"Liever niet, neen." In zijn kamer in het revalidatiecentrum van het UZ Gent rijdt de 17-jarige Lars wat nonchalant op de achterwielen van zijn rolstoel terwijl hij met ons praat. Of we naar buiten kunnen voor wat foto's van hem en zijn moeder, vroegen we hem net. Hij schudt van neen. "Ik weet niet goed waarom, maar ik sta liever niet op de foto. Misschien is het nog iets te confronterend? Ik weet het niet. Mama maakt ook soms foto's hier, maar ik heb dat eigenlijk niet graag."
...

"Liever niet, neen." In zijn kamer in het revalidatiecentrum van het UZ Gent rijdt de 17-jarige Lars wat nonchalant op de achterwielen van zijn rolstoel terwijl hij met ons praat. Of we naar buiten kunnen voor wat foto's van hem en zijn moeder, vroegen we hem net. Hij schudt van neen. "Ik weet niet goed waarom, maar ik sta liever niet op de foto. Misschien is het nog iets te confronterend? Ik weet het niet. Mama maakt ook soms foto's hier, maar ik heb dat eigenlijk niet graag."Bijna acht maanden verblijft hij intussen in het Gentse ziekenhuis. Acht maanden waarin zijn leven eerst aan een flinterdun zijden draadje hing om daarna voor altijd volledig te veranderen. Het was een doordeweekse dinsdagochtend, die elfde februari. Net als elke schooldag fietste Lars Naert van bij hem thuis in Zandvoorde richting Gistel. Houtbewerking volgt hij, op dat moment in het vijfde jaar van het Atlas Atheneum. Zeven kilometer moet hij afleggen, zeven kilometer die hij op zijn duimpje kent. Op één punt langs zijn route op weg naar school weet hij dat hij extra aandachtig moet zijn: het kruispunt aan de Gistelbrug. "Van wat er daarna gebeurde, weet ik niets meer. Ik herinner me enkel dat ik in het ziekenhuis wakker werd", zegt Lars. Iets over 8.30 uur die dinsdagochtend steekt Lars het kruispunt aan de Gistelbrug in Gistel over, netjes door het groene licht. Een vrachtwagenbestuurder die staat te wachten achter een andere wagen, merkt Lars niet op en draait rechts af. De tiener wordt gegrepen, komt onder het voorwiel van het gevaarte terecht, wordt meegesleurd en komt er langs de andere kant opnieuw onderuit. "Ik weet nog perfect wat de politieagent aan de telefoon tegen me zei: Dag mevrouw, uw zoon heeft een zwaar ongeval gehad. Hij is in kritieke toestand en onderweg naar het AZ Damiaan. Zal het gaan?" Isabelle Vandenberghe (53) is de mama van Lars en wil graag het verhaal van haar zoon mee vertellen. Al is het maar om één iemand ergens bewust te maken van de nood aan verandering op West-Vlaamse wegen."Zo'n telefoontje wens je niemand toe. Er gaat op dat moment zoveel door je hoofd, maar tegelijk schakel je over op automatische piloot. Het enige waar je aan denkt: alsjeblieft, zorgt dat hij het haalt."Meteen is duidelijk dat Lars er erg aan toe is. "Zijn grote geluk was dat er op het moment van het ongeval een verpleegster, dokter en brandweerman in de buurt waren. Zij hebben hem ter plaatse gereanimeerd en geholpen tot de hulpdiensten aankwamen. Zonder hen..." Isabelle moet even nadenken en kijkt haar zoon in de ogen.In het AZ Damiaan slagen de dokters en verpleegkundigen erin om Lars te stabiliseren. Zo goed als alle botten van zijn ribbenkast naar beneden toe zijn gebroken of verbrijzeld. Ook verschillende organen zijn geraakt en de jonge fietser verloor meer dan 3 liter bloed. "Levensbedreigend gewond is zo'n term die je wel eens leest of hoort, maar je staat er nooit bij stil wat dat eigenlijk betekent", zegt Isabelle. "Drie uur nadat het gebeurde, was hij al op weg naar het UZ in Gent waar een heel team klaar stond om zich over hem te ontfermen. Het is dankzij al die mensen, zowel in Oostende als hier in Gent, dat we vandaag staan waar we staan. En dankzij de kracht die Lars in zich heeft. Uiteraard." Ze kijkt opnieuw en lacht vanachter haar mondmasker. De eerste weken op intensieve zorgen zijn bijzonder intens. Lars krijgt heel veel pijnstillers toegediend, tien minuten zijn ogen openhouden is een hele opgave. Zowel voor de dokters, de familie als de jongen zelf is het afwachten hoe hij die eerste belangrijke periode doorkomt. Op een bepaald moment weegt hij nog amper 35 kilogram, en dat voor een sportieve puber van 1,83 meter. "Hij was heel lang in levensgevaar en heel die periode ben je als ouder doodongerust. Je bent met niets anders bezig", zegt Isabelle. "Een vogel voor de kat, dat was eigenlijk een beetje het vertrekpunt. Men zegt het hier ook letterlijk zoals het is, om geen valse hoop te geven. Je hoopt, maar je bent tegelijk vooral ook realistisch." "Ergens is dat wel goed op die manier", pikt Lars in. "Je weet waar je staat. Zonder dat iemand je blaasjes wijsmaakt. En dan krijg je dat gevoel in je been terug, kan je na een tijdje je been weer bewegen en probeer je stap per stap te denken. Niemand weet wat het eindpunt zal zijn. Alles wat erbij komt, zien we als winst."Intussen kan Lars al opnieuw wat wandelen, met behulp van een wandelstok. En hij blijft progressie maken. "Het gaat goed, al klinkt dat misschien raar. Het is gewoon goed omdat het nu veel beter is dan in het begin. Ik wil vooruit, maar ik durf niet te ver meer vooruit kijken. Dag per dag, week per week misschien", zegt hij. "Natuurlijk zijn er moeilijke momenten, dat kan niet anders. Overdag, als je bezig bent, met mensen praat of met familie of vrienden belt, denk je niet aan wat er is gebeurd. Maar 's avonds, als je hier alleen in dat bed ligt, ligt dat anders. Het is moeilijk om te omschrijven. ""Wij zijn vooral blij dat Lars er nog is, dat we hem nog hebben", zegt Isabelle. "Voor hem is dat anders. Hij zegt soms was ik dood geweest, dan had ik die miserie nu niet gehad. Ik was gelukkig toen ik naar school fietste, nu kan ik dat niet meer zijn. Nu moet ik weer gelukkig proberen worden. Hij ziet soms vooral wat hij niet meer kan en heeft. Dat is hard om te horen, maar ergens begrijp ik hem ook. Voor een jonge gast van 16, 17 jaar is dat moeilijk, die knop omdraaien. Het is net nu dat je toekomstplannen begint te maken, het moet voor hem nog allemaal beginnen. Hij studeert houtbewerking en doet dat heel graag, maar zal hij dat kunnen blijven doen? Er zijn zoveel vraagtekens en onbekenden. We moeten eerst de revalidatie afwachten."Op het kruispunt waar Lars begin februari werd aangereden, is nog niets veranderd. Heel vaak passeren ze er zelf nog. Ook als Lars tijdens de weekends naar huis mag, moeten ze langs de Gistelbrug. "Ik las in de kranten dat 'het aan de infrastructuur ligt' en 'dat er zaken zouden moeten veranderen', maar er wordt vooral gewezen naar elkaars bevoegdheden. Is het nu de gemeente of het gewest die moet ingrijpen? Dat antwoord komt er niet", zegt Isabelle. "Terwijl in mijn ogen een likje rode verf daar al veel zou kunnen helpen. Ik ben geen expert, maar het hoeft niet altijd groot, duur en moeilijk te zijn, toch?"Sinds het ongeval is Isabelle nog meer aandacht gaan besteden aan het verkeer. "Ik heb altijd de neiging om naar de voorwielen van vrachtwagens te kijken. Amai, dat zoiets over onze Lars heeft gereden, denk ik dan. Ook als je chauffeurs volle gas ergens ziet rijden, hou je je hart vast. Hoe is het nog altijd mogelijk? Ik weet niet of ze altijd even goed beseffen dat ze met een moordmachine onderweg zijn.""Voor mij is de Gistelbrug gewoon een plek als een ander", zegt Lars stil. "Ik heb daar niet echt last van. Schrik van vrachtwagens heb ik eigenlijk ook niet. En het is niet zo dat ik iemand iets verwijt. Die chauffeur heeft dit niet gewild, het was een ongeval. Hij mag een straf krijgen, dat wil ik ergens wel. Maar het is niet zo dat hij levenslang uit het verkeer moet worden gehaald. Of ik contact heb gezocht met hem? Neen, ik niet. Ik weet ook niet of ik daar nood aan heb." Even wordt het stil. "Ik las het verhaal van dat meisje van twaalf in Zwevegem en dacht eigenlijk enkel: opnieuw, nog maar eens. Ik denk dat er hier in het revalidatiecentrum drie of vier mensen verblijven die overreden zijn door een vrachtwagen. Het klinkt misschien cynisch, maar soms vraag ik me af: hoe vaak nog? Kunnen we dit soort ongevallen eigenlijk wel uit ons verkeer bannen?" We moeten slikken. Een jongen van 17, volop aan het revalideren, vechtend voor zijn toekomst die zich luidop afvraagt of het überhaupt wel kán. Kan het wel, een verkeer waar ouders van (jonge) kinderen niet moeten vrezen voor een afdraaiende vrachtwagen? Een verkeer waar fietsers niet worden blootgesteld aan de kracht van een tientonner? "Ik denk van wel", zegt Isabelle. "Maar daarvoor moet iedereen mee. Het begint bij de opleidingen waar het erin gedramd moet worden dat je om je heen moet kijken als bestuurder. Maar het moet verder gaan. Nog meer sensibiliseren. Een veilige infrastructuur, kijk maar eens naar de fietspaden in Nederland in vergelijking met die in België. En er is nood aan een gedragsverandering voor wie onbezonnen achter het stuur zit, een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een ongeval kan iedereen overkomen, maar we moeten er als maatschappij alles aan doen om het risico zo klein mogelijk te maken."