De duivensport kwam de jongste maanden negatief in het nieuws door de brute commerce die de duivensport te beurt valt. Bij meer dan 90 procent van de liefhebbers is het echter niet om het geld te doen maar om het plezier en het sociaal contact.
Niettegenstaande rijke Chinezen hoge bedragen betalen voor topduiven groeit het aantal leden niet aan omdat topduiven eerder schaars zijn. Wij liepen langs bij één van de oudere melkers die niet kan zonder zijn duifjes en bij wie de duifjes geen fortuin hebben binnengebracht maar daar is het de man helemaal niet om te doen.
Norbert Vanluchene (80) uit de Dentergemstraat kwam al op heel jonge leeftijd in contact met de duivensport. “Eigenlijk heb ik de duivenmicrobe geërfd van vader zaliger Maurice. Thuis was ik de oudste van zes. Op 16-jarige leeftijd zat de schooltijd erop en kon ik aan de slag op de boerderij van wijlen burgemeester Remi Vanacker. Ik werd er landbouwknecht tot aan zijn dood. Ook burgemeester Remi was een gedreven duivenliefhebber en hij is het die me de knepen van het vak geleerd heeft. Remi leefde voor de duiven en ik werd naast knecht op de boerderij ook duivenverzorger. Toen Remi overleed heb ik nog twee jaar met zijn duiven verder gespeeld en dit samen met zijn vrouw Maria en later met zijn zoon Hubert die ook de duivenmicrobe te pakken had. Pas na de dood van Maria werden de duiven overgebracht naar mijn tuin in de Dentergemstraat en daar geniet ik nu elke dag van. Ik ben nu de verzorger samen met mijn vrouw Krista en Hubert is de computerman die ook de papierwinkel verzorgt, die ook niet weg te denken is uit de moderne duivensport.”
Grootste hobby
“Intussen speel ik al sinds mijn 14de levensjaar met de duiven en ik kan de duifjes nog geen dag missen ook al heb ik wat last bij het gaan. De duivensport is voor mij geen zaak van commerce. Ik speel met de duifjes uit puur plezier. Ze zien thuiskomen van een verre vlucht is zalig. Bovendien heb ik al mijn vrienden in de duivensport.”
“Door de vele contacten met mijn duivenvrienden is er bij mij absoluut geen sprake van eenzaamheid, wat bij vele gepensioneerden wel het geval is.” (CLY)