Maandagochtend, nog voor 7 uur. Terwijl het lentezonnetje de kilte van de vroege ochtend verdrijft, knipt het licht in het derde kleuterklasje aan. In de afdeling van de Vrije Scholen Kuurne op Sint-Michiel maken directeurs Ilse Desmet en Chantal Grymonprez zich klaar om hun kleuters en leerlingen te ontvangen. Veel verwachten ze er niet, hooguit een 80-tal. Normaal komen hier straks meer dan 470 jongens en meisjes aan.

"Vrijdagavond hebben we de ouders gevraagd om ons te verwittigen indien er opvang op school nodig is", vertelt Ilse. "We zagen eigenlijk eind vorige week al dat er al wat leerlingen thuis bleven. Uit voorzorg, of omdat een van hun ouders toen al de mogelijkheid had om van thuis uit te werken. De kleinere afdelingen van onze school - de kleuterschool aan de Boomgaardstraat en die aan de Hulstsestraat - blijven tot aan de paasvakantie helemaal dicht. De kindjes worden ofwel hier ofwel in vbs Sint-Pieter opgevangen."

Burgerplicht

Druppeltjesgewijs komen de kleine kleutertjes binnen. Mama's en papa's blijven in het deurgat staan. Strikte richtlijnen van de directie. "We willen zoveel mogelijk contact tussen mensen vermijden", knikt Chantal. "Het is onze burgerplicht. Niet alleen van ons als school, maar van iedereen. De ouders beseffen ook wel dat het nodig is."

Directeur Chantal Grymonprez begeleidt de kleutertjes bij het binnenkomen. Ouders mogen hun kinderen enkel afzetten aan de deur. © Olaf Verhaeghe

Grootouders zie je vandaag niet aan de schoolpoort, in Kuurne worden de maatregelen van de overheid duidelijk goed opgevolgd. "Ik denk dat veel mensen dit weekend echt wel de klik hebben gemaakt. Het weekend heeft veel veranderd", pikt directeur Ilse in. "Vorige week was het besef nog een pak minder. De ernst van de situatie is nu duidelijk. Iedereen ziet en hoort de experts op radio en televisie. Wie zijn wij om ons slimmer te voelen dan die mensen?"

Veel kleuters en leerlingen verwachten de directeurs maandag niet. "39 kleuters en 38 kinderen uit het lager. Normaal moeten er hier zo'n 470 rondlopen", zegt Ilse Desmet. © Olaf Verhaeghe

Kinderen van leerkrachten

"Haar boterhammetjes zitten in de boekentas. En we hebben er ook een stukje fruit bijgestoken. Bedankt voor jullie zorgen",hoor ik een papa zeggen tegen directeur Chantal. "Vanmiddag zal iedereen hier een eigen lunchpakketje opeten. Hopelijk buiten, als het weer het toelaat", duidt Ilse. "Je voelt echt dat de ouders een inspanning hebben gedaan. Zondagavond laat hebben we nog verschillende mailtjes gekregen van mensen die tot dan naar een oplossing of opvang hebben gezocht. Sommigen verontschuldigen zich bijna dat ze hun zoon of dochter naar hier brengen. Maar in bepaalde sectoren kan het nu eenmaal niet anders. Ja, het gaat vooral om mensen die in de zorg werken. Alle begrip, absoluut."

Een surreëel beeld op maandagochtend, 8 uur: de speelplaats van de Vrije Scholen Sint-Michiel is leeg. © Olaf Verhaeghe

Opvallend: zowat een derde van de kinderen die ondertussen op de speelplaats rondhuppelt, is een zoon of een dochter van een van de leerkrachten. "Al onze leerkrachten zijn aanwezig, zowel van het kleuter als van het lager", zegt Chantal. "Ook zij stellen zich kwetsbaar op natuurlijk. Dat iedereen hier is, in het belang van hun leerlingen, toont de kracht van ons team."

Directeur Ilse Desmet telt het aantal leerlingen op haar speelplaats. Ook voor het team van leerkrachten worden dit bijzondere weken. © Olaf Verhaeghe

"Neen, ik ben niet helemaal op mijn gemak", vertelt juf Annemieke. Zij laat de weinige leerlingen via de grote blauwe poort binnen. "Maar we moeten erdoor. Mijn man werkt in het ziekenhuis in Kortrijk. Als je die verhalen hoort, besef je hoe ernstig dit alles is."

"Eén meter afstand"

De kleutertjes kijken wat onwennig om zich heen, op zoek naar hun vriendjes. De wat oudere leerlingen spelen met een bal, anderen doen aan touwtjespringen. De bel gaat een eerste keer. Het is 8.15 uur. Het is een surreëel zicht. Een zo goed als lege speelplaats, op maandagochtend. Een lege fietsenstalling die normaal uitpuilt van de fietsen en de steps.

De gemachtigd opzichter aan de blauwe poort in de Kortrijksestraat neemt het zekere voor het onzekere en draagt vandaag handschoenen. © Olaf Verhaeghe

"Eén meter afstand houden, hé", grapt een van de jongens. Hij is amper 8, maar ook hij heeft het door. "Dit is geen gewone maandag. Maar het is nodig dat we dit allemaal doen. Laat ons hopen dat dit alles snel voorbij is", zegt Ilse nog snel, voor ze aan het zoveelste spoedoverleg met haar team begint.

Ik ga naar huis. Om van daaruit te werken. Ik denk aan de leerkrachten die vandaag honderdeneen vragen zullen moeten beantwoorden. Ik denk aan de dokters en verpleegkundigen in de ziekenhuizen die hun eigen gezondheid op het spel zetten om anderen te helpen. Wat ik doe, vergaat in het niets bij wat zij vandaag en de komende weken betekenen. "Het is nodig dat we dit allemaal doen", echoën Ilses woorden door mijn hoofd.

De fietsenstalling blijft zo goed als leeg. © Olaf Verhaeghe
Maandagochtend, nog voor 7 uur. Terwijl het lentezonnetje de kilte van de vroege ochtend verdrijft, knipt het licht in het derde kleuterklasje aan. In de afdeling van de Vrije Scholen Kuurne op Sint-Michiel maken directeurs Ilse Desmet en Chantal Grymonprez zich klaar om hun kleuters en leerlingen te ontvangen. Veel verwachten ze er niet, hooguit een 80-tal. Normaal komen hier straks meer dan 470 jongens en meisjes aan."Vrijdagavond hebben we de ouders gevraagd om ons te verwittigen indien er opvang op school nodig is", vertelt Ilse. "We zagen eigenlijk eind vorige week al dat er al wat leerlingen thuis bleven. Uit voorzorg, of omdat een van hun ouders toen al de mogelijkheid had om van thuis uit te werken. De kleinere afdelingen van onze school - de kleuterschool aan de Boomgaardstraat en die aan de Hulstsestraat - blijven tot aan de paasvakantie helemaal dicht. De kindjes worden ofwel hier ofwel in vbs Sint-Pieter opgevangen."Druppeltjesgewijs komen de kleine kleutertjes binnen. Mama's en papa's blijven in het deurgat staan. Strikte richtlijnen van de directie. "We willen zoveel mogelijk contact tussen mensen vermijden", knikt Chantal. "Het is onze burgerplicht. Niet alleen van ons als school, maar van iedereen. De ouders beseffen ook wel dat het nodig is." Grootouders zie je vandaag niet aan de schoolpoort, in Kuurne worden de maatregelen van de overheid duidelijk goed opgevolgd. "Ik denk dat veel mensen dit weekend echt wel de klik hebben gemaakt. Het weekend heeft veel veranderd", pikt directeur Ilse in. "Vorige week was het besef nog een pak minder. De ernst van de situatie is nu duidelijk. Iedereen ziet en hoort de experts op radio en televisie. Wie zijn wij om ons slimmer te voelen dan die mensen?" "Haar boterhammetjes zitten in de boekentas. En we hebben er ook een stukje fruit bijgestoken. Bedankt voor jullie zorgen",hoor ik een papa zeggen tegen directeur Chantal. "Vanmiddag zal iedereen hier een eigen lunchpakketje opeten. Hopelijk buiten, als het weer het toelaat", duidt Ilse. "Je voelt echt dat de ouders een inspanning hebben gedaan. Zondagavond laat hebben we nog verschillende mailtjes gekregen van mensen die tot dan naar een oplossing of opvang hebben gezocht. Sommigen verontschuldigen zich bijna dat ze hun zoon of dochter naar hier brengen. Maar in bepaalde sectoren kan het nu eenmaal niet anders. Ja, het gaat vooral om mensen die in de zorg werken. Alle begrip, absoluut."Opvallend: zowat een derde van de kinderen die ondertussen op de speelplaats rondhuppelt, is een zoon of een dochter van een van de leerkrachten. "Al onze leerkrachten zijn aanwezig, zowel van het kleuter als van het lager", zegt Chantal. "Ook zij stellen zich kwetsbaar op natuurlijk. Dat iedereen hier is, in het belang van hun leerlingen, toont de kracht van ons team." "Neen, ik ben niet helemaal op mijn gemak", vertelt juf Annemieke. Zij laat de weinige leerlingen via de grote blauwe poort binnen. "Maar we moeten erdoor. Mijn man werkt in het ziekenhuis in Kortrijk. Als je die verhalen hoort, besef je hoe ernstig dit alles is."De kleutertjes kijken wat onwennig om zich heen, op zoek naar hun vriendjes. De wat oudere leerlingen spelen met een bal, anderen doen aan touwtjespringen. De bel gaat een eerste keer. Het is 8.15 uur. Het is een surreëel zicht. Een zo goed als lege speelplaats, op maandagochtend. Een lege fietsenstalling die normaal uitpuilt van de fietsen en de steps. "Eén meter afstand houden, hé", grapt een van de jongens. Hij is amper 8, maar ook hij heeft het door. "Dit is geen gewone maandag. Maar het is nodig dat we dit allemaal doen. Laat ons hopen dat dit alles snel voorbij is", zegt Ilse nog snel, voor ze aan het zoveelste spoedoverleg met haar team begint.Ik ga naar huis. Om van daaruit te werken. Ik denk aan de leerkrachten die vandaag honderdeneen vragen zullen moeten beantwoorden. Ik denk aan de dokters en verpleegkundigen in de ziekenhuizen die hun eigen gezondheid op het spel zetten om anderen te helpen. Wat ik doe, vergaat in het niets bij wat zij vandaag en de komende weken betekenen. "Het is nodig dat we dit allemaal doen", echoën Ilses woorden door mijn hoofd.