“Zijn werk in de Westhoek zal altijd herinnerd worden”: bezieler van ‘De Diggers’ Patrick Van Wanseele (76) is overleden


Patrick Van Wanseele uit Gits, die in de jaren ‘90 met vzw ‘De Diggers’ de Westhoek afzocht naar oorlogssporen, is begin vorige week overleden op 76-jarige leeftijd. Hij leed aan vergevorderde alzheimer, al zal zijn werk volgens het In Flanders Fields Museum altijd herinnerd blijven dankzij de vele vondsten die hij uit de West-Vlaamse bodem haalde. “Zelf herinnerde hij zich De Yorkshire Trench helaas op het einde niet meer”, aldus z’n echtgenote.
Nog altijd zijn de opgravingen van Patrick en zijn team te zien in het In Flanders Fields Museum. Honderden, zoniet duizenden stuks oorlogsmunitie werden dankzij hem door DOVO opgepikt, en Patrick ontdekte ook 170 soldatenlichamen in de Westhoek. Zijn grootste vondst was de Yorkshire Trench in Boezinge, een loopgravenstelsel uit de Eerste Wereldoorlog dat hij met andere amateur-archeologen blootlegde. Die Yorkshire Trench ligt in de Bargiestraat en kan je vandaag nog altijd bezoeken.
In aanraking met mosterdgas
Patrick was nochtans niet voorbestemd voor archeologie. Geboren in Brugge in 1949 en opgegroeid in Ruddervoorde, koos hij voor een opleiding metaalbewerker. Zijn passie voor archeologie begon met een metaaldetector in Ruddervoorde. Hij ontdekte al snel dat zijn vondsten vaak teruggingen naar de Eerste Wereldoorlog, waardoor zijn focus naar deze periode verschoof. Elke dag was hij op pad, vaak alleen, soms met collega-diggers. Zijn echtgenote Jeanine Gevaert vertelt: “Hij werkte in een tweeploegenstelsel en trok ’s middags altijd naar de Westhoek. Ik ging af en toe mee, maar het was zwaar werk.” In 1991 vond Patrick in Boezinge niet alleen een fragment van Britse loopgraven, maar ook een 14 meter diep gangenstelsel. De Yorkshire Trench werd gerestaureerd en opengesteld voor het publiek, iets waar Patrick trots op was. Hoewel Jeanine soms bezorgd was over de gevaren van de opgravingen, zoals het risico op het vinden van bommen, ging hij volgens Jeanine altijd voorzichtig te werk. “In 2005 kwam hij in aanraking met mosterdgas, na het opgraven van een obus. Op het moment zelf voelde of rook hij niets, maar toen hij thuiskwam zag Patrick helemaal rood en voelde hij z’n longen branden. In bad werd hij nog roder. Zijn longen stonden precies in brand. De dokters in het ziekenhuis zagen dat een deel van zijn longen ook licht verbrand was en dat hij een zwarte vlek op z’n longen had. Hij is goed hersteld, maar hij heeft daar maanden mee gesukkeld en kon toen een hele tijd niet meer graven.”

Ziekte van Alzheimer
In 2006 werd de vzw aangeklaagd voor het uitvoeren van opgravingen zonder vergunning. De Diggers ontkenden de beschuldigingen van het verkopen van vondsten aan toeristen, maar de rechter oordeelde dat de opgravingen illegaal waren. “Dat was een beslissing die veel pijn heeft gedaan. Ondanks de advocatenkosten die we hadden gemaakt, was Patrick zijn vrijheid kwijt. Telkens iemand moeten schonespreken alvorens te kunnen graven, dat was een grote beknotting voor zijn passie. En daarom is hij ook gestopt met graven”, aldus z’n echtgenote. “Al ging hij tussen 2006 en 2019 wel nog wekelijks gidsen bij ‘zijn’ loopgraven.” Zijn grootste prestatie was Patrick echter tegen het einde van zijn leven vergeten. Hij leed al een paar jaar aan de ziekte van Alzheimer en zijn herinneringen vervaagden langzaam. Hij wist op het einde van z’n leven niet meer wat de Yorkshire Trench was.
Al zal zijn werk in de Westhoek altijd herinnerd worden. Piet Chielens, voormalig coördinator van het In Flanders Fields Museum, herinnert zich Patrick als een trouwe vriend van het museum: “Patrick had een uitzonderlijk talent om de aarde te lezen. Mede dankzij zijn pionierswerk begrijpen we nu het historische belang van archeologische vondsten uit de Eerste Wereldoorlog. Zijn werk, en de vele vondsten die in het museum worden tentoongesteld, blijven een waardevolle bijdrage aan de kennis van de geschiedenis van Ieper en de provincie.” (SV)
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier