Nazi’s namen kapper Leon gevangen, toch ging hij de geschiedenis in als “smeerlapke”: “Toen hij thuiskwam zag hij er waarschijnlijk te goed uit”

Kapper Leon Maes had een grote mond, maar over z’n gevangenschap in de nazikampen sprak hij nooit. Toen hij thuiskwam, voedde zijn verzorgde verschijning kwalijke geruchten. Tot onvrede van dorpsgenote Karin Vandenabeele (62) die hem nochtans nooit gekend heeft. “Ik heb twee jaar dag en nacht gewerkt om de waarheid te achterhalen.”
“Een kapo was een krijgsgevangene, die in opdracht van de SS medegevangenen treiterde of zelfs halfdood sloeg in ruil voor extra eten. Kapo’s waren vaak wreder dan de SS zelf.” Aan het woord is Karin Vandenabeele (62), geschiedenisleraar op rust. De beladen term ‘kapo’ zag ze opduiken bij de naam van Leon Maes in een lokaal, handgeschreven archiefstuk en daarna in recente publicaties over collaboratie en verzet in haar dorp Beselare, een deelgemeente van Zonnebeke. “Leon was kapper onder de kerktoren waar nu een groente- en fruitwinkel gevestigd is”, aldus de vrouw, die zich geheel onverwacht ging verdiepen in het leven van Leon.
Stolpersteine
“Eigenlijk vrjé roar hoe het begon. Ik gaf geschiedenis, maar had weinig interesse in de wereldoorlogen. Plots stond Mario Verhelle van de Cel WOII Zonnebeke aan mijn deur. De reizende tentoonstelling van Arolsen Archives kwam naar Zonnebeke en hij vroeg of ik een lessenpakket wou maken over collaboratie, verzet en nazisme voor de derde graad lager onderwijs. Ja hallo. De nazi’s pakten 80 jaar geleden 18 mensen op in Zonnebeke. Zij worden nu herdacht met Stolpersteine, gedenksteentjes op hun vroegere woonplaats. Ik las hun verhalen in, zodat iedereen deze kon beluisteren en was daar niet goed van. Wat toen allemaal gebeurd was… niet normaal.”
Zwarte Zondag
“Over verzetsman Leon, 1 van de 18, wist men enkel dat hij een grote mond had en altijd z’n gedacht zei. Hij deed dat eens op de verkeerde plaats op het verkeerde moment, werd verklikt en de nazi’s arresteerden hem op de beruchte Zwarte Zondag in ons dorp. Waarom weet men niks over deze mens, maar zijn de verhalen van de andere gevangenen vandaag wel gekend? Waarom werd hij een kapo genoemd? Blijkbaar, staat her en der, dus het was niet zeker. Dat was een trigger: ik wou dat onderzoeken. De kans bestond dat ik zou ontdekken dat hij wél een kapo was, maar dan was het tenminste bewezen.”
Roestig erfstuk
“Wat volgde, was precies een filmscenario. Ik kwam terecht bij Karina, een kleinkind van Leon: zij heeft haar grootvader niet gekend en wist weinig over hem te vertellen, maar ze had nog een oude map liggen die ze moest bewaren van haar moeder. Het ging om brieven en documenten van Leon uit dat gruweljaar. In een zelfgemaakt notitieboekje, samengehouden door roestige ijzerdraad, stonden adressen van Oost-Vlamingen en fonetisch geschreven namen en steden met data. Dat waren de start- en eindfases van zijn verblijven in de kampen van Buchenwald, Blankenburg en Sarau.”
Waw-moment
“Dankzij Myriam Baeten van de Vriendenkring van Buchenwald kwam ik rechtstreeks in contact met archivarissen van Buchenwald en het hoofdkamp van Blankenburg. Zij vonden Leon niet terug als kapo. Met Karina trok ik naar het Rijksarchief in Brussel en daar kregen we een lijvig dossier in handen. Ik kreeg een kopie van originele transportlijsten en doorzocht een website met honderden getuigenissen van politieke gevangenen uit België. Zo kwam ik uit bij Louis Boeckmans, die vanaf Antwerpen hetzelfde traject volgde als Leon. Een waw-moment.”
Getuigen
Karin reconstrueerde het verhaal van Leon aan de hand van het verslag van Louis en andere getuigen. “Nu kan ik met 90 procent zekerheid zeggen dat Leon het slachtoffer was van roddels in ons dorp. Leon vertelde niks over de kampen, net als talloze lotgenoten. Velen kwamen pas decennia later naar buiten met hun verhaal. Leon stierf in 1953 door een motorongeval. De kapo-geruchten ontstonden bij zijn thuiskomst. Hij zag er zó goed uit: amper vermagerd, mooi verzorgd en in kostuum. Hij straalde. Dat hadden de mensen niet verwacht. Een paar weken eerder zagen ze hoe de dorpsdokter vanuit Buchenwald naar huis was gebracht op een draagberrie. Ondervoed en ziek.” De dood op stokken, aldus een ooggetuige. “Dat contrast bleek genoeg voor de mensen om hun eigen verhaal te maken. Dat zou nu ook gebeuren, mensen zijn op dat vlak niet veranderd.”
Dodenmars
Met haar nieuw boekje ‘Leon Maes’ wil Karin zijn naam zuiveren. “Hij werd onrechtvaardig behandeld en herinnerd. Leon was na een dodenmars bevrijd door het Zweedse Rode Kruis en kon twee maanden revalideren in Zweden voor hij naar huis vertrok.” De martelingen tijdens ondervragingen, de ontberingen in “beestenwagons” en kampen, de dwangarbeid en dodenmars… over deze trauma’s en andere onmenselijke gruwel kon de kapper niet praten. “Alleen als hij iets gedronken had, kwam hij los en huilde dan als een klein kind.”
Achterklap
“In een woonzorgcentrum bezocht ik negentigers die Leon nog gekend hebben. Hij werd er omschreven als ‘smeerlapke’, die medegevangenen zou geslagen hebben met een zweep met scheermesjes in. Achterklap kan lang blijven hangen, ik was daar niet goed van. Leon was een coiffeur en een simpele mens die een sadistische hel overleefde. Ik was wellicht de enige die ervan wakker lag, maar wou echt dit stukje dorpsgeschiedenis rechtzetten. Het hield mij dag en nacht bezig, twee jaar lang. Zo werd deze man als het ware deel van mijn familie. Nu kan ik met een gerust hart zeggen dat hij in ere is hersteld. Ik kan en mag Leon eindelijk loslaten.” (TP)
Het boekje is te koop voor 20 euro, de opbrengst gaat naar de Cel WOII Zonnebeke.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier