Stephanie Dewasme, een Belgische die in Vlissingen werd geboren, trouwde in 1935 met de Duitser Günther Baumgarten. Na het huwelijk trok het echtpaar richting Berlijn. Door de woelige periode aan het einde van de jaren 20 en de afbetalingen van de Eerste Wereldoorlog heerste er een grote crisis bij de Duitse bevolking. De werkloosheid was hoog en politiek gezien won de extreemrechtse partij van Adolf Hitler populariteit. Hij beloofde werk aan zijn volk en kwam aan de macht. Vele werkloze mannen sloten zich aan bij het leger en zo geschiedde ook voor Günther Baumgarten. Op het einde van de oorlog werd hij gevangengenomen en door de Russen opgesloten in een concentratiekamp.
...

Stephanie Dewasme, een Belgische die in Vlissingen werd geboren, trouwde in 1935 met de Duitser Günther Baumgarten. Na het huwelijk trok het echtpaar richting Berlijn. Door de woelige periode aan het einde van de jaren 20 en de afbetalingen van de Eerste Wereldoorlog heerste er een grote crisis bij de Duitse bevolking. De werkloosheid was hoog en politiek gezien won de extreemrechtse partij van Adolf Hitler populariteit. Hij beloofde werk aan zijn volk en kwam aan de macht. Vele werkloze mannen sloten zich aan bij het leger en zo geschiedde ook voor Günther Baumgarten. Op het einde van de oorlog werd hij gevangengenomen en door de Russen opgesloten in een concentratiekamp. "Onze vader kwam wel vrij", zegt Siegrun Baumgarten. "Na bemiddeling van het Rode Kruis hebben de Russen de ondervoede man losgelaten. Mama kwam vrij snel met ons in Maagdenburg terecht. We verbleven er in een kamp. Via het Rode Kruis werden we naar België gebracht maar daar waren we niet welkom bij onze grootouders. Mama was immers tegen de wil van haar ouders met een Duitse man getrouwd." "Na de oorlog wou mama eigenlijk terug bij haar man zijn", vertelt Siegrun. "Maar om een of andere reden is die hereniging afgesprongen. Na de scheiding konden we gebruik maken van de wet die ons tegen een kleine vergoeding toeliet om weer Belg te worden. Eerst werd mama onze 'voogd' waardoor we genaturaliseerd konden worden. Opmerkelijk is ook dat de priester die mij doopte in de Sint-Pieters- en Pauluskerk in Oostende mij niet als 'SIEGrun' wou dopen. 'Sieg' betekent in het Duits immers overwinning en dat klonk natuurlijk als een valse noot in combinatie met een Duitse familienaam. Dat wou hij niet. Uiteindelijk werd ik als Victoria boven de doopvont gehouden en moest ik ook onder die naam mijn plechtige communie doen.""De problemen waren hiermee natuurlijk niet opgelost. Mama moest geld kunnen verdienen maar dat lag natuurlijk niet voor de hand met drie jonge kinderen. We moesten dus opgevangen worden. Bij de 'Papnonnen' (de zusterorde van Sint Vincentius a Paulo dankt haar bijnaam aan het feit dat ze soep en pap uitdeelde aan de armen, red.) in Oostende was geld een breekpunt. De kinderen daar laten verblijven zonder dat er financieel iets tegenover stond, dat kon niet. Daar werden we geweigerd. Gelukkig vond ze wel gehoor in het H. Hartinstituut, de zogenaamde wezenschool, in de Polderstraat in Sint-Kruis. Die gebouwen bestaan nu nog altijd", zegt Siegrun. "In het H. Hartinstituut waren ze tevreden met het kindergeld." In het begin kwam mama maandelijks, later gemiddeld om de twee weken op bezoek. Het was natuurlijk niet zoals een echt gezin maar ze hebben in het weeshuis goed voor ons gezorgd. We leerden ook vlugger ons plan trekken. We moesten op jongere leeftijd zelfstandig zijn... Ik herinner me nog dat we elke dag om 7 uur naar de vroegmis moesten. Het instituut was van dezelfde kloosterorde als die van Spermalie. Daarom gingen we op zondag van de Polderstraat in Sint-Kruis te voet naar de Snaggaardstraat in Brugge om er op de speelplaats te spelen. Dat was met onze jonge beentjes toch vlug een achttal kilometer heen en terug.""Mama is daarna nog hertrouwd maar ook dat liep fout. Toen we op eigen benen konden staan, kozen we een studierichting. Ik wou eigenlijk turnlerares worden en geen verpleegster of laborante", vertelt Siegrun. "Ik voelde aan op school dat het dragen van een Duitse naam zeker geen voordeel was bij de beoordeling. Helga droomde er ook van om lerares te worden maar moest uiteindelijk voor handel kiezen. Uiteindelijk hebben we ons goed kunnen beredderen. Helga deed vanaf '62 de boekhouding in de binnendienst van de Generale Bank in de Spanjaardstraat. Door een fusie is ze in '90 nog naar Gent moeten gaan werken en is ze uiteindelijk daarna nog 2,5 jaar naar Brussel gevlogen. Ondertussen was de naam van de bank al veranderd naar BNP Paribas Fortis. Na 42 jaar dienst ging ze met pensioen.""Ikzelf werkte als laborante, tot mijn kinderen Isabelle (50) en Chantal (52) waren geboren. Vanuit de eigen ervaring uit mijn kindertijd wou ik er wél zijn voor mijn kinderen. Ik wou mijn kinderen zelf opvoeden. Toen ze naar school gingen, kon ik echter nergens nog aan de bak komen als laborante.""Jongeren die vers van school kwamen, kostten minder voor de werkgever en kenden ongetwijfeld al heel wat nieuwe onderzoekstechnieken, waardoor ik er niet meer bij hoorde. Helga heeft ook twee kinderen: Veronique (39) en Stefan (42). Zij heeft vijf kleinkinderen en ik vier." Sportief is de tweeling altijd geweest. Helga speelde ooit volleybal bij Smashing Brugge in eerste nationale. Fietsen en wandelen zijn haar favoriete hobby's. Dat laatste begint nu iets moeilijker te gaan ook al is ze meter voor wandelingen van Westtoer. Ook in het dienstencentrum De Balsenboom-Van Volden is ze vrijwilligster. Siegrun is een sterke zwemster die 28 keer deelnam aan de zwemwedstrijd Brugge-Damme. Pas op haar 69ste hield ze er mee op. Ze was vele jaren voorzitster van de Oostkampse zwemclub en na al die jaren zie je ze nog wekelijks baantjes trekken. Dochter Chantal is er ook trainster. "Een leuke ervaring was toen VTM mij vroeg om deel te nemen aan 'Beat da bompaz', waar atleten en BV's het opnamen tegen sportieve oudjes. Ik kijk er met de glimlach op terug." (Piet Himpens)