Philippe De Coene (64) blikt terug op jeugd en loopbaan: “Kortrijk was altijd de constante in mijn carrière”

Philippe De Coene. © KDS
Rémi Bruggeman
Rémi Bruggeman Medewerker KW

We spreken Philippe De Coene in de Kortrijkse Bistro Juste, het voormalige Café Sebastopol van zijn grootouders, naar aanleiding van zijn politiek pensioen. Hij groeide er op en graaft door z’n herinneringen. We blikken terug op de carrière van een monument van een Kortrijks politicus.

Wanneer Philippe De Coene (64) binnenkomt in Bistro Juste in Kortrijk gaat hij eerst nog even praten met de uitbaatster. “Wat herinneringen aan vroeger ophalen”, excuseert hij zich. En terecht. Het pand, toen nog Café Sebastopol, vormde het decor van zijn eerste tien levensjaren. Toen zijn moeder na een scheiding terugkwam uit Rijsel – van de echtscheiding heeft hij het fijne nooit echt geweten – werden hij en zijn zus opgevoed door grootmoeder Antoinette ‘Netje’ Quartier Huysentruyt en grootvader Leopold ‘Pol’ Huysentruyt. Zijn vader heeft hij nooit gekend. “Toen ik volksvertegenwoordiger werd in 2003, moest ik naar Rijsel om mijn geboorteattest op te halen. Ik was toen 43 en zou voor het eerst mijn vader kunnen zien. Ik ben voor de deur gaan staan, maar begon te twijfelen. Als mijn vader 43 jaar lang geen contact had gezocht, waarom zou hij me nu wel willen zien? Ik ben dan weggegaan…”

Vooral de periode tussen zijn zesde en tiende in het café herinnert De Coene zich nog goed. “Café Sebastopol was een Kortrijks burgercafé, een druk beklant café met een héél divers publiek. Zeker op maandag was het er druk gezien er markt was. Grootmoeder stond om 5 uur ’s ochtends op om de eerste marktkramers al een koffie met dreupel te serveren. Rond 11 uur waren de meesten al uitverkocht en kwamen ze het café weer binnen. Dan bestelden ze grote bieren. ’s Avonds kwam het hoogtepunt van de dag: de beurs – ‘de buzze’ op de Grote Markt. “Dat de dinsdag de sluitingsdag was, was geen toeval”, lacht hij.

Kaars huren

Hij groeide op in het nog strengere katholieke Vlaanderen en haalt een herinnering boven die hij voor de rest van zijn leven nog als brandstof zou gebruiken. “We hadden het niet breed, ook al werkten mijn grootouders heel hard. Ik weet nog heel goed dat toen ik mijn vormsel deed, we de keuze kregen tussen het kopen of het huren van een kaars. Mijn grootouders kozen ervoor om een kaars te huren. Blijkbaar splitsten ze de gekochte en gehuurde kaarsen. Ik moest achteraan gaan staan bij de gehuurde kaarsen! Dat heeft een grote impact op me gehad: dat zo duidelijk scheiden van de ‘rijken’ en ‘armen’. Enkele jaren geleden gaf ik een lezing voor een christelijke vereniging vlakbij de Sint-Maartenskerk. Toen ze vroegen waarom ik zo begaan ben met armoede en onrechtvaardigheid, antwoorde ik dat dat dankzij hen was, en vertelde hen het verhaal.”

Philippe De Coene had veel brandstof. Hij had er genoeg om drie legislaturen lang Kortrijks schepen, maar ook Vlaams en Europees parlementslid en volksvertegenwoordiger in de Kamer te worden voor de socialisten, al begon zijn carrière wel in de journalistiek. “Ik heb rechten en politieke wetenschappen gestudeerd, maar eigenlijk was ik niet genoeg met mijn studies bezig. Vanaf mijn zeventiende begon ik te schrijven voor het socialistische blad Vooruit, hier in Kortrijk. Ik hield me bezig met politiek en cultuur en was ook zelf actief in muziekgroepen. Op mijn twintigste moest ik naar de tweede zit voor mijn opleiding. Als ik die niet haalde, dan was het gedaan. Ik had het nooit gedacht, maar ik haalde een tekort dat niet gedelibereerd kon worden. Ik was aan de grond genageld. Op dat moment was ik wel al medewerker bij De Morgen. Ik ging kort daarna vragen of ze me konden gebruiken op de redactie… en ik kon gelukkig starten als redacteur. Ik moest dat enkel nog aan mijn grootvader gaan vertellen… Gelukkig kon ik het goede nieuws aan het slechte nieuws koppelen. Ik heb de slechte situatie weten om te draaien.”

De Coene werkte in totaal zo’n zeven jaar voor de krant, op verschillende redacties. Erna werd hij copywriter in het Brusselse. Hij won in die periode verschillende prijzen, onder andere die voor beste Nederlandstalige copywriting voor een campagne tegen racisme, en voor integratie. Z’n eerste politieke stappen zette hij in 1994 in het Europees parlmeent, meteen gevolgd door de Kortrijkse gemeenteraad. Later zouden dus nog verschillende niveaus volgen. “Al bleef Kortrijk altijd de constante in mijn leven”, benadrukt hij. Hij kan ook fier terugblikken op enkele projecten uit zijn schepenambten: Foodact 13, het sociaal restaurant Vork, de Deelfabriek, de geboortebossen, of computerlessen voor duizenden senioren om er maar enkele te noemen. Hij stond ook mee aan de wieg van W13, de welzijnsorganisatie die armoede wil aanpakken in Zuid-West-Vlaanderen. Hij was er voorzitter en gaf de fakkel onlangs door aan Lynn Callewaert.

Nieuwe generatie

Een politiek pensioen lonkt. “De voorbije vijftien jaar hebben we met Vooruit hard gewerkt om nieuwe mensen naar voor te schuiven, zoals Maxim Veys, Nawal Maghroud, Axel Weydts, Tine Soens, Bert Herrewyn of Billy Buys. Jonge mensen met talent kansen geven, daar komt het op neer. Want ik ben er ook gekomen door mensen als Frank Vandenbroucke.”

De Kortrijkzaan blijft nog actie, onder meer in de Raad van Bestuur van AZ Groeninge en van de VRT. Hij blijft ook actief als gemeenteraadslid in z’n stad. “Niet om een ambetante schoonvader zijn, maar om ons team en de gemeenteraad met raad en daad bij te staan.”

Stilzitten zal De Coene niet doen. Hij is bezig met de oprichting van Gutmenschen.be, een platform met een passende geuzennaam. Daarmee wil hij verenigingen ondersteunen die geen communicatiebureau kunnen betalen. “Ja, het zal druk blijven, maar ik zal al eens meer een boek kunnen lezen of naar een concert kunnen gaan. En nog meer dan nu al naar KV Kortrijk. Op de staanplaatsen, tussen de supporters”, aldus De Coene.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content