De cijfers werden ons bezorgd door de Gistelse onderwijsdeskundige Edwin Verdoolaege, maar zijn voor iedereen vrij te consulteren op Dataloep, een website waar de Vlaamse overheid alle onderwijsstatistieken consulteert. Voor Oostende zijn de cijfers opvallend. In het secundair onderwijs stak het GO! voor het eerst het vrij onderwijs voorbij in aantal leerlingen.
...

De cijfers werden ons bezorgd door de Gistelse onderwijsdeskundige Edwin Verdoolaege, maar zijn voor iedereen vrij te consulteren op Dataloep, een website waar de Vlaamse overheid alle onderwijsstatistieken consulteert. Voor Oostende zijn de cijfers opvallend. In het secundair onderwijs stak het GO! voor het eerst het vrij onderwijs voorbij in aantal leerlingen.In het schooljaar 2008-2009 telde het vrije net nog 59 procent van alle leerlingen in het voltijds secundair en deeltijds beroepsonderwijs en het GO! 41 procent. In het schooljaar 2017-2018 slonken de vrije scholen tot 49,7 procent van de leerlingen en klom het GO! tot 50,3 procent. In absolute cijfers: 2.717 leerlingen in de katholieke scholen, 2.797 in het GO! In absolute cijfers is het aantal leerlingen in het secundair onderwijs trouwens gedaald: 6.375 in 2008-2009, 5.514 in 2017-2018."Toch is het overwicht van het GO! niet te verklaren door de dalende leerlingenaantallen", zegt Edwin Verdoolaege. "De afgelopen vijf jaar blijven die in het Oostendse secundaire onderwijs rond de 5.500 schommelen. Er is dus geen sterker verloop van leerlingen vanuit Oostende naar Brugge, Gistel of Torhout. Dat is fake news, ondanks de berichten in de pers daarover.""De verklaring moet eerder worden gezocht in deaantrekkelijkheid van het onderwijsaanbod. Het GO! heeft een mooi en up-to-date palet van onderwijsopleidingen uitgebouwd dat goed aansluit bij de hedendaagse vraag op de arbeidsmarkt. We denken daarbij aan de zorgopleidingen in het Vesaliusinstituut, de blue economy in het kleine, maar gespecialiseerde Maritiem Instituut Mercator, de horeca- en andere technisch-commerciële opleidingen in het Ensorinstituut of de algemene vorming in de twee athenea, centrum en Pegasus." In het basisonderwijs is een gelijkaardige evolutie aan de gang. De vrije scholen waren in 2017-2018 nog goed voor 55,3 procent van het aantal kleuters en lagereschoolkinderen, het GO! nam 44,7 procent van de leerlingen voor zijn rekening. In het schooljaar 2013-2014, het laatste jaar voor de stedelijke basisscholen naar het GO! werden overgeheveld, waren de katholieke scholen nog goed voor 58,1 procent van de leerlingen. Sindsdien is hun aandeel dus licht gedaald. In de totaliteit groeien de lagere scholen in Oostende: van 5.608 in 2008-2009 naar 6.061 in 2017-2018."Voor de overheveling haalden zowel het stedelijk net als het GO! een marktaandeel van 20 tot 22 procent van de leerlingen, zonder grote schommelingen", weet Edwin Verdoolaege. "Samen waren ze goed voor zo'n 42 procent van de leerlingen. Sinds de samenvoeging van beide onderwijsnetten in september 2014 is dat gegroeid tot 44,9 procent. Het GO! heeft dus voordeel gehaald uit deze overname. Bovendien stromen de GO!-leerlingen uit het basisonderwijs meer dan vroeger door naar de secundaire GO!-scholen."Edwin Verdoolaege ging ook na hoeveel Oostendse leerlingen buiten Oostende school lopen. "In 2008-2009 ging 86,3 procent van de Oostendse leerlingen in het secundair onderwijs naar een Oostendse school. In 2017-2018 was dat 84,2 procent of een klein verlies van 2,1 procent. In 2008-2009 ging 6,5 procent van de Oostendse leerlingen secundair in Brugge naar school, in 2017-2018 nog 6,1 procent. Brugge verliest dus zelfs marktaandeel in Oostende. Naar Gistel ging in 2008-2009 3,9 procent van de Oostendse leerlingen secundair, in 2017-2018 was dat 5,5 procent. Dat is een kleine groei, maar van grote verschuivingen is geen sprake.""Het is ook niet zo dat het GO! meer allochtonen aantrekt; die rol is in Oostende weggelegd voor het vrije net, zeker in het secundair onderwijs", gaat Edwin Verdoolaege verder. "Het verlies voor het vrije net in Oostende zit grotendeels bij de leerlingen die van buiten Oostende komen: van 1.223 in 2008-2009 naar 638 in 2017-2018, tegenover een daling van 2.482 naar 2.079 bij de in Oostende wonende leerlingen. Wat wellicht speelt, is de achteruitgang van klassieke technische richtingen, die vooral worden aanboden door Petrus & Paulus West, het vroegere VTI", klinkt het."Het GO! daarentegen ziet in dezelfde periode zijn aantal leerlingen secundair uit de regio stijgen van 1.024 naar 1.101, het aantal leerlingen uit Oostende zelf stijgt er van 1.592 naar 1.696. Het vrije net heeft dus wel nog een meerderheid bij de in Oostende wonende jongeren, maar het GO! groeit zowel bij de Oostendenaars als bij de niet-Oostendenaars. Daardoor is het voor het eerst groter", besluit Edwin Verdoolaege.