Een donderslag bij heldere hemel was het: de Waregemse wielrenner Igor Decraene (18) werd aangereden door een trein in Zulte. De jonge Belgische belofte werd in 2013 nog wereldkampioen tijdrijden bij de junioren.
...

Een donderslag bij heldere hemel was het: de Waregemse wielrenner Igor Decraene (18) werd aangereden door een trein in Zulte. De jonge Belgische belofte werd in 2013 nog wereldkampioen tijdrijden bij de junioren. "Ik herinner me nog goed de ochtend na zijn overlijden", vertelt Arno. "Rond 9.30 uur legde ik mijn gsm aan die vol met berichten en gemiste oproepen stond. Ik probeerde er kalm bij te blijven. Het WK stond voor de deur, dus ik dacht dat hij misschien gaan losrijden was. Voor alle zekerheid belde ik naar de familie Decraene. Van broer Thybo kreeg ik het slechte nieuws te horen. Een slag in mijn gezicht...""Maar toch besloot ik om die namiddag te koersen in Kooigem. Samen met vrienden Emiel Planckaert, Wiebren Plovie en Lowie Bral besloten we om een zwarte band te dragen. De regen en het golvende parcours zorgden voor een afvallingswedstrijd waardoor slechts 26 renners van de 103 gestarte de aankomst bereikten. Emiel won, ik werd 26ste. Het was misschien wel de zwaarste wedstrijd uit mijn leven. Ik had het gevoel dat iedereen startte om te winnen, speciaal om Igor, die bekend stond om zijn aanvallende stijl, te eren", weet de Hoogledenaar, die na zijn derde jaar als belofte besloot om de fiets aan de haak te hangen."Ik koos ervoor om mijn nieuwelingenperiode af te sluiten bij de Tieltse Renners. Igor en ik waren nieuw en op de eerste ploegtraining sloegen we een praatje. Meteen was er een klik", herinnert Arno zich. "Enkele weken later gingen we samen op weekend naar Center Parcs. Daarnaast trokken we samen veel op pad met de fiets. Eenmaal het seizoen begon, pikte ploegleider Koen Dutoit en later bij de juniores Johan Baele ons beiden op als er een interclub was. Zowel de ouders van Igor als de mijne zijn zelfstandig en hadden het druk in het weekend. Op het provinciaal kampioenschap tijdrijden in Ruddervoorde bij de nieuwelingen toonde Igor dat hij hard kon rijden. Ook al zou hij zeggen van niet", lacht Arno. (Lees verder onder de foto)"Altijd heeft hij de voetjes op de grond gehouden na een succes. Zelfs na zijn wereldtitel tijdrijden in Firenze als eerstejaarsjunior bleef hij de nuchterheid zelve. Ik zat toen in de wielerschool van Ronse en volgde samen met mijn klasgenoten de tijdrit. Alhoewel Igor toen van zijn eigen prestatie toch even geschrokken was."Voordien behaalde Igor al een zilveren medaille op het Europees kampioenschap tijdrijden en mocht hij in Hooglede de Belgische tricolore mee naar huis nemen. "Een dag die me altijd zal bijblijven", herinnert Arno zich. "Ik zat in de volgwagen als mecanicien samen met zijn broer Thybo en ploegleider Johan. Door een valpartij aan een rotonde verloor hij zijn twee tubes en moest hij verder met zijn reservefiets. Thybo zei dat het Belgisch kampioenschap om zeep was terwijl ik het wel nog in orde zag komen. Als je weet dat Igor meestal een minuut voorsprong had op het einde, weet je dat hij wel wat marge had. Uiteindelijk mocht hij triomferen. Een heel straf nummer. Na zo'n prestatie trokken we meestal ten huize Decraene om er een feestje te bouwen."(Lees verder onder de foto's)Igor in een aantal woorden omschrijven is niet moeilijk volgens Arno: "Een harde werker, bescheiden en goedlachs. Ik heb dat zelf mogen ervaren. Voor een lange trainingsrit spraken we af in Bavikhove met Emiel Planckaert en Lowie Bral. Igor was een echte flandrien. Met korte broek en korte trui tekende hij trouw present. Na een hele training op kop gereden te hebben, wisselde hij thuis meteen van tenue om op de boerderij zijn steentje bij te dragen. Verschillende keren ging ik mee in plaats van in mijn zetel te liggen. Voor mij was dat hard labeur, maar voor hem was dat een vorm van rust. Igor was een persoon die graag op zichzelf was. Hij hield niet echt van de drukte.""Elke dag denk ik aan Igor. Na mijn juniorenperiode ging ik nog drie jaar door voor mezelf en voor hem. In een wedstrijd in Nazareth mocht ik de bloemen ontvangen en die legde ik op het graf van mijn geliefde amigo. Daarna heb ik een tiental maanden in Australië vertoefd. Ik heb daar het surfen ontdekt. Telkens als ik een regenboog zie, voel ik zijn aanwezigheid. Langzaamaan heb ik zijn dood kunnen verwerken. Het contact met de familie Decraene is er nog altijd. Ik ga af en toe eens langs", besluit Arno.(Jonas Vandeputte/foto JS/gf)