
Ze trokken met medailleambities naar de Olympische Spelen, maar keerden terug met een kater. Vier maanden na datum blikken Nicky Degrendele en Emma Plasschaert samen terug op Parijs 2024. “Als je rustig analyseert, kunnen we alleen maar vaststellen dat er op de Spelen vooral heel veel deelnemers met lege handen naar huis gaan.”
Natuurlijk kennen Nicky Degrendele (28) en Emma Plasschaert elkaar (31), als West-Vlamingen en ex-wereldkampioenes in hun sport. “In mijn sport, baanwielrennen, ken ik iedereen, maar de landgenoten uit andere sporten zijn voor mij bijna vreemden. We zien elkaar niet lang genoeg om een vriendschapsband op te bouwen”, geeft Degrendele aan. Plasschaert knikt. “Dat klopt ergens wel, al probeer ik door mijn aanwezigheid in de atletencommissie van Team Belgium zoveel mogelijk contacten te onderhouden. Bovendien is zeilen een kleine sport. Vaak trekken de atleten uit die disciplines met elkaar op. Wij, de zeilers, sluiten bijvoorbeeld makkelijk aan bij de andere watersporters.”
Ik open meteen met de moeilijkste vraag van dit interview. Wat weten jullie over elkaars sport?
Emma: “Oei. (grijnst) Ik kijk wel vaak naar de tv-beelden van baanwielrennen, maar heel eerlijk? Ik verwar de verschillende disciplines. Moeten ze in keirin niet om de zoveel toertjes om punten sprinten?”
Nicky: (schudt glimlachend het hoofd) “Nu heb je het over de puntenkoers.”
Emma: “Ik heb de beelden van jouw valpartij op de Spelen gezien. Iemand reed toen in jouw wiel. In keirin rijd je dus met meerdere mensen tegelijkertijd op de piste. Het is entertainend om naar te kijken. (korte stilte) Leg eens uit.”
Nicky: “We rijden met zes op de piste, rijden eerst drie ronden achter de brommer en vervolgens moeten we nog eens drie ronden volle bak sprinten.”
Emma: “En ik geloof dat er ook gewerkt wordt met een kwalificatiesysteem met heats. (Nicky knikt) Nu is het aan jou.”
Nicky: “Ik weet dat de zeilcompetitie van Emma over meerdere dagen valt. Vijf of zeven? Zes! En elke dag moeten er zo weinig mogelijk punten verzameld worden. Jullie zeilen allemaal samen naar een boei. En de wind speelt een cruciale rol.”
Emma: (onder de indruk) “Klopt volledig. Als er niet voldoende wind is, wordt de race uitgesteld. Op de Spelen zijn er eerst vijf dagen met telkens twee competities. Het slechtste resultaat valt weg voor de medaillerace op dag zes, waarin dubbele punten te verdienen vallen. Maar Nicky, doe jij alleen keirin? Ik dacht dat jij ook aan een andere discipline deelnam.”
Nicky: “Klopt. Ik doe ook nog de sprint. Daarin rijd je 200 meter, één tegen één.”
Parijs 2024 is voor jullie niet verlopen zoals vooraf gehoopt. Hoe kijken jullie daar nu, na vier maanden, op terug?
Emma: “De emoties van toen zijn bij mij aan het verminderen. Ik merk dat ik er nu met een meer droge kijk op terug kan kijken. Ergens is dat ook wel goed, want meteen na de Spelen was de ontgoocheling heel groot. Ik ben blij dat ik het nu wat meer ruimte kan kijken, maar op één of andere manier voelt het nog altijd aan alsof het gisteren was.”
Nicky: “Ik heb nog altijd last van de blessure die ik bij die val (in de kwartfinale, toen ze net de finish overschreed en zich voor de halve finale had geplaatst, red.) opliep. De herinnering daaraan zal altijd moeilijk blijven. Nog nooit ben ik zo goed in vorm geweest. Ook mijn hoofd was er klaar voor. Dat was ook te zien op dag één, toen ik heel koel en bewust van de situatie was. Uiteindelijk is dit ook maar een koers als een ander, maar het ging hier wel om de Spelen. Ik voel me een beetje beroofd. De statistieken geven me ook gelijk: ik was minstens even goed als de dames die een medaille behaalden. Van mijn twee laatste wedstrijden op de Spelen (de halve finale en de B-finale voor de zevende plaats, red.) herinner ik me niets meer. Ik had een hersenschudding, maar ben doorgegaan. De Spelen waren het doel waar ik zolang naartoe gewerkt had. Heel frustrerend.”
“Ik voel me een beetje beroofd. Ik was minstens even goed als de dames op het podium” – Nicky Degrendele
Emma: “In Tokio werd ik vierde. Nu eindigde ik pas als zevende, maar in 2021 had ik het gevoel dat ik niet beter kon. Toen was er duidelijk iets wat ik niet goed kon, waardoor er geen medaille uit voortvloeide. Na Parijs had ik het gevoel dat ik die skills wel had en dat ook getoond had, alleen viel het resultaat in verhouding met mijn prestatie tegen. De evaluatie na de Spelen was dan ook erg moeilijk. Het was niet evident, want we weten niet goed waar ik het heb laten liggen. Een werkpunt was er niet. Ik dacht: is die zevende plaats maar zo goed als ik ben? Een confronterende gedachte.”
In topsport liggen vreugde en ontgoocheling dicht bij elkaar. Hoe gaan jullie met ontgoochelingen om?
Nicky: “Mijn coach (Tim Carswell, red.), met wie ik een heel goeie band heb, is de enige persoon die ik dan nodig heb. Ik kan met hem over alles babbelen. Maar erover praten met andere mensen? Ik doe heel veel op mezelf. Op het einde van de rit stel ik toch altijd hetzelfde vast: ik ben de enige die er iets aan kan doen. Ik ben daarin heel gesloten.”
Emma: “Ik heb altijd een goed contact gehad met mijn mental coach, Els Snauwaert. Alleen zitten Els en ik meestal samen in functie van een prestatie, terwijl het nu plots om verwerking ging. Dat vergde een andere aanpak en methode die we niet gewoon zijn. In competitie probeer je als een robot over de dagen te gaan. Ik ben iemand die erover praat, maar moet eerlijk toegeven dat ik me er niet per se beter door voel. Ik merk wel dat ik er nu, tijdens dit interview, normaler over kan praten.”
“De evaluatie na de Spelen was heel moeilijk, want we weten niet goed waar ik het liet liggen” – Emma Plasschaert
Nicky: “Na de Spelen heb ik vooral geprobeerd om zo weinig mogelijk mensen te zien, want alle gesprekken zouden over mijn val gaan. Alleen voor familie en dichte vrienden wilde ik tijd maken, mensen die weten dat Nicky meer is dan alleen de fiets. Mijn zus heeft drie kindjes. Die hebben er geen besef van wat hun tante is overkomen. Alleen als ze me op tv bezig zien, ben ik voor hen een wielrenster. Dan schreeuwen ze me toe en ben ik Kicky.” (lacht)
Jullie namen wel deel aan de Spelen, hét grootste sportevenement ter wereld.
Nicky: “Voor mij was het toch vooral bittersweet, maar los van mijn eigen verhaal blijft het een mooie ervaring. (korte stilte) Neen, ik ben nog niet klaar met de Spelen. Ik wil in 2028 absoluut naar Los Angeles om er nog eens alles uit te halen.”
Emma: “Ik weet niet goed hoe ik de Spelen het best kan omschrijven. Het is je hele wereld en plots is het weer voorbij: zo voelt het bij mij. Het wordt zo gehypet. Let wel, het is een fantastische ervaring. De logistiek erachter is echte waanzin. Een circus! Maar na twee weken is het ook gewoon voorbij en na een maand is iedereen het weer vergeten. Voor mij is het heel belangrijk om alles in een juist perspectief te plaatsen.”
Nicky: “Weet je wat best wel grappig is als je dat eens rustig analyseert? Op de sluitingsceremonie van de Spelen heb je zoveel meer teleurgestelde dan gelukkige atleten.”
Emma: “Er wordt een massa aan medailles uitgereikt, maar als je alles nuchter bekijkt, zijn dat er nog altijd maar drie per discipline. Er zijn op de Spelen vooral heel veel deelnemers die geen medaille veroveren.”
Emma, jij bent 31 jaar. Ga jij door tot Los Angeles?
Emma: “Ik heb er de voorbije maanden veel over nagedacht en neig door te gaan tot LA 2028. Of mijn echtgenoot (de Australiër Matt Wearn, tweevoudig olympisch zeilkampioen, red.) daarin een rol speelt? De ene beslissing wordt uiteraard meegenomen in de rekening voor de komende vier jaar. Bij mij persoonlijk hangt alles heel erg af van of ik de goesting en drive na al die jaren nog altijd kan vinden? Als dat wel het geval is, zal ik waarschijnlijk voortdoen. Sowieso zal ik in 2025 nog in competitie aantreden.”
Jullie zijn beiden samen met een buitenlander en zien jullie dichte familie niet zo vaak. Hoe zwaar weegt dat?
Nicky: “Sinds mijn 16de reis ik overal naartoe, de hele wereld rond. Als je jong bent, kan je dat heel makkelijk opbrengen. Maar met ouder te worden wil je veel meer op één locatie blijven. Dat heb ik de laatste twee jaar hard gemerkt, zeker door de kindjes van mijn zus. Ik wil hen zien opgroeien. Ik blijf mijn sport graag doen, maar het is anders nu.”
Emma: (knikt begripsvol) “Bij mij is het niet per se reizen dat een last wordt, maar ik herken mezelf ook wel in Nicky. Vanaf een bepaalde leeftijd zijn er veel meer ingrijpende gebeurtenissen waar je bij wil zijn, zoals zussen of vrienden die kinderen krijgen en trouwen. Mijn beste vriendin bevalt eind december. Ik word meter, iets waar ik enorm naar uitkijk. Alleen zal ik mijn metekind pas vijf, zes weken later voor de eerste keer kunnen zien. Zomaar over en weer vliegen vanuit Australië is veel te duur. (korte stilte) Dat is mijn realiteit. Mijn man en zijn familie wonen ver weg. Het jongste zoontje van mijn oudste zus is intussen zes. Toen ik in november naar Australië vertrok, zei hij: tante Emma, jij mag niet weggaan. Het was de eerste keer dat hij dat zei. Toen dacht ik echt: dit is vreselijk. Neen, dat zijn helemaal geen leuke momenten. Nu, ik probeer ernaar te kijken als een soort verrijking. Ik zeg vaak: my life is where the heart is. Mijn leven is waar het hart is. Mijn hart is bij mijn man in Australië. (lacht) Ik heb het ver gezocht.”
Nicky: (grijnst) “Ik heb het niet ver gezocht (Degrendele is samen met een Nederlander en woont in de Kempen, red.). Emma, ik zou het wel weten. Had ik nu maar in Australië gewoond! Ik sluit het ook niet uit. Ik zou graag eens een leven in de zon doormaken.”
Het beste van KW
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier