"Mijn hart ligt in Brugge, mijn schoonfamilie en mijn beste vriend wonen hier", zegt Dalilla Hermans, die getrouwd is met de Brugse leraar zedenleer en rapper Willem Blontrock alias Senz, lid van de Brugse hiphopgroep Nuff Said . Het koppel woont in Berchem bij Antwerpen, maar is op zoek naar een woning in Brugge.
...

"Mijn hart ligt in Brugge, mijn schoonfamilie en mijn beste vriend wonen hier", zegt Dalilla Hermans, die getrouwd is met de Brugse leraar zedenleer en rapper Willem Blontrock alias Senz, lid van de Brugse hiphopgroep Nuff Said . Het koppel woont in Berchem bij Antwerpen, maar is op zoek naar een woning in Brugge. "Toen het Concertgebouw mij vroeg om seizoensdenker te worden, wist ik ook niet wat dat precies inhield", bekent Dalilla Hermans. "Artistiek directeur Jeroen Vanacker zocht iemand die een sterke link heeft met het thema 'ik ben weer velen', over identiteit. Ik zal columns schrijven, praten met makers, voorlezen uit mijn kinderboek Brown Girl Magic en in februari 2020 optreden met de Rwandese superster Diana Teta. Wat ik schrijf en doe als Vlaams adoptiekind, met Rwandese biologische ouders, is natuurlijk inherent verbonden aan dat thema.""Zelf heb ik een gelaagde blik op het begrip thuis", zegt Dalilla. "Ik ben een griet uit de Kempen en zeer verbonden met de regio waar ik opgroeide. Of ik mij echt Vlaming voel, weet ik niet, eerder Kempenaar. Ik ben wel 100 procent kind van Vlaamse ouders, maar ik aanzie mezelf ook als 100 procent Rwandees. Telkens als ik naar Rwanda trek, voel ik er mij ook thuis. Er wordt van je verwacht dat je iets afgeeft, dat je één identiteit aanneemt. Maar dat kan ik niet, ik leg er een laagje bij. Beide facetten staan evenwaardig naast elkaar." "Ongetwijfeld is dat te danken aan het feit dat mijn adoptieouders contact gehouden hebben met mijn biologische moeder. Er bestaan geen eendimensionale mensen die slechts één identiteit hebben, die gelaagdheid zit in iedereen. Toen ik vijf jaar geleden met Willem trouwde, waren er op ons trouwfeest drie groepen die het best met elkaar konden vinden: Kempenaars, Rwandezen en West-Vlamingen. Ik heb kunnen vaststellen vast dat West-Vlamingen en Kempenaars eenzelfde mentaliteit hebben." De schrijfster geeft toe dat ze aanvankelijk vooroordelen had over het Concertgebouw. "Ik dacht dat die muziektempel een klassieke instelling was met ernstige mensen die naar oude muziek luisteren. Niets is minder waar: ik heb inmiddels de sfeer opgesnoven en kennis gemaakt met een tof team dat voortdurend vooroordelen in vraag stelt. Het is veel meer dan louter concerten programmeren. Het Concertgebouw staat dit jaar stil bij kunst en identiteit, er worden vraagtekens geplaatst bij de archetypes van het verleden. De wereld wordt diverser.""Het betekent dat het Concertgebouw een sociale rol wil vervullen en bijna een politiek statement maakt. Is kunst politiek? Alles is politiek! Ook de kunst. Het is wellicht gevaarlijk om dat zo te benoemen, want het Concertgebouw mag en wil natuurlijk geen politieke kleur bekennen. Maar alle grote sociale veranderingen zijn vanuit de kunsten ontstaan: door muziek, boeken en schilderijen. Uiteraard heeft dat niks met links of rechts te maken. Dat het identitaire denken weer in is, denk maar aan het succes van het Vlaams Belang, boezemt mij angst in. Het is gevaarlijk om één bepaalde identiteit naar voor te schuiven als de enige juiste en dé gemeenschappelijke deler voor ons allemaal. Je mag uiteraard trots zijn dat je Vlaming bent en veldslagen uit het verleden koesteren. Maar als nationalisme de enige maatstaf is voor hoe je vandaag in het leven staat, is dat niet zo'n goed idee. De geschiedenis leert ons dat dit fout afloopt. Gelukkig haalt de realiteit dat identitair denken vlug in. De superdiverse maatschappij bestaat al, je kunt dat niet terugdraaien.""Omdat ik vaak over racisme schrijf, krijg ik dagelijks berichten van jongeren die uitgescholden of gediscrimineerd worden", zegt Dalilla Hermans. "Als kind heb ik ook racisme ervaren, nu krijg ik vooral haatmails. Ik heb er mijn missie van gemaakt om die polarisatie te overstijgen en de dialoog aan te gaan tussen mensen, ongeacht hun origine. Provoceer ik als ik openlijk kritiek uit op een oerwoudfuif van een jeugdbeweging of op de stereotype afbeelding van een zwarte man in Suske & Wiske? Ik spreek altijd eerst met de betrokkenen, geef hen een kans om uitleg te geven. Negen op de tien mails over racisme die ik krijg worden achter de schermen opgelost. Pas als ik een dossier echt belangrijk vind, probeer ik een publiek debat te lanceren. Dat levert mij massa's haatmail op. Omdat ik die bedreigingen op den duur gevaarlijk vond, schreef ik als therapie de thriller Black-out."