De winter is amper gestart, maar in het Opvangcentrum voor vogels en wilde dieren in Oostende is het nu al bijzonder druk. Een combinatie van winterkou, aanhoudende stormen in het hoge Noorden, lokale vervuiling en blijvende waakzaamheid voor vogelgriep zorgt voor een vroege piek in het aantal dieren dat opvang nodig heeft. Vooral zeevogels en enkele kwetsbare wintergasten komen verzwakt binnen.
De voorbije weken spoelden verschillende Noordse zeevogels aan op de Nederlandse en intussen ook Belgische kust. Het gaat onder meer om Noordse stormvogels, zeekoeten en papegaaiduikers. Volgens Claude Velter, directeur van het opvangcentrum, ligt de oorzaak duidelijk in het hoge Noorden. “In Scandinavië heeft dagenlang een heel zware storm gewoed. Het vliegverkeer lag daar zelfs plat en alles zat onder de sneeuw”, vertelt hij ons. “De winden zijn langs de noordelijke kusten blijven blazen. Die zeevogels zijn van daar tot bij ons geraakt, tot ze volledig uitgeput waren.”
Uitzonderlijke situatie
Dat papegaaiduikers aan onze kust opduiken, blijft uitzonderlijk. Meestal gaat het om jonge dieren die zo’n extreme omstandigheden niet aankunnen. “Het is doorgaans een verwaaid jong dier dat aanspoelt. Dat er nu ook een volwassen papegaaiduiker bij zat, is echt uitzonderlijk”, verduidelijkt Velter. Volgens hem toont dat aan hoe extreem de situatie was. “Die dieren zijn van in Scandinavië hier geraakt.”
“Wat we het meest nodig hebben, is een structurele financiële ondersteuning van alle overheden”
De meeste zeevogels proberen zo noordelijk mogelijk te overwinteren, zolang de omstandigheden dat toelaten. “Als het te lang blijft vriezen, schuiven ze wat zuidelijker op”, legt Velter uit. “Zodra het weer rustiger wordt, vliegen de dieren die nog niet uitgeput zijn duizenden kilometers terug richting Scandinavië. Degene die bij ons terechtkomen, blijven maximaal twee weken. Ze kunnen niet lang in gevangenschap blijven, daar hebben we strikte regels voor.”
Vogelgriep
Ook landvogels ondervinden problemen door de winterkou. Vooral houtsnippen komen verzwakt binnen. “Voor zeevogels is vorst geen groot probleem, maar voor landvogels wel”, zegt Velter. “Bij langdurige vorst wordt voedsel schaars en dat hakt er zwaar in.”
Daarnaast blijft vogelgriep een blijvende zorg. “De impact op onze werking is groot,” klinkt het. “Er worden steeds meer soorten positief getest. Als dieren er niet goed uitzien, gaan ze meteen in quarantaine. Onze mensen moeten dan telkens in volledige bescherming werken.”
Die druk komt bovenop een bijzonder zwaar 2025, waarin het opvangcentrum in Oostende 5.638 dieren verzorgde, ruim 15 procent meer dan het jaar voordien. Met strengere bioveiligheidsregels en onzekerheid over subsidies kijkt de organisatie bezorgd vooruit. “Wat we het meest nodig hebben, is een structurele financiële ondersteuning van alle overheden”, besluit Velter.