 1871 werd dit neogotische kasteel gebouwd in opdracht van August De Maere, het kasteel draagt in de volksmond dan ook nog steeds de naam De Maeres kasteel. De architect was Joseph Schadde uit Antwerpen.

De Maere was als waterbouwkundig ingenieur betrokken bij de uitbouw van de haven van Zeebrugge en wordt er wel eens de geestelijke vader van genoemd. Afkomstig van Sint-Niklaas, woonde hij geruime tijd in Gent. Daar was hij een kleine tien jaar schepen, en zorgde er onder meer voor de aanleg van ringlanen en een nieuwe grote sluis. Hij was ook volksvertegenwoordiger en lag aan de basis van de protestgroep die erin geslaagd is de afbraak van het Gravensteen te verhinderen.

August De Maere was een erg bemiddeld man. In 1865 kon hij in Torhout bijna 100 ha van het domein Verloren Kost kopen, waar een paar jaar later dan dit fraaie kasteel verrees.

In 1897 kreeg August De Maere, die ondertussen in de adelstand was verheven, de toelating om d’Aertrycke aan zijn naam toe te voegen. Met uitzondering van een korte periode na de Eerste Wereldoorlog bleef het domein eigendom van de familie. Xavier de Maere was de laatste eigenaar van het kasteel. Na de dood van zijn moeder sloot hij met de provincie West-Vlaanderen een overeenkomst af voor de gedeeltelijke openstelling van het kasteeldomein voor het brede publiek. In 2012 verwierf de provincie de volledige eigendom van zowel het park als het kasteel en werd Domein d’ Aertrycke een volwaardig provinciedomein. In 2016 startte een grondige renovatie van het kasteel. Op vandaag is het in gebruik als luxehotel en -restaurant en congrescentrum.

© foto Kurt

Sint-Michiels (23/07/2021)

De KW-drone van fotograaf Kurt Desplenter cirkelde vorige week rond in de buurt van het kasteel Tillegem in de Brugse deelgemeente Sint-Michiels.
Het huidige kasteel is een restant van een middeleeuwse, vierzijdige waterburcht waarvan de vier onderkelderde vleugels een binnenplaats omsloten en op elke hoek voorzien waren van een vierzijdige toren; in het midden van de voorvleugel stond een grote toren. Nu resten enkel een in de 19de eeuw verbouwde westvleugel met een neogotische toren aan de voorkant en een eveneens neogotische aanbouw met twee kortere zijvleugels aan de achterkant. Van de overige vleugels is enkel de kelderverdieping bewaard gebleven.
Het Kasteel van Tillegem was tot in 1978 door opeenvolgende adellijke families bewoond. Het provinciebestuur van West-Vlaanderen kocht het kasteel begin de jaren 1980 aan, om het dan tussen 1985 en 1987 grondig te restaureren. Op de gelijkvloerse verdieping herinneren de onthaalruimte, de eikenhouten Lodewijk XV-trap en de vergaderzalen in de 18de-eeuwse salons aan voorbije kasteelglorie. De 14de-eeuwse kelders met hun dikke muren en bakstenen kruisribgewelven bleven in de oorspronkelijke staat bewaard. Je vindt er ook de originele houten paardenboxen. De eerste en tweede verdieping zijn kantoren. Aanvankelijk was hier de toeristische dienst Westtoerisme gevestigd, vanaf 2002 fungeert het kasteel als provinciaal streekhuis voor Noord-West-Vlaanderen.
De aankoop van het kasteel door de provincie was een vrij logische stap na de aankoop van het kasteeldomein in 1963, om het open te stellen voor het publiek. Tillegembos werd zo het eerste provinciaal domein in West-Vlaanderen. Ondertussen groeide het uit tot een groene long van meer dan 130 hectare.

© foto Kurt

Dranouter (16/07/2021).

Het was niet zo moeilijk om te zien dat de KW-drone boven de Kemmelberg cirkelde. Met zijn tophoogte van 156 meter boven de zeespiegel vormt die het hoogste punt van West-Vlaanderen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij een strategisch punt in de frontlinie, en er werd hier dan ook hevig gevochten. Het monument ‘De Engel’ op de top van de berg en het iets lager gelegen Franse Ossuarium zijn stille getuigen van de vele doden die hier vielen. Na de oorlog ontpopte de Kemmelberg zich als toeristische bestemming. Het wandelen op en rond de Kemmelberg kreeg een ware boost sinds de provincie West-Vlaanderen in 1995 een stuk van 21 ha bos ontsloot als provinciaal domein, en daarna stelselmatig nog extra stukken bos aankocht of aanplantte. Op vandaag is het domein al 159 ha groot. Een extra attractie is sinds een tweetal jaar de openstelling van de uitkijktoren aan de Belvédère, die gratis toegankelijk is. De Kemmelberg is natuurlijk ook erg bekend als scherprechter in de wielerkoers Gent-Wevelgem, en trekt daardoor ook veel fietstoeristen aan.

De Kemmelberg wordt haast automatisch aan het dorp Kemmel gelinkt, maar toch behoort slechts een deel ervan toe aan Kemmel. De rest is verdeeld over Dranouter en Loker. De grenzen van deze drie deelgemeenten komen samen ongeveer ter hoogte van het vroegere café De Monteberg in de Lettingstraat. Bij het nemen van de foto vloog onze drone boven de Beukelaarstraat, die de Kemmelberg beklimt aan de zuidzijde. Deze is grondgebied Dranouter. In de verte zie je in het wit het bekende hotel-restaurant De Hollemeersch, dat eveneens Dranouter heeft staan op zijn adreskaartje.

Nieuwpoort (09/07/2021).

Vorige week hing de KW-drone boven het Koning Albert I-monument in Nieuwpoort. Het werd in 1938 gebouwd naar een ontwerp van Julien de Ridder, ter ere van Koning Albert I en de Belgische troepen in de Eerste Wereldoorlog. Het cirkelvormige monument is 25 meter hoog en heeft een doorsnede van 30 meter. Het telt tien zuilen, die zijn gebouwd uit bakstenen uit de IJzervlakte. Bovenop ligt een cirkelvormige balk, met een omtrek van 100 meter. Op deze ringbalk ligt een wandelgang met oriëntatietafels. Op het centrale binnenplein staat een standbeeld van Koning Albert I te paard, een werk van Karel Aubroeck. Op het plein voor het Albertmonument is het Nieuport Memorial opgetrokken, een monument voor de Engelse troepen. Het bestaat uit een gedenkzuil met de namen van 566 Britse officieren en soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden aan de Belgische kust.

In oktober 2014 werd het monument, na restauratie en uitbreiding, heropend onder de naam Westfront Nieuwpoort. Er kwam ook een bezoekerscentrum, waar er een permanente tentoonstelling te bezichtigen is over de onderwaterzetting van de IJzervlakte in 1914 door het openen van de sluizen van de Ganzepoot. Dit sluizencomplex, dat vlak naast het monument is gelegen, staat op de samenkomst van zes waterlopen. De meest bekende ervan is uiteraard de IJzer, de andere zijn het Nieuw Bedelf, de Plassendalevaart, de Kreek van Nieuwendamme, de Veurne-Ambachtvaart en het kanaal Nieuwpoort-Duinkerke. Het is toch nog altijd een bijzondere belevenis om op de N380 eens over al die sluizen te rijden terwijl je rond het monument draait.

© Foto Kurt

Dikkebus (02/07/2021).

De KW-drone van fotograaf Kurt hing vorige week in de buurt van Dikkebus Vijver. Bekend als recreatieoord, al is het wel een beetje in verval. Maar vooral functioneel voor de drinkwatervoorziening voor Ieper, dat tot 2010 nog zijn eigen drinkwatermaatschappij had. De 36 hectare grote vijver, die er moest komen om de florerende lakenindustrie van Ieper van het nodige water te voorzien, is bijna 700 jaar oud, want hij werd 1323 in gebruik genomen. Ook toen al had de onteigening van de gronden overigens de nodige voeten in de aarde, de procedure nam zowat tien jaar in beslag.

De Dikkebusvijver wordt gevoed door een afdamming van de Kemmelbeek, die ontspringt in de buurt van de Zwarteberg en in Reninge uitmondt in de IJzer. Hij werd uitgegraven op gronden van de parochies Dikkebus, Vlamertinge en Voormezele, maar nadien is er een grenscorrectie doorgevoerd waardoor de vijver bijna helemaal op het grondgebied Dikkebus kwam te liggen. Maar de toegangsweg er naartoe ligt nog altijd op Vlamertinge, dus dit is echt wel een grensgeval.

© foto Kurt

Rumbeke (25/06/2021).

De KW-drone van fotograaf Kurt Desplenter hing vorige week in de buurt van de kleiputten in Rumbeke. Deze voormalige kleigroeve van de steenbakkerij Dumoulin is 4,2 hectare groot en wordt nu als natuurreservaat beheerd door Natuurpunt. Het is enkel te bezoeken met een gids. Aansluitend op dit reservaat werd in de voorbije jaren door het Agentschap Natuur en Bos stelselmatig nieuwe bebossing aangeplant, wat resulteert in het Bergmolenbos, een domeinbos in wording van 34 hectare groot. Je kan er vrij wandelen en voor de kinderen is er ook een ruime speelzone. De stad Roeselare koestert plannen om in dit bos in het kader van het Westtoer-programma ‘Horizon 2030’ een uitkijktoren te bouwen voor het grote publiek.

Twee jaar geleden werden de plannen al voorgesteld. Het zou een sprookjestoren worden, maar deze plannen zijn ondertussen afgevoerd wegens te duur. Maar het blijft de bedoeling wat we hier in 2023 een toren kunnen beklimmen. Deze zal dan in noordelijke richting uitzien op het befaamde Sterrebos, aan de overzijde van de drukke verkeersader N36. Sterrebos én Bergmolenbos moeten een groene long worden in de bosarme streek rond Roeselare.

© Foto Kurt

Menen (18/06/2021).

De drone van Kurt Desplenter hing boven Het Eiland, aan de Groenestraat in Menen, vlak bij de grens met Wevelgem. Een plaats die enige bekendheid geniet omdat er een restaurantje met die naam te vinden is en je er kan vissen in de vijver.

Maar deze plaats mag dus helemaal niet verward worden met het zogenaamde Leie-eiland in Menen, vaak ook Het Eilandje genoemd. Een kunstmatig eiland eigenlijk, dat in de jaren 1980 tot stand kwam door de rechttrekking van de Leie. Het ligt deels op Belgisch en deels op Frans grondgebied, op wandelafstand van het centrum van Menen. De oude Leiesluizen en aan Franse zijde het plezierhaventje van Halluin met bijhorende capitainerie zijn een toeristische trekpleister.

© foto Kurt

Woumen (11/06/2021).

Jawel, onze drone vloog boven De Blankaart in de Diksmuidse deelgemeente Woumen.

De naam Blankaart verwijst naar ‘blank staan, onder water staan’. De Blankaartvijver is een restant van turfwinning die minstens teruggaat tot de 13de eeuw en is dus door de mens uitgegraven. Gaandeweg ontstond rond deze vijver een gebied met grote natuurwaarde, dat op vandaag als natuurreservaat wordt beheerd door Natuurpunt. Het is vooral waardevol als schuil-, jaag-, overwinterings -en broedplaats voor zeldzame vogels.

In 1860-1870 laat baron Gustaaf de Coninck de Merckem in de buurt van de vijver een imposant kasteel bouwen, met bijhorend gesloten domein in Engelse landschapsstijl. Op vandaag is dit domein vrij toegankelijk en is het kasteel, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog zo goed al helemaal werd verwoest en in een meer sobere versie werd her op gebouwd,  ingericht als provinciaal bezoekerscentrum De Otter.

In 1972 bouwde de toenmalige Nationale Maatschappij voor Drinkwatervoorziening nabij het natuurgebied De Blankaart een reusachtig achthoekig betonnen spaarbekken van 60 hectare groot. Er kan drie miljoen kubieke meter water in: ruim voldoende om een derde van de kustprovincie elke dag van drinkwater te voorzien. Dat water wordt opgepompt uit de IJzer en de omliggende waterloopjes en in het waterproductiecentrum De Blankaart naast het centrum behandeld tot drinkwater.

Ideaal om dit gebied in al zijn facetten te verkennen is de Blankaart Wandelroute van bijna 10 kilometer lang. Ze start aan het bezoekerscentrum (Iepersesteenweg 59-90 in Woumen). Bij nat weer zijn rubberlaarzen geen overbodige luxe.


© © Foto Kurt

Knokke (04/06/2021). Dit was inderdaad wel een weggever, want Het Zwin is alombekend en heel makkelijk te herkennen. De naam verwijst naar een oude inham van de zee, die tot in de 12de eeuw nog tot aan Brugge reikte. Die ging echter geleidelijk aan verzanden, en de Zwingeul, op de grens van België met Nederland, is nog het enige overblijfsel hiervan. De Zwingeul, die bij laagtij doorwaadbaar is, en het gebied errond vormen een  uniek natuurgebied met stranden, slikken, schorren, kreken en duinen, dat internationale bescherming geniet. Op de achtergrond zien we de bebouwing van de Nederlandse badplaats Cadzand. Vroeger bevond zich aan de Nederlandse zijde van de Zwingeul een haventje, dat echter moest verdwijnen door de grote Deltawerken na de watersnood van 1953. Het Zwin werd toeristisch vooral bekend door het vogelpark dat hier in 1953 door graaf Léon Lippens werd gesticht. Na 60 jaar dienst werden de verouderde gebouwen afgebroken en op dezelfde plaats bouwden de provincie West-Vlaanderen en het Agentschap Natuur en Bos het Zwin Natuurpark uit, dat precies vijf jaar geleden (10 juni 2016) werd geopend.


© foto Kurt

Kanegem (27/05/2021). De geschiedenis van deze omwalde hoeve gaat minstens 730 jaar terug in de tijd. Ze heeft eigenlijk drie namen en de oudste verwijst meteen ook naar het lieflijke dorpje dat we zoeken. De oudste benaming (13de eeuw) is namelijk ’t Hof van Caneghem, als fonciershoeve van de gelijknamige heerlijkheid. In de 17de eeuw wordt de hoeve eigendom van de Spaanse adellijke familie de Castillo en spreekt men van het Goet de Castillo. In het midden van de 18de eeuw wordt Johannes Van der Stricht, kanunnik én grootgrondbezitter, de eigenaar en spreekt van het Goet ter Stricht. Later wordt de Kanegemse Straete naar Poucques hernoemd in Strichtensgoedstraat.

© Foto Kurt

Blankenberge (21/05/2021). De fonteintjes.

© foto Kurt

Zwevegem (14/05/2021).

© foto Kurt

Poperinge (07/05/2021). Ze noemen hem de Duitse toren, in 1940 gebouwd als controletoren voor een 125 hectare groot vliegveld. Maar er is nooit een vliegtuig geland, de toren bleef en het veld werd… een grote moestuin. En nu zijn er plannen om de toren te restaureren én als uitkijktoren toegankelijk te maken voor het publiek. Alleen… de toren staat op privéterrein en de eigenaar heeft geen plannen om terrein prijs te geven.

© foto Kurt

Sint-Eloois-Winkel (30/04/2021). De tekstjes brouwen bij deze rubriek, het was een hobby van onze afscheidnemende Jan Gheysen. In zijn laatste krant stuurden we daarom onze drone boven zijn geliefde gemeente. Op zijn Instagrampagina is Jan bezig aan een 365 dagen-challenge getiteld Tussen hier en elders. Elke dag brouwt hij er een tekst over zijn dorp. Wie zijn schrijfsels zal missen, kan dus daar terecht. Wij gaan @jangheysen alvast met veel plezier blijven volgen.

© foto Kurt

Heuvelland (23/04/2021). Jacques Brel heeft er nooit Mon plat pays gezongen. Het had nochtans gekund, het Frans is er niet zo heel ver uit de buurt, maar vlak is het er nooit. Of de renners en wielertoeristen die er zwoegend en puffend voorbij trappen oog hebben voor de van wilgentakken gevlochten menhirs van de Blankenbergse kunstenaar Muller, is zeer de vraag.

© foto kurt © foto kurt

Vichte (Anzegem) (16/04/2021). Dit kasteeldomein vlakbij een beek was oorspronkelijk een woontoren die werd gebouwd op een aarden heuvel, een motte. Dat is intussen al bijna 900 jaar geleden. De toegangspoort tot het domein is jonger, het dateert van de 15de eeuw. Maar de edellieden die er eerst huisden, moesten het uit geldzorgen begin vorige eeuw verkopen. Het was een Antwerpenaar die het kocht en verpachtte. De familie die het toen pachtte, heeft het uiteindelijk gekocht. Begin de jaren zeventig werd het kasteel als monument beschermd.

© foto Kurt

Werken (09/04/2021). Een heuvel is wat overdreven, het is een kunstmatige verhoging, een terp werd dat ook wel eens genoemd. Ooit dacht men zelfs dat het opgehoogde stuk aan de rand van de Handzamevallei goudstukken moest verbergen, maar graafwerken leverden geen spectaculaire vondsten op. De foto laat anders wel duidelijk zien hoe het komt dat begraafplaatsen ook kerkhoven worden genoemd.

© foto Kurt

Wakken (02/04/2021). Aan het begin van de dreef die toegang geeft tot dit kasteel, bevindt zich nog een authentieke schandpaal. In de kelders van het gebouw zijn nog de restanten te vinden van het oorspronkelijke kasteel dat dateert van de 13de eeuw. Na WO II was er een opvanghuis voor oorlogsweeskinderen in ondergebracht. Daarna werd het een advocatenkantoor en woning.

 ©Kurt Desplenter Foto Kurt
© foto Kurt

Ingelmunster (25/03/2021). Aan water geen gebrek hier in de omgeving van het waterzuiveringsstation. Vlakbij is er een kanaal en van alle kanten -toch vanuit vijf omliggende gemeenten- stroomt hier het afvalwater naartoe om het te laten zuiveren. Goed voor zo’n 52.000 inwonersequivalenten, zoals dat officieel heet. Toen de installatie in 2003 in gebruik werd genomen, was de capaciteit nog beperkt tot 35.000 inwoners

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Sleihage, Hooglede (19/03/2021). Het was een Europese primeur: deze vaste schelpenbouw, ontworpen door een Kortrijkse architect, zo’n zestig jaar geleden. Het dak van roestvrije stalen platen rust op twaalf betonnen steunpunten. Oorspronkelijk bedoeld als kerk bij een klooster dat maar voor de helft werd voltooid. Eind jaren zeventig werd het een futuristische parochiekerk waarvan de toekomst intussen onzeker is.

Waar hangt de drone van Kurt?© Foto Kurt
© foto Kurt

Ruiselede (12/03/2021). Het heeft iets van een autocircuit, maar vergis je niet: dit is een paardenrenbaan. Geen wedstrijdrenbaan, er staan geen tribunes, maar een oefenbaan met binnen het ovalen circuit de weiden waar de paarden voor en na het lopen kunnen grazen en rusten in een van de meest landelijke gemeentes uit onze provincie.

 ©Kurt Desplenter Foto Kurt
©foto Kurt

Dadizele (05/03/2021). Het is geen gewone kerk, daar in de verte op de foto. Maar een kathedraal is het evenmin. Vooral in de meimaand lokt dit godshuis gelovigen van ver buiten de gemeente. Indertijd werd zo’n bedevaart ontspannend in een park en fleurig in een almaar groeiende bloemenwinkel afgesloten. Kerk en middenstand floreerden er jarenlang als nergens elders.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Ooigem (26/02/2021). Een klein stukje natuur, tussen rivier en een oude of dode rivierarm. Het gemeentebestuur heeft er vorig jaar nog het voetpad langs de rivierarm heraangelegd. Om de toegankelijkheid van het gebied in de buurt van de oude hoeve te vergroten. Er komen nog meer wandelpaden daar in de buurt. ’t Is een uitgelezen wandelplek in een anders heel drukke gemeente.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Werken (19/02/2021). Het gebeurt wel vaker, en zeker in een vallei van een beek, dat weilanden bij regenweer onderlopen. In deze streek hebben ze er zelfs een wandelroute voor samengesteld die niet toevallig de natte broekenroute wordt genoemd. Het is een landschapswandeling over onverharde en zoals hier te zien vaak ook drassige paden. Laarzen zijn meer dan wenselijk voor deze tocht.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Hooglede (12/02/2021). Het was oorspronkelijk een begraafplaats voor Duitse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de onmiddellijke omgeving sneuvelden. Zo waren er in ons land 128 van die kleinere Duitse begraafplaatsen. Na de oorlog en in de jaren vijftig werden alle Duitse gesneuvelde soldaten op vier grote begraafplaatsen samengebracht. Dit is een van die vier. Hier rusten 8.200 militairen.

Er is ook een ‘Ehrenhalle’ achteraan de begraafplaats die werd gedecoreerd met een groot en kleurrijk mozaïek. In het ontvangstpaviljoen is er uitleg over de historische achtergrond van deze begraafplaats te vinden. Elk jaar, op 15 november, legt het Duitse consulaat een bloemenkrans neer.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Lissewege (05/02/2021). 915 jaar geleden stichtten benedictijnen een abdij op deze plaats. Vandaag staat enkel de 50,50 meter lange kloosterschuur nog overeind. Het dak bestaat sinds de 18de eeuw uit 50.000 Boomse dakpannen. Weetje: Willem van Saeftinghe, lekenbroeder van de abdij, zou tijdens de Guldensporenslag de Franse aanvoerder van zijn paard geslagen en gedood hebben.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Wervik (29/01/2021). Onoverbrugbaar is de rivier niet, dat is duidelijk te zien. Dat de rivier ook de grens is tussen ons land en het buitenland laat de foto niet meteen zien. Onze stad bevindt zich aan de rand van het land. Wie de grens droog over wil, moet over de brug.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Dudzele (22/01/2021). Het dorp heeft iets uitzonderlijks: er staan twee kerktorens, maar een van die torens is er een zonder kerk. Die kerk was er ooit en de kerktoren die je ziet op de foto was eigenlijk niet eens de grote kerktoren van die verdwenen kerk, maar een hoektoren. Die kerk is gebouwd in de 12de eeuw en na plunderingen in de geuzentijd gesloopt in de 17de eeuw, maar de toren bleef overeind. De ‘nieuwe’ kerk dateert van eind 19de eeuw. De nieuwe toren is veel minder imposant dan deze toren zonder kerk.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Kortrijk (15/01/2021). Deze droogloodsen van een pannenbakkerij dateren van 1924 en tegen het eind van de vorige eeuw stonden ze er vervallen bij en de sloop dreigde. Dat was niet naar de zin van enkele industriële archeologen die de aanzet gaven om de erfgoedsite te redden. En dat is gelukkig ook gebeurd. Je vindt de pannenbakkerij in Kortrijk, nabij Kapel ter Bede.

 © Foto Kurt
© Foto Kurt

Oostkamp (08/01/2021). Zo staat het officieel beschreven: een hoeve beschilderd in ossenbloedrood. Het is een historische boerderij waarover al in de 16de eeuw sprake was. En omdat ze bij een kasteel hoort, kreeg ze niet alleen de naam van een van de pachters, maar sinds 1975 ook de naam van het kasteel Nieuwburg.

 © Foto Kurt
© foto Kurt

Ardooie (01/01/2021). Dit classicistische kasteel was ooit een zomerverblijf van de burggraven de Jonghe d’Ardoye en het lag in een domein dat maar liefst 3.000 ha groot was. Daarvan is nu nog 44 ha over als provinciaal domein ‘t Veld en 28 ha zijn privé en horen bij de kasteelbewoners. Het provinciaal domein is een druk bezocht knooppunt van fietsroutes die er mekaar kruisen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.