Mijn land, mijn dorp droogt uit

Peter maakt zich zorgen over 'zijn' Lampernisse dat kreunt onder de droogte. © Peter Bossu
Peter Bossu
Peter Bossu Milieuactivist uit Diksmuide

Milieuactivist peter Bossu uit Diksmuide maakt zich zorgen over de droogte die al vier jaar op rij toeslaat en dit jaar nog twee maanden eerder dan vorig jaar.

We zijn – als ik dit schrijf – O.L.H.-Hemelvaart, 21 mei 2020. Ik kom net van buiten na een tocht door ‘mijn achtertuin’, het komgrondengebied van Lampernisse. Een beschermd landschap met vooral veel weiden en hooilanden, een dooraderd patroon van tientallen kilometers grachten sloten en vaarten, dikke koeien en veel natuur. Tot voor een paar jaar was deze periode van het jaar er een van krachtige groene graslanden, wegbermen vol bloemen, bijen, weidevogels, leeuweriken die zingend in de lucht gaan en al de rest die bij een lente in een poldergebied hoort.

Van Oezbekistan naar Lampernisse

De voorbije uren heb ik iets anders gezien. Het was een week geleden dat ik dezelfde tocht heb gemaakt en ik kon de metamorfose bijna niet geloven. Ik zag vandaag onlangs gemaaide wegbermen die geelbruin staan, sloten en grachten waar vorige week nog water in stond en die nu al droog staan. Ik wandelde door een aantal hooilanden en had het gevoel dat ik op beton liep: keiharde grond, als een spinnenweb doorweven met diepe droogtespleten waar je een paar vingers in kwijt kan. Ik zag de eerste bomen en struiken die gestorven zijn door de droogte. Ik vond de zeldzame orchideeën opgedroogd terug. In een laagte in een weide zag ik een achttal grutto’s (prachtige langsnavelige steltlopers die vanuit Afrika hier komen broeden) die zich nu al lijken klaar te maken om terug te vertrekken. Geen kuikens rond hen, bijna geen mogelijkheid meer om met hun snavel in de grond wormen en larven te pikken. Ik zag hevig kwakkende kikkers in grachten met nog nauwelijks een vuist water. Ik zag en rook overal rond mij de grote droogte.

Ik dacht soms even terug aan 1987 toen ik door Oezbekistan reisde en het gigantisch zo goed als uitgedroogde Aralmeer zag. Door de eenzijdige keuze om daar alleen katoen te kweken had men in een paar decennia het kilometer brede meer uitgezogen en zo goed als drooggelegd. Vissersboten op het droge waar vroeger water was en vooral stuivend zand en droogte, heel veel droogte. Daar in 1987 heb ik ook de droogte en de menselijke en ecologische miserie gezien en geroken. Ik rook vandaag hetzelfde in mijn Lampernisse.

De groene paljassen krijgen gelijk

We zijn – als ik dit schrijf – O.L.H-Hemelvaart, 21 mei 2020. Voor het vierde jaar op rij droogt mijn land, mijn dierbare dorp uit. Er is wel een groot verschil met de voorbije 3 jaar: de droogte slaat nog sneller toe dan de vorige jaren. Ik hoorde het gisteren al provinciegouverneur Carl Decaluwé zeggen op de radio en het is waar. De situatie van nu is die van begin juli vorig jaar. Het is dus dik twee maanden vroeger kurkdroog dan in 2019. Weeral een record, maar ook een die enorm signaal zou moeten zijn voor alles en iedereen. De vier opeenvolgende grote droogtes zijn geen toeval meer. Wie dit blijft ontkennen of afdoet als toeval, speelt met de toekomst van onze landbouw, onze waterbevoorrading, de biodiversiteit en zoveel meer. Er is in het weer, in het klimaat iets drastisch aan het veranderen en we gaan daar onze manier van omgaan met waterbeheer en landbouw voeren, best heel snel radicaal moeten herbekijken. De speeltijd is voorbij, wat al die groene paljassen – om even een verwijt dat ik al ontelbare keren naar mijn hoofd kreeg, enigszins wat cynisch te gebruiken – en vernieuwers in polderbesturen, weermannen en vrouwen al jaren zeggen, is waarheid aan het worden. De grote verdroging van mijn land, mijn dorp is ingezet en dit is bittere ernst.

Het kan de hemel lijken voor sommigen, maar is dat het land, het dorp waar we naartoe willen?

Vier jaar op rij is geen toeval en de versnelling hoe de droogte op ons afkomt ook niet. Als de verzilting (het onderliggende zoute water dat door de bovenste zoute laag slaat) een feit wordt, dan mag minstens de huidige generatie jonge landbouwers de meeste teelten in de polders vergeten. Dan kunnen ze zeekraal en schapen (kunnen tegen veel zout in het water) en komt er dus een drama op hen af. Wie blijft nu nog zeggen dat de groene beweging en de landbouw elkaars tegenstanders zijn? Enkel door de waterpeilen hoger te houden en dus water vanaf de winter te bufferen voor de droge zomers en alternatieve waterreservoirs voor de landbouw te voorzien, kunnen we er mogelijk in slagen dit te voorkomen en ook veel schade aan de natuur en een problematische drinkwatervoorziening in te perken. De speeltijd is dus echt wel voorbij en we verwachten (verder) van de gouverneur maar ook van mensen als milieuminister Zuhal Demir en landbouwminister Hilde Crevits doortastende maatregelen en een langetermijnbeleid. We verwachten vooral geen geblaat meer maar daden. Beleid dus en een overheid die durft en niet zoals de jaren voordien, die probeert de kool en de geit te sparen. De tijd van de daden is nu en er gelden geen excuses meer om dat niet te doen.

Is tanden poetsen met drank wat we willen?

Tot slot nog een vergelijking met 1987 daar in Oezbekistan. We hadden daar toen geen drinkwater. We gebruikten alcoholische dranken en zeer zwaar gezoete frisdrank om te drinken, maar bijvoorbeeld ook om onze tanden te poetsen. Een douche nemen of de wc doorspoelen was maar gemiddeld om de vier dagen mogelijk. Het kan de hemel lijken voor sommigen, maar is dat het land, het dorp waar we naartoe willen?

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier