Sandra Demuynck nieuwe schepen voor N-VA Oostende: “Ik doe geen loze beloftes”

Sandra Demuynck: “De Oostendenaars zullen krijgen waar ze recht op hebben.” © EFO
Edwin Fontaine
Edwin Fontaine Medewerker KW

Sandra Demuynck is de nieuwe voorzitter van het Bijzonder Comité Sociale Dienst. De nieuwe N-VA-schepen is ook bevoegd voor Onderwijs, Werken en Activering en kiest er bewust voor om ook als verpleegster aan de slag te blijven.

Sandra Demuynck (54) is van opleiding verpleegkundige en werkt al 34 jaar in Sint-Jozef, AZ Damiaan en AZ Oostende. Ze is er wondzorgverpleegkundige op de dienst heelkunde. “Ik doe mijn job enorm graag en als dat te combineren is met de politiek blijf ik halftijds aan de slag”, zegt de moeder van een volwassen zoon. Ze zette de eerste stappen in de politiek in 2018 en werd in 2019 gemeenteraadslid. De kiezer beloonde haar met 856 stemmen, het derde hoogste aantal van de N-VA.

“Ik blik tevreden terug op de campagne die we met N-VA als team hebben gevoerd. Ik had niet verwacht dat ik schepen zou worden maar op de verkiezingsavond drong het tot me door dat er wel een mandaat zou kunnen volgen. In de daaropvolgende weken is dat dan werkelijkheid geworden.” Sandra Demuynck is, na Charlotte Verkeyn en Maxim Donck, de derde N-VA schepen in een coalitie met Vooruit.

Scholen bezoeken

“Het is nieuw voor mij en met de hulp van onze kabinetsmedewerkers zal ik me nu snel inwerken. Dat betekent dat ik met veel diensten zal praten. Ik ben ook bevoegd voor onderwijs en zal met de twee onderwijsnetten en scholengemeenschappen in gesprek gaan. Ik wil weten wat er leeft, wat de noden zijn en hoe we het kunnen verbeteren. Ik ben ook van plan om scholen te bezoeken. In het kader van het flankerend beleid had ik ook al een gesprek met Dyade vzw. Er zijn overal noden en vragen, maar ik wil geen dingen beloven die ik niet kan waarmaken.” Ook voor haar andere bevoegdheden wil ze de komende maanden vooral het veld verkennen en zich inwerken.

“Een job en taal zijn sleutels tot een goede integratie en een weg uit de armoede”

Sandra is ook voorzitter van het Bijzonder Comité Sociale Dienst of ‘OCMW-voorzitter’. Het comité met vertegenwoordigers van ook andere partijen en een meerderheid voor Vooruit/N-VA behandelt hulp- en steunaanvragen van OCMW-cliënten. “Ik heb mijn eerste comités achter de rug en kan verzekeren dat er grote noden zijn bij de cliënten. Niet enkel financieel, maar ook qua eten op opvang.”

“OCMW mag strenger”

De politica staat achter de uitspraken die in de N-VA-campagne werden gedaan dat “het OCMW wat strenger mag zijn”. “Anderstaligen die steun krijgen, moeten Nederlandse les volgen. Wie dat niet doet, moet erop aangesproken worden en bij herhaling moet er een gevolg aan gegeven worden. Wie ingeschreven is bij de VDAB moet ook werkbereid zijn en niet met smoesjes komen. Wie Nederlands kent, kan ook geactiveerd worden voor werk. Een job en taal zijn sleutels tot een goede integratie en een weg uit de armoede. We moeten wel de mensen helpen die het nodig hebben want dat komt ook de samenleving ten goede.”

Pittige eerste raad

Sandra heeft haar eerste schepencolleges achter de rug en looft burgemeester Crombez : “Dat verloopt goed en John is daar een goede leider van.” Over haar eerste comités bij het OCMW : “Dat is nieuw voor mij. Ik kan een beroep doen op de ervaring van Kristof Gesquiere die daar eerder zetelde en ook nu actief blijft. Hij heeft me geholpen en zijn raad was een meerwaarde. Maar cliënten moeten het comité wel serieus nemen. Op één van mijn eerste comités waren er vier zogenaamde ‘aanhoringen’ op vraag van de cliënten. Daar zat een team klaar om vragen te beantwoorden, maar geen van de vier daagde op. Daar wil ik het fijne van weten.” Op haar eerste gemeenteraad kreeg ze al meteen wat wind van voor vanwege gewezen schepen Natacha Waldmann; “Het was best wel pittig. Het ging over rechtenverkenning. De Oostendenaars zullen krijgen waar ze recht op hebben, alleen verfrissen we de aanpak.”

Op vrijdag in De Baron

Sandra wil haar hobby’s reizen en wandelen niet opgeven. “Mariakerke ligt me nauw aan het hart. Ik woon er, doe er bijna al mijn inkopen en heb er ook mijn leven buiten de politiek. Dat is bijvoorbeeld op vrijdag, mijn heilige avond, in De Baron. Daar kom ik samen met vriendinnen en laten we wat stoom af. Met mijn broer en zus heb ik ook een zeer goede band.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content