Bij vzw Arcade worden ze steeds vaker geconfronteerd met kinderen en jongeren die vastlopen en dat soms uiten via agressief gedrag. “Wat we zien, is geen vandalisme of baldadigheid”, zegt algemeen directeur Tine Maes. “Het zijn signalen van kinderen die te veel dragen, vaak al op zeer jonge leeftijd.”
Recent werd opnieuw een deur zwaar beschadigd in een van de leefgroepen. Ook eerder sneuvelden ramen en deuren in de nieuwbouw in Gistel, die nog geen jaar in gebruik is. Die schade wordt soms snel gelabeld als vandalisme, maar volgens Arcade doet dat tekort aan de realiteit. “Dit gedrag ontstaat niet uit kwaadwilligheid”, benadrukt Tine Maes. “Het komt voort uit spanning die geen andere uitweg meer vindt.”
De laatste tijd merkt Arcade een duidelijke verschuiving: de kinderen die ontregelen, worden steeds jonger. “Het laatste incident betrof een kind van amper tien jaar”, zegt Maes. “Dat is geen falen van dat kind, van het gezin of van onze begeleiders. Het toont hoe groot de druk geworden is, terwijl tijd, ruimte en ademruimte afnemen.” We zijn dankbaar dat onze begeleiders er dag op dag zijn voor onze kinderen en jongeren, maar voelen ook hoe de druk hen soms teveel wordt.
Oproep
Volgens de organisatie gaat het om een beperkte groep kinderen en jongeren die vandaag nood heeft aan meer gespecialiseerde hulp dan wat Arcade kan bieden. De voorziening telt 72 plaatsen voor kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar. Vanuit het beleid ligt de nadruk sterk op maximale bezetting, maar dat botst met wat zorg in de praktijk vraagt. “Agressie los je niet op door meer controle of door bedden koste wat het kost te vullen”, stelt de algemeen directeur. “Als wij de keuze maken om een bed niet te gebruiken, dan hebben wij daar een heel goede reden voor. Het voelt alsof de overheid onze sector onvoldoende vertrouwt.”
“Achter een kapotte deur zit geen ‘probleemgedrag’. Daar zit een kind dat bescherming nodig heeft, nabijheid en vooral perspectief — en de juiste hulp op het juiste moment”
Met haar oproep wil Arcade het debat opentrekken en zich richten tot de overheid, onder meer tot minister van Welzijn Caroline Gennez. Vooral om te pleiten voor een ander vertrekpunt. “Zorg heeft ruimte, vrijheid en vertrouwen nodig om te werken”, klinkt het. “Geef onze begeleiders de tijd om nabij te zijn. En zorg dat kinderen die meer gespecialiseerde hulpverlening nodig hebben die ook veel sneller krijgen, zodat het niet hoeft te escaleren.”
“Achter een kapotte deur zit geen ‘probleemgedrag’”, besluit Tine Maes. “Daar zit een kind dat bescherming nodig heeft, nabijheid en vooral perspectief — en de juiste hulp op het juiste moment.”