"Als ik hier in Vlaams-Brabant op café ga, gebeurt het wel eens dat we op ons volgend pintje moeten wachten. Je hebt zelf al getrakteerd en het is uitkijken naar wie de volgende zal zijn. Kijk, dat overkomt me nooit in West-Vlaanderen. Daar sta je voor je het weet met twee of drie pintjes voor je neus. Je hoeft nooit op een volgend traktaat te wachten. Dat is typisch West-Vlaams", legt Stijn Vanderhaeghe uit.
...

"Als ik hier in Vlaams-Brabant op café ga, gebeurt het wel eens dat we op ons volgend pintje moeten wachten. Je hebt zelf al getrakteerd en het is uitkijken naar wie de volgende zal zijn. Kijk, dat overkomt me nooit in West-Vlaanderen. Daar sta je voor je het weet met twee of drie pintjes voor je neus. Je hoeft nooit op een volgend traktaat te wachten. Dat is typisch West-Vlaams", legt Stijn Vanderhaeghe uit.Hij is de samensteller van Het Zilte Westen, een monumentaal boek van de provincie West-Vlaanderen en van uitgeverij Hannibal, waarin dat West-Vlaamse DNA door wel 101 al of niet uitgeweken, aangespoelde of geboren en getogen West-Vlamingen, op geestige wijze wordt uiteengerafeld."Wat ons nog het meest van al bindt, is ons dialect", weet Stijn Vanderhaeghe. "Vaak is onze taal de aanleiding of zelfs de reden waarom we gaan samenklitten als we ons buiten West-Vlaanderen bevinden. Het overkomt me altijd, als ik een gesprek voer met iemand, dan doe ik dat in het algemeen Nederlands, maar zodra we van mekaar weten dat we West-Vlamingen zijn, schakelen we vanzelf over op het dialect."En als dat niet gebeurt, dan is daar doorgaans ook een reden voor. "Ja, ooit interviewde ik Geike Arnaert. We zijn van dezelfde streek en ik stelde voor om het gesprek gewoon in het dialect te laten verlopen. Maar dat wou ze niet, want, zo zei ze, 'dan ben ik misschien te openhartig'."Het is ook altijd dubbel, vindt Stijn Vanderhaeghe. Want we moffelen ons dialect ook wel eens weg. "We doen soms alles aan onze taal om niet te laten merken dat we West-Vlamingen zijn. Dan doen we zo ons best om de g en de h correct uit te spreken, dat het knullig overkomt. Ik vind het trouwens nooit een compliment als mensen zeggen dat ze niet horen dat ik van West-Vlaamse komaf ben", aldus Vanderhaeghe.We zijn ook, zeggen ze, recht-door-zee. No-nonsense. We maken er niet al te veel tierlantijntjes rond. "Maar zoals ik daarnet zei, het is altijd dubbel met ons. Sommigen durven ons ook boertig en bruut noemen. En dat zijn we ook wel eens, vanuit een zekere stroefheid, we zijn dan zo zeggen ze stug. Maar... zodra we ons bij iemand of bij een groep thuis voelen, breken we door die stugheid en gaan we all the way. Dan is er die typische gulle gastvrijheid. Als je bij iemand op bezoek gaat in West-Vlaanderen, krijg je meteen een 'Zet u en wuk ga je drinken?' Dat is nergens zoals het in West-Vlaanderen is.""Ons DNA, dat is ons dialect, onze no-nonsense én... onze arbeid natuurlijk. Het cliché is onverwoestbaar: we zijn noeste werkers", besluit Stijn Vanderhaeghe. "We houden niet van half werk, we gooien ons erin. Voortdoen, weet je wel. Maar ook hier is het dubbel. We relativeren zo vaak zo graag wat we doen. Als we een compliment krijgen voor onze prestatie, zeggen West-Vlamingen veel te vlug dat het niet zo'n lastige klus was, dat het niet veel voorstelde. We zijn, helaas, niet altijd de beste verkopers van onszelf. Maar dat heeft ook weer zijn positieve kant, want West-Vlamingen zijn vaak ook meesterlijk in de zelfspot. Het verhindert de West-Vlamingen in elk geval niet om het overal te maken. Niet alleen thuis, maar ook hier, in Vlaams-Brabant, in Brussel en eigenlijk kom je die succesvolle wroeters over de hele wereld tegen. Sterk, toch!""Toch moet je oppassen", waarschuwt Anne Provoost. Zij is afkomstig uit de Westhoek, maar woont in Antwerpen. Deze maand verblijft ze in de schrijversresidentie vlakbij het kasteel van Beauvoorde. Ze werkt er aan een boek over haar grootmoeder en over de Eerste Wereldoorlog. "Dat gevoel, die identiteit, we kunnen daar romantisch over doen en dat doe ik wel eens, maar het is op de een of andere manier ook altijd een constructie. Iets waarin we graag willen geloven. Ik heb me nu verdiept in dat leven van mijn grootmoeder, hier in de streek, en in die tijd in het begin van de vorige eeuw was die vraag naar identiteit er helemaal niet. De mensen waren daar toen totaal niet mee bezig. Dat is iets nieuws dus en we moeten er toch mee oppassen. Het kan misbruikt worden om andere mensen uit te sluiten. Maar anderzijds geef ik grif toe dat ik graag naar de Westhoek, naar West-Vlaanderen kom. Omdat ik mij er altijd comfortabel voel. En dat komt, denk ik, omdat ik het hier ken, ik ken de codes waarmee mensen met mekaar omgaan, ik kan de nuances van wat gezegd wordt, correct inschatten. Ik weet wat het betekent als iemand ineens zijn schouder wegdraait, bij wijze van spreken. Ik ben van hier, ik ken het."En wat denken West-Vlamingen zelf over dat West-Vlaamse gevoel? Opmerkelijk, of ze nu van Kortrijk, Koekelare, Kortemark of Keiem zijn, het maakt niet uit, ze voelen zich vooral West-Vlaming. Het is dus geen toeval dat KW uitpakt met De Krant van West-Vlaanderen. Een krant die West-Vlaanderen ademt en die het West-Vlaamse gevoel wil voeden en kleuren.