Brugsche vertalseltjies: de krotwoningen van Brugge die Scone

Het Kattepoortje in de Oude Gentweg was omstreeks 1950 nog een armoedig fortje. (foto Davy Coghe)
Chris Weymeis
Chris Weymeis Medewerker KW

Als geen ander kent Brugge een boeiende geschiedenis. Die bestaat niet enkel uit grootse gebeurtenissen, maar nog meer uit vele petites histoires, kleine wetenswaardigheden die zelden of nooit worden opgerakeld. In de reeks ‘Brugsche vertalseltjies’ diept gediplomeerd stadsgids Chris Weymeis weetjes op uit een rijkgevulde historische grabbelton. Deze week: de krotwoningen van Brugge die Scone.

Brugge. Circa 1950. We kunnen het ons nu moeilijk voorstellen dat er in het mooie Brugge toen nog krotwoningen te vinden waren waarin mensen in erbarmelijke omstandigheden leefden. Emile Buysse, een ondergewaardeerd collega-journalist van toen, bezocht enkele van die huizetjes en schreef er een uitgebreid verslag over. Zijn ‘wandeling’ start Buysse aan het Kattepoortje aan de Oude Gentweg. De ingang tot het fortje is stikdonker als in een spelonk. Hij klopt aan bij een van de huisjes op de binnenkoer en is er welkom. De man, die een boek aan het lezen was, vertelt dat er acht gezinnen in het Kattepoortje wonen.

“Het zijn huizetjes van de Openbare Onderstand”, vertelt de man. Hij is al maanden lang werkloos en had lange tijd ‘t fleursel (pleuritis, borstvliesontsteking, red.). Buysse komt ook niet op de meest ideale dag want de moeder zegt: “Vandaag is de oudste van 16 jaar afgedankt bij de Brugeoise na er 23 maanden te hebben gewerkt.”.

Buysse steekt de straat over en bezoekt het (nu verdwenen) fort de Kloefjespoort. Waar het in het Kattepoortje nog enigszins proper was, treft hij hier een andere situatie aan. Er wonen zeven gezinnen rond het koertje met zijn twee wc’s en één enkele waterput. Geen stadswater; geen elektriciteit. Ook Albert is werkloos. Hij woont er moet zijn vrouw en drie kinderen in een keuken en één plaatsje naast de keuken. Toch zijn ze gelukkig omdat ze dit huzetje in ‘t Kloefepoortje kunnen huren aan 160 frank (4 euro, red.) per maand. Alberts vrouw zegt: “Vroeger woonden wij in de Willemijnendreef. In één kamer van 3,50 m op 3,25 m, met ons vijven. En die kamer kostte 250 frank per maand! De schouw trok er niet, drie dagen hebben wij er eens in de rook gezeten! Toen wij trouwden, hadden wij niets. Op onze huwelijksdag at ik mijn patatten uit… het deksel van een kastrolle!”

De Kleine Sint-Jansstraat was zelfs circa 1960 allesbehalve een paradijs om te wonen. (foto Beeldbank Stadsarchief Brugge)

Eindigen doen we in de Kleine Sint-Jansstraat. Er zijn zeven woonsten en Buysse bezoekt het beste ervan. De bewoonster zegt: “Je moet eens bij mijn moeder gaan zien, dat is wat anders. Toen ik kind was, zakten wij door de plancher met de poten van het bed!” Buysse bezoekt het huis. Het dak lekt en zelfs door de vensters dringt de regen binnen. De zeven huisjes staan aan een gemeenschappelijke erf. Het gezicht met zijn kapotte vensters is erbarmelijk. De dakgoot hangt er af en in de grippe vloeit vuil water. Aan de voorkant, op straat, is het trouwens hetzelfde: een grippe en een dakgoot die kapot is… Brugge die Scone?

Herlees alle afleveringen via www.kw.be/dossier/Brugsche vertalseltjies. Lezers met vragen over een Brugs historisch onderwerp kunnen terecht op brugseverhaaltjes@gmail.com.

Lees meer over:

Partner Expertise