Geert Van Hecke, verbonden aan De Roede van Tielt, heeft een lang artikel aan het fenomeen gewijd in het recentste tijdschrift van de Tieltse heemkundige kring. "De Kom was een wijk van een 30-tal kleine woningen op het kruispunt van de Bruggestraat, Wingensesteenweg en Stokerijstraat. Hij werd gesticht eind 18de eeuw op de plek waar vroeger een stadsvijver lag aan de bronnen van de Poekebeek, vandaar ook de naam van de wijk."
...

Geert Van Hecke, verbonden aan De Roede van Tielt, heeft een lang artikel aan het fenomeen gewijd in het recentste tijdschrift van de Tieltse heemkundige kring. "De Kom was een wijk van een 30-tal kleine woningen op het kruispunt van de Bruggestraat, Wingensesteenweg en Stokerijstraat. Hij werd gesticht eind 18de eeuw op de plek waar vroeger een stadsvijver lag aan de bronnen van de Poekebeek, vandaar ook de naam van de wijk."De stad schonk de minderwaardige grond aan het armenbestuur, dat er vijf kleine huisjes op bouwde. "Die zogenoemde Lentekoten, die echt pal op het huidige kruispunt te situeren waren en haaks op de Bruggestraat stonden, betekenden een eerste vorm van sociale huisvesting", zegt Geert. Stel je vooral niet veel voor bij het doorsnee-huis in De Kom: het waren kleine woningen in een bouwlaag, vaak niet breder dan een deur en een openstaand raam en opgetrokken in een aaneengesloten rij.De inwoners leefden in hun 'getto' aan de rand van de Tieltse maatschappij. "De kinderen waren niet welkom in het katholiek onderwijs en op de veel minder kwaliteitsvolle stadsschool op de Lakenmarkt aangewezen. De werkende inwoners waren veelal boerenknechten en dagloners die seizoensgebonden arbeid uitoefenden, aangevuld met huisnijverheid." Toen er midden 19de eeuw textielfabrieken werden opgericht, ontbrak het hen aan de nodige scholing om er aan te slag te gaan. "Het dreef de wijk nog meer in een isolement van zelfredzaamheid. Bijna niet te geloven dat zo'n gesloten gemeenschap midden vorige eeuw nog mogelijk was in een stadje van 13.000 inwoners."Tieltenaren die er niet moesten zijn, bleven liever weg uit De Kom. "De burgerij uit de stadskern, die neerkeek op de wijk, maakte een ommetje om de buurt te vermijden en hun kinderen werden bang gemaakt, want het leven van de bewoners speelde zich buiten af", aldus nog Geert. "Zije hier altemets iets verloren? Waarom kiktje alzo? Hè'k iets aan van u misschien? Heel snel werd voorbijgangers duidelijk gemaakt dat de gevestigde afstandelijkheid tussen stad en Kom best bewaard bleef", liet voormalig stadsontvanger Lucien Snauwaert, die opgroeide aan de rand van de wijk, optekenen in Geerts artikel.En toch lieten De Kom-bewoners zich wel eens van hun beste kant zien. Zoals in 1953, bij het bezoek van de nieuwe Brugse bisschop Emiel Jozef De Smedt aan Tielt. "Met een optreden van een zigeunerorkest groeide zijn passage daar merkwaardig genoeg uit tot een apotheose", weet Geert.De wijk, inclusief de woonwagens die het stadsbestuur aan het begin van de Wingensesteenweg had toegelaten door het huizentekort na de Tweede Wereldoorlog, werd grotendeels onteigend om in de jaren 60 de Ringlaan aan te leggen. Het uitgestippelde tracé liep er immers dwars door. "In de beginperiode van de ring was er geen enkel kruispunt beveiligd, met veel ongevallen tot gevolg. Om daar een antwoord op te bieden, verdwenen nog meer Kom-huisjes. Ook café De Voerman ging rond 1969 tegen de vlakte", zegt Geert Van Hecke. Al sneuvelde niet alle erfgoed. In de Stokerijstraat en op de hoek met de Wingensesteenweg zijn nog altijd huisjes in de oorspronkelijke bouwstijl te vinden."De iets jongere Tieltenaar kan zich niets meer voorstellen bij De Kom en het zou te jammer zijn mocht die periode uit het collectieve geheugen verdwijnen." Geert baseerde zich voor zijn werk onder meer op thesissen van drie Tieltenaren, die voor de periode 1830-1939 elk een segment van de lokale sociaal-economische geschiedenis bestudeerden.