"Je wil niet weten hoeveel mensen in paniek waren. 54 besmettingen... In Vleteren, verdikke?! We leken de nieuwe broeihaard van Vlaanderen te zijn." Iedereen volgt tegenwoordig de coronakaartjes bij de verschillende media om te zien of zijn of haar gemeente rood oplicht. Ook Stephan Mourisse. De burgemeester van het kleine Westhoekdorp met zo'n 3.800 inwoners, kon het vorig weekend niet langer aanzien.
...

"Je wil niet weten hoeveel mensen in paniek waren. 54 besmettingen... In Vleteren, verdikke?! We leken de nieuwe broeihaard van Vlaanderen te zijn." Iedereen volgt tegenwoordig de coronakaartjes bij de verschillende media om te zien of zijn of haar gemeente rood oplicht. Ook Stephan Mourisse. De burgemeester van het kleine Westhoekdorp met zo'n 3.800 inwoners, kon het vorig weekend niet langer aanzien. "Ik moest wel reageren. Bij het enige hotel van de gemeente, regende het plots annulaties. En ook onze eigen inwoners waren bang. Die angst was nergens, maar dan ook nergens voor nodig. Wij hadden geen 54 besmettingen, wij hadden er welgeteld twee. Maar als je die officiële cijfers zodanig interpreteert en herberekent naar 100.000 inwoners... Tja, dan kleur je als kleine plattelandsgemeente heel snel rood. Dat is frustrerend, zeker wel. Het enige wat de mensen onthouden is het kleur op die kaartjes en dat cijfer 54." Belangrijk is dat het aantal nieuwe besmettingen in relatie tot het aantal inwoners slechts één van de drie indicatoren is die het federale onderzoekscentrum Sciensano hanteert. "De drempelwaarde van 20 nieuwe besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste zeven dagen is slechts één indicator", duidt Boudewijn Catry van Sciensano. "Een tweede indicator is als er de voorbije vijf dagen telkens minstens één besmetting was. De derde is het aantal dagen dat er sprake is van een stijgend aantal besmettingen. Die toename wordt 'problematisch' als die vier dagen of langer duurt."Wel benadrukt Boudewijn Catry dat het overschrijden van één drempelwaarde an sich niet genoeg kan zijn om alle alarmbellen te doen afgaan en alle registers open te trekken. "Ze zijn alle drie minstens even belangrijk. Wij zien ook dat heel veel mensen zich enkel op die twintig nieuwe per 100.000 inwoners focussen, maar dat getal kan je eigenlijk zien als het kanarietje in de koolmijn. Het is een eerste moment waarop je als lokaal bestuur aandachtig moet worden."Dirk Devroey, professor huisartsgeneeskunde aan de Vrije Universiteit van Brussel, houdt op basis van de meest recente Sciensanocijfers de website www.coronafacts.be up to date. Ook hij benadrukt het belang van de combinatie van de verschillende indicatoren. "Die ene waarschuwingsdrempel, die overigens vrij arbitrair op twintig werd vastgelegd door het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding, is verre van de belangrijkste", zegt hij. "Vooral de evolutie van het aantal besmettingen moet je in de gaten houden. Zeker voor kleinere gemeenten met een lage bevolkingsdichtheid zegt dat ene getal onvoldoende. Het alarm gaat daar dikwijls te snel af." Vraag is hoe je de absolute cijfers van het aantal nieuwe besmettingen in onze steden en gemeenten dan wel met elkaar kan vergelijken. "Begin met de absolute cijfers en maak een duidelijk onderscheid tussen gemeenten met meer en minder dan 30.000 inwoners", stelt Kortrijks burgemeester Vincent Van Quickenborne (Team Burgemeester). In zijn stad, goed voor dik 77.000 inwoners, zijn de jongste week (cijfers tot en met woensdag, red.) 21 nieuwe coronabesmettingen opgedoken. "Voor een stad als de onze is die drempelwaarde op 100.000 inwoners wél relevant, een gemeente als Avelgem kleurt nagenoeg meteen rood op alle kaarten. Dat geeft een volledig vertekend beeld. Dankzij de lokale contactopsporing kan je dat snel in kaart brengen, maar intussen krijg je als kleine gemeente wel de stempel van broeihaard."Professor Devroey ziet meer heil in het uitzoomen en in plaats van op gemeenteniveau naar arrondissementen of eerstelijnszones te kijken. "Je kijkt toch best op iets grotere schaal. De drempelwaarde gebruiken in een gemeente van 5.000 of 8.000 inwoners is te voorbarig. We moeten vooral rondom ons blijven kijken in plaats van hyperlokaal te willen ingrijpen", aldus de VUB-professor. "Bovendien zorg je zo ook voor duidelijkheid naar je bevolking toe. Heel strikt ingrijpen in gemeente x terwijl buurgemeente y niets doet, is zelfs contraproductief. Het kan zorgen voor een ruimere virusverspreiding. Ik begrijp dat burgemeesters iets willen doen, maar we worden een beetje ziek in dat opbod."Vanuit epidemiologisch oogpunt zijn de strenge lokale maatregelen dan ook niet altijd nodig. Maar, zo klinkt bij veel burgemeesters, liever nu iets strenger en voorzichtiger dan straks een gigantisch coronaprobleem. Zo schrapte Lichtervelde eind juli alle geplande evenementen. En dat terwijl de gemeente nooit echt zwaar was getroffen en slechts één week een relatief beperkte opstoot kende. "Kort op de bal, dat is bij ons het devies", zegt burgemeester Ria Beeusaert-Pattyn (CD&V). "Laat ons nu zo snel mogelijk ingrijpen, het virus buiten onze woonzorgcentra houden en hopen dat in september de scholen opnieuw kunnen opstarten. Neen, wat we doen is niet te snel, te voorbarig of te ingrijpend. De lokale maatregelen zijn weloverwogen en in mijn ogen proportioneel." "Alles afgelasten is natuurlijk het gemakkelijkste", countert Francis Benoit, CD&V-burgemeester van Kuurne. "Maar we moeten opletten dat we niet collectief in een kramp schieten. Preventief schrappen, zonder te bekijken wat mogelijk is binnen het huidige kader van federale maatregelen, lijkt mij een verkeerde reflex." "Er moet een evenwicht gevonden worden, een middenweg, waarbij we het psychisch welzijn naast de gezondheid bewaken, waarbij we het culturele en verenigingsleven in onze gemeenten niet wurgen en waarbij we perspectief blijven geven aan mensen. Waarom burgemeesters zo snel en strikt optreden? Ergens uit schrik om electoraal te worden afgerekend. Maar wie enkel nog verdedigend speelt, kan nooit winnen."