"Vroeger had je meer vast verblijfstoerisme aan de kust. Juli en augustus, feestdagen, weer of geen weer: er was altijd massa's volk. Maar de echte reden dat ik ermee wil stoppen, is dat ik mijn pensioen nader en geen opvolging heb", zegt Philippe Di Rosa (62). Zijn vader Vincent startte zijn zaak op in 1956 en daarmee is het volgens Philippe een van de oudste horecazaken in Blankenberge die nog altijd in dezelfde handen is. "Papa kwam in 1945 van Calabrië - de geboortestreek van Paola - naar Luik en leerde daar de basis bij ene Laurent. Net zoals ik later ook de basis van hem geleerd heb, maar we hebben het ambacht allebei op onze eigen manier ve...

"Vroeger had je meer vast verblijfstoerisme aan de kust. Juli en augustus, feestdagen, weer of geen weer: er was altijd massa's volk. Maar de echte reden dat ik ermee wil stoppen, is dat ik mijn pensioen nader en geen opvolging heb", zegt Philippe Di Rosa (62). Zijn vader Vincent startte zijn zaak op in 1956 en daarmee is het volgens Philippe een van de oudste horecazaken in Blankenberge die nog altijd in dezelfde handen is. "Papa kwam in 1945 van Calabrië - de geboortestreek van Paola - naar Luik en leerde daar de basis bij ene Laurent. Net zoals ik later ook de basis van hem geleerd heb, maar we hebben het ambacht allebei op onze eigen manier verder verfijnd. Papa was een selfmade man en ik ben dat ook." In de jaren 50 kwam vader Vincent naar Blankenberge om er een graantje mee te pikken van het bloeiende kusttoerisme. "Omdat een cremerie aan de kust nu eenmaal goed draaide", vertelt Philippe. Oorspronkelijk zat 'Cremerie Laurent' in de Kerkstraat. Toen later het pand op de Zeedijk vrijkwam, verhuisden Philippe en zijn Luikse kompaan naar ginder. "Ze zijn hier klein begonnen, met één ijsturbine. Maar het werd al snel een succesverhaal. Pa was een echte Italiaan, een flamboyante man. Hij ging iedereen in de zaak een handje schudden en vergat daarbij de kindjes en de hondjes ook niet", aldus Philippe - eigenlijk 'Filippo' gedoopt. "Net zoals mijn vader eigenlijk niet Vincent maar 'Vincenzo' heette", glimlacht hij. Philippe is trots op zijn Italiaanse roots. "Maar dat Italiaans zou hier in '56 niet gepakt hebben: Frans was toen de voertaal aan de kust." Nu zijn de recepten nog altijd dezelfde als in de tijd van vader Vincenzo. "Daar ben ik ook trots op: hoewel de tijden veranderden, zijn wij in die 63 jaar nooit van ons concept afgeweken. Ik ben een fiere Italiaan net zoals papa, die ons altijd op het hart drukte dat je er alleen maar komt door hard te werken. Toen de zaak in '81 afbrandde, was dat een tegenslag maar we hebben het daarna gewoon nog béter gedaan." Zijn zaak is opgebouwd uit tradities. "IJs serveren we in een zilveren coupe, zoals het hoort. Onze stracciatella - met grote stukken chocolade - is legendarisch. Ook onze milkshakes zijn tot ver buiten de streek bekend, en natuurlijk onze wafels. Niet van die grote: geef mij maar een kleine goeie", knipoogt Philippe. Echt alles in zijn zaak is ook selfmade. "Van de nougatine tot de karamelsaus. We roosteren zelfs onze nootjes zelf", klinkt het. Z'n vrouw, die hij leerde kennen op het strand, zijn zoon en dochter zijn de enige drie mensen die al zijn recepten kennen. "Als er met mij iets zou gebeuren, is het familiegeheim bij hen veilig. Maar mijn zoon is jurist en mijn dochter koos voor een HR-job. Zij hebben andere keuzes gemaakt in het leven." Nu moet Philippe dus elders op zoek naar een opvolger. "Ik ben bereid iemand op te leren aan wie ik het familiegeheim kan doorgeven. Want ik zou het levenswerk van mijn vader en mezelf niet graag verloren zien gaan. Papa was zelf eerst kwaad toen ik niet wilde verder studeren, maar later was hij daar toch wel blij om. Het zou mij ook pijn doen als deze traditie verloren zou gaan. Niemand maakt tegenwoordig nog ijs zoals hier", besluit Philippe.