“Abandonné par sa mère.” Dat schrijft een dokter in een medisch verslag op 28 april 1981 over een geboorte in Clinique du Chapeau Rouge, een voormalig ziekenhuis in de Noord-Franse stad Duinkerke. Zijn brief is gericht aan een Vlaamse vzw voor adoptie. De brief gaat over “le petit Pierre François”, een premature baby van 2 kilogram en 150 gram.
Volgens de brief is hij overgebracht naar een afdeling voor premature baby’s in Kortrijk. Een kopie van deze brief steekt in een lijvig dossier waar Tom Manhaeghe de laatste weken dag en nacht aan werkte. Hij beweert “petit Pierre” te zijn. “Ze hebben mij gestolen en mijn identiteit is gewist”, zegt de man, die jaren in Ieper leefde en nu in Menen woont.
Bevolkingsdienst Duinkerke
Tom haalt nog enkele archiefstukken uit zijn map. In een handgeschreven brief van 22 december 1981 richten zijn adoptieouders uit Waregem zich tot de vzw die een bijdrage vraagt voor de werkingskosten van de adoptiedienst. “Deze is vastgesteld op twee procent van uw netto belastbaar inkomen”, stelt de vzw in een eerdere brief. “We zijn niet rijk en kunnen niet onbeperkt putten”, antwoorden de adoptieouders. Tom is zichtbaar geëmotioneerd bij het voorlezen van bepaalde passages. “Geen kwaad woord over mijn adoptieouders. Zij deden hun uiterste best en verdienen alle respect. Ze waren niet medeplichtig, maar werden opgelicht en gemanipuleerd. Hun vertrouwen werd misbruikt.”
Over de vzw in kwestie is Tom niet te spreken. Evenmin over de Franse dokter en een advocaat uit Kuurne die volgens zijn documentatie een rol speelden in het transport van ‘petit Pierre’ over de grens. De advocaat bezorgde de vzw op 21 januari 1982 het vonnis van de Kortrijkse jeugdrechtbank inzake de adoptie met een korte mededeling. “Binnenkort zal ik de bevolkingsdienst in Duinkerke opnieuw aanschrijven om een aantal exemplaren te bekomen van de verbeterde geboorteakte”, leest Tom voor. “Verbeterde geboorteakte”, herhaalt hij. “Mijn adoptie is voorbereid zonder officiële geboorteakte. Om van te kotsen, letterlijk. Vrijwel dagelijks moet ik overgeven tijdens mijn intensief onderzoek.”
De Nonnen
Nochtans wist Tom van kleins af dat hij geadopteerd was. “Maar veel vragen bleven onbeantwoord. De recente documentaire van De Nonnen deed me verdergaan. Mét deurwaarders en ingebrekestellingen als ik niet de documenten krijg die ik zoek.” Tom stapt zelfs naar de politie. “Ook al zijn de feiten verjaard.” Hij richt een klacht tegen de oud-advocaat, twee West-Vlaamse vrouwen en voormalige vzw’s. Zijn beschuldigingen zijn niet min: valsheid in geschrifte, oplichting, mensenhandel, ontvoering, misbruik van vertrouwen, verduistering en deelname aan een criminele organisatie.
Volgens Tom werd hij destijds ontvoerd en zijn geboortemoeder misleid. “Ik vermoed dat zij vanuit België naar Frankrijk is gebracht door zusters met ervaring. Waarom? Was zij zwanger geraakt door iemand van de Kerk? Mijn moeder en ik werden na de bevalling opnieuw Vlaanderen binnengesmokkeld in gesplitste transporten om grenscontroles te vermijden. Mijn moeder werd wellicht verteld dat haar kind overleden was.”
Biologische moeder
Nu hoopt Tom zijn biologische moeder te vinden. “Aan de andere kant van dit verhaal leeft een vrouw die misschien denkt dat ik dood ben. Dat is ondraaglijk en moet rechtgezet worden. Ik blijf met een pak vragen zitten. Elk stukje informatie, hoe klein ook, kan helpen om eindelijk de waarheid te kennen.”
“De naam François Pierre is mij gegeven door een intussen overleden zuster-vroedvrouw die mij registreerde in het gemeentehuis van Duinkerke. Die naam is blijkbaar regelmatig gebruikt en heeft dus geen verband met mijn echte moeder. Wat wel zeker is: ik ben geboren op 13 april 1981 om 10.45 uur in Clinique du Chapeau Rouge in Duinkerke.”
Brieven
De man verstuurde de voorbije maanden tal van brieven. Zelfs aan de paus, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Bisschoppenconferentie van België. “Ik was geen alleenstaand geval. Daarom streef ik naar de erkenning van gedwongen adopties, administratief gewiste kinderen en families die door religieuze instellingen uit elkaar werden gerukt. De Kerk erkent wel seksueel misbruik maar niet dit systeem dat decennialang kinderen, moeders en gezinnen heeft beschadigd. De schade is nochtans ook levenslang. Het is mij niet om geld te doen. De Kerk moet wel instaan voor de ondersteuning van slachtoffers. De hulpverlening is versnipperd en ontoereikend. Slachtoffers sterven door wanhoop en gebrek aan erkenning.”
“Ik blijf strijden. Voor mezelf en alle slachtoffers die lijden, geen gehoor krijgen of niet geholpen worden. Niet uit woede, niet uit emotie, maar uit noodzaak”
Tom kreeg intussen antwoord van Kamervoorzitter Peter De Roover. “Ik heb uw brief inzake gedwongen adopties goed ontvangen en met aandacht gelezen”, stelt De Roover. “Ik stuur uw schrijven ter informatie door naar de commissie voor Justitie.” Tot grote tevredenheid van Tom. “Ik krijg gehoor. Een parlementair onderzoek is nodig om de omvang in kaart te brengen. In Canada en Ierland zijn massagraven ontdekt van ongewenst baby’s, ook het werk van gelijkaardige religieuze netwerken.”
De man laat het niet meer los. “Ik ben bezig met een boek en ben van plan om naar Rome te trekken. Ik blijf strijden. Voor mezelf en alle slachtoffers die lijden, geen gehoor krijgen of niet geholpen worden. Niet uit woede, niet uit emotie, maar uit noodzaak.” (TP)