Waarom er plots 445 reeën afgeschoten worden in onze provincie: “Ze zijn West-Vlaanderen aan het koloniseren”

Vorig jaar werden 445 reeën afgeschoten in onze provincie. (Belga)
Redactie KW

In West-Vlaanderen werden vorig jaar 445 reeën afgeschoten. Dat blijkt uit gegevens van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Twintig jaar geleden lag dat cijfer nog op nul. “Die reeën zijn de provincie aan het koloniseren”, zegt het INBO.

Op de wildapp van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek kan je voor vier categorieën van grofwild zien hoeveel exemplaren er de voorbije jaren zijn afgeschoten. Het gaat om het everzwijn, het damhert, het edelhert en de ree. Wilde zwijnen werden in 2024 in onze provincie niet afgeschoten, voor damherten gaat het om vijf dieren en voor edelherten zes. Vooral het cijfer over de reeën springt in het oog: 445. Dat is het minste van alle provincies in Vlaanderen maar wel het hoogste cijfer in twintig jaar tijd. Vooral in Oostkamp (75), Wingene (61) en Poperinge (48) werden vorig jaar nogal wat reeën afgeschoten.

Opvallend: twintig jaar geleden, in 2004, werd er in onze provincie geen enkel reetje afgeschoten. Sindsdien zit het cijfer in stijgende lijn, met vorig jaar als absoluut hoogtepunt met 445 reeën. De reden is eenvoudig, zegt onderzoeker Jim Casaer van het INBO. “Na de Tweede Wereldoorlog zag je dat die dieren eigenlijk alleen nog voorkwamen in Vlaams-Brabant en Limburg. Sindsdien zijn ze zich stelselmatig gaan verspreiden naar het oosten en het westen. En dus ook naar West-Vlaanderen. Eigenlijk mag je zeggen dat die dieren stilletjes aan de provincie aan het koloniseren zijn. Ook vanuit Frankrijk komen de reeën ons land binnen, dat zie je voornamelijk in de streek rond Poperinge”, klinkt het.

Afschotplan

Om de drie jaar wordt daarom een zogenaamd afschotplan opgesteld. Dat is een quotum van dieren die door erkende jagers mogen afgeschoten worden, om de populatie onder controle te houden. “Voor elk stuk grofwild maken de jagers dan een meldingsformulier op. Wat hebben ze afgeschoten, waar, wanneer? Al die gegevens komen daarop en worden naar het Agentschap Natuur en Bos en vervolgens naar ons gestuurd. Op basis van de aantallen van de voorbije drie jaren maken wij dan een nieuw afschotplan op voor de komende drie jaren”, zegt Casaer.

De gedode dieren belanden vervolgens op het bord. “Dat kan het bord van de jager zelf zijn. Of de jager kan die, volgens een strikt protocol, ook aanleveren aan de wildhandel, die het vlees vervolgens op de markt brengt. Een jager mag dus nooit zomaar met een stuk grofwild gaan leuren bij een restaurant”, klinkt het.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content