"Ik kom uit een sportfamilie. Thuis ben ik altijd hard aangepakt. Mijn pa was ambitieus en ik was de nietsnut. Omdat ik te dik was. Omdat ik graag desserts at. En omdat ik geen resultaat reed. Bij ons thuis was Arne de atleet. Mijn broer deed atletiek op hoog niveau en voetbalde bij Roeselare. Maar ik heb dat goed verwerkt. Ik mag gerust zeggen dat ik dankzij mijn pa het karakter heb gekregen dat ik nu bij de profs nodig heb om straffe prestaties te leveren. Ik ben een vechter en omdat ik zo kan vechten, bereik ik mooie resultaten. Dat is iets wat velen niet hebben, denk ik. Maar het is niet altijd even makkelijk geweest."
...

"Ik kom uit een sportfamilie. Thuis ben ik altijd hard aangepakt. Mijn pa was ambitieus en ik was de nietsnut. Omdat ik te dik was. Omdat ik graag desserts at. En omdat ik geen resultaat reed. Bij ons thuis was Arne de atleet. Mijn broer deed atletiek op hoog niveau en voetbalde bij Roeselare. Maar ik heb dat goed verwerkt. Ik mag gerust zeggen dat ik dankzij mijn pa het karakter heb gekregen dat ik nu bij de profs nodig heb om straffe prestaties te leveren. Ik ben een vechter en omdat ik zo kan vechten, bereik ik mooie resultaten. Dat is iets wat velen niet hebben, denk ik. Maar het is niet altijd even makkelijk geweest.""Tijdens mijn jeugd werd ik gepest. Ik heb er geen problemen mee om daarover te praten. Ik zat in de VMS (Vrije Middelbare School, red.) in Roeselare en de eerste twee jaar was ik ne kleine dikken. Een gemakkelijk slachtoffer voor de zesde- en zevendejaars. Het eerste was ze deden, was een centje smijten. Ik passeerde en dan zeiden ze: 'Ga je het niet oprapen, dè?' Vandaag zou ik dat nooit meer doen, maar toen raapte ik het dus wel op.""Het is door mijn nonkel dat ik ben beginnen te koersen. Van mijn ouders mocht ik eerst niet. Op mijn veertiende kreeg ik mijn eerste koersfiets. Met de vitessen nog aan het kader. Vijftig euro had nonkel Luc ervoor betaald. Zo ben ik begonnen, als 14-jarige aspirant. De periode dus van het pesten op school, van de kleine dikken. McDonald's was de sponsor van mijn ploeg, de Jonge Renners Roeselare. Ik werd al snel vroeg gelost en hoorde het supporters gewoon zeggen: 'Kiek no dienen dikken. Hij is gesponsord door McDonald's. Hij moet nog wat meer eten.' Eigenlijk trok ik me daar nooit iets van aan. Natuurlijk houdt zoiets je wel bezig, maar het is niet zo dat het extreem was. Later heb ik die pesters nog teruggezien. Op Facebook. Toen bestond dat nog niet, maar als ik nu foto's van die periode bekijk, zie ik de leider van die groep nog altijd zo voor me. Zijn naam ken ik niet, maar als ik een foto zie, haal ik hem er meteen uit. Ik zou niet weten wat er van hem geworden is. Ik weet zelfs niet of hij beseft wat hij toen gedaan heeft.""Als nieuweling en junior begon ik beter te presteren. Het was toen dat mijn oma, Noëlla Coghe, te horen kreeg dat ze longkanker had en nog drie weken te leven had. We noemden haar Meme Koetjes, omdat ze melkboer was. Nooit had ze gerookt. En op haar sterfbed, net toen ik de Ster van Zuid-Limburg zou rijden, zei ze: 'Koersen, dat is wat je moet doen.' En dus deed ik dat. Drie dagen heb ik gestreden. Wenend op de fiets. En voor de eerste keer in mijn leven won ik een trui. De trui van de strijdlust.""Bondscoach Carlo Bomans nam me enkele weken later mee naar de Vredeskoers, waar ik een rit won. Waarschijnlijk is het daar dat Beveren 2000 me opgemerkt heeft. Het jaar erna kon ik bij die grote ploeg mijn beloftedebuut maken en is mijn carrière begonnen. Je zou dus kunnen zeggen dat mijn oma voor de echte start van mijn carrière gezorgd heeft. Een mooi verhaal en best wel symbolisch. Het bewijs dat ik kracht putte uit moeilijke gebeurtenissen.""Toen ik in 2011 prof werd, kreeg ook nonkel Luc kanker. In maart 2013 is hij gestorven. Onverwachts. Net ervoor was hij met mij, broer Jens en Niels Goderis nog mee op stage naar Spanje gegaan. Twee weken later kreeg hij een infectie op de longen. Hij heeft nog een maand geleefd. De laatste dagen heeft hij nog veel voor mij geregeld en uiteindelijk ben ik weer op mijn pootjes terechtgekomen. Eind augustus won ik die rit in de World Ports Classic, mijn eerste grote zege als prof. Ik droeg mijn nonkel gewoon met me mee. Vijftig kilometer reed ik die dag alleen. Roger De Vlaeminck is na afloop naar mij gekomen om te zeggen dat hij nog nooit iemand zo snel had zien rijden. Een grote eer voor mij. Die zege vind ik nog altijd de strafste stoot uit mijn carrière. Een volledig team reed georganiseerd achter me aan. In het laatste uur haalde ik een gemiddelde van 56 km per uur.""Maar de mokerslagen bleven komen. Eerst Stig, ja. Stig was in mijn eerste maanden bij Lotto-Soudal mijn ploegmaat. Op het moment van zijn val in de Ronde van België in 2016 reed ik naast hem. Hij koos rechts van de moto, ik links. De moto slierde naar rechts en nam Stig mee in zijn val. Ik kon door de graskant en bleef in extremis recht. Maar voor hetzelfde geld had ik rechts gekozen en lag ik er ook bij. Ik zie de valpartij nog altijd zo voor me. Die seingever kon er niets aan doen. Het was een fietspad dat stopte. Stig was kansloos. Toen men even later de koers stil legde, besefte ik meteen dat het serieus was. Maar Stig overleefde en vecht ongelooflijk terug. Hij is geen topsporter meer, maar neemt wel weer deel aan de maatschappij. Hij woont alleen, heeft een job en een nieuwe vriendin. Hij kan weer lachen. Dat is bewonderenswaardig. Zo was en is Stig. Dat is zijn karakter. Ik denk dat we op dat vlak met elkaar te vergelijken zijn." "Maar een Wallays is ook iemand die opkropt. Die ritzege in de Vuelta in 2018 is daar een mooi voorbeeld van. Het was een teken dat ik alles aan het opkroppen was. Rik (Van Slycke, ploegleider bij Quick.Step, red.) bedoelde het waarschijnlijk niet slecht, maar hij had wel iets geroepen en ik kreeg de kans niet om terug te roepen. Toen had ik zoiets in mijn hoofd van: ik zal eens laten zien wat ik waard ben. Nooit had ik gedacht te kunnen winnen, maar ik won toch. Ik, die niet veel win. Maar als ik dat doe, doe ik dat altijd op een speciale manier. Mijn reactie aan de aankomst in Lleida was fout, maar er was iets dat op mijn lever lag en ik ben een persoon waarbij de frustraties er soms plots uitvliegen. De dag erna heb ik er meteen met Rik over gesproken. Ik denk en hoop dat hij mij begrijpt. Het bewijst dat iedereen een woord of zin anders kan interpreteren...""Toen ik enkele maanden later in San Juan aan het volgende seizoen begon, voelde ik me echt sterk. Door die zware val in Argentinië, de val bij mijn comeback in Duinkerke en sinusitis in de Vuelta is dat er echter nooit uitgekomen. Maar het zat erin. Ik voelde dat, alleen kwam het niet. Altijd sloeg er wel iets tegen.""En dan moest in 2019 nog de grootste mokerslag komen. Bjorg Lambrecht. Bjorg overleefde zijn val in de Ronde van Polen niét... Weet je, de politie wilde dat iemand van de ploeg de files van Bjorg (zoals zijn hartslaggrafiek van die bewuste rit, red.) uitlas. Ik heb dat gedaan. Niemand anders was ertoe in staat. Na de dood van Bjorg zullen mijn ploegmaats wel eens gedacht hebben: 'Amai, die gaat daar makkelijk mee om'. Zo leek het ook, denk ik. Maar dat was dus niet zo. Alleen was ik de enige die al eens een gelijkaardige situatie had meegemaakt. Met Stig. De dagen na de val van Stig heb ik geleerd dat ik veel moet vertellen. Niet meer mag opkroppen. Door Stig heb ik leren vertellen wat er op mijn lever ligt. Positief of negatief." "En toen volgde opnieuw een dag waarop alles in de juiste plooi viel. Opnieuw de dag van Parijs-Tours, de koers die ik al eerder (in 2014, red.) had gewonnen. Fantastisch, hé. Zeker na een lange solo van 50 kilometer. In zo'n koers! Dat kunnen er niet veel zeggen. Die wedstrijd zal me ook altijd bijblijven, want ik reed de hele dag met Bjorg in mijn hoofd. Dat zal mijn hele carrière zo blijven. Het is een verlies voor me, maar ik put er ook kracht uit. Ik weet nu: in het leven moet je altijd positief blijven."