"Dit is 'm nu, de Nieuwpoortse Vrijheidskeure uit 1163." Veilig weggeborgen op een plaats waar nieuwsgierige bezoekers er het raden naar hebben, toont stadsarchivaris Walter Lelièvre ons het ongetwijfeld belangrijkste stuk uit de rijke collectie van de stad. "Sinds 2001 mag en kan ik rondneuzen op de zolders en in de kelders van het stadhuis", vertelt Walter. "In al die jaren ontdekte ik werkelijk prachtige stukken, echte schatten op zolder. Het archief was voorheen jarenlang aan zijn lot overgelaten, en dat was eraan te merken. Er is heel wat werk aan geweest om er opnieuw wat orde in te brengen en de job is nog niet af", aldus Walter.
...

"Dit is 'm nu, de Nieuwpoortse Vrijheidskeure uit 1163." Veilig weggeborgen op een plaats waar nieuwsgierige bezoekers er het raden naar hebben, toont stadsarchivaris Walter Lelièvre ons het ongetwijfeld belangrijkste stuk uit de rijke collectie van de stad. "Sinds 2001 mag en kan ik rondneuzen op de zolders en in de kelders van het stadhuis", vertelt Walter. "In al die jaren ontdekte ik werkelijk prachtige stukken, echte schatten op zolder. Het archief was voorheen jarenlang aan zijn lot overgelaten, en dat was eraan te merken. Er is heel wat werk aan geweest om er opnieuw wat orde in te brengen en de job is nog niet af", aldus Walter.Het oudere, papieren archief - vanaf 1163, toen Filips van de Elzas, de graad van Vlaanderen de Vrijheidskeure verleende aan Nieuwpoort, wat voor de stad een volledige autonomie op bestuurlijk, fiscaal en juridisch vlak betekende - bevindt zich in het rijksarchief in Brugge en de redding ervan kan gerust een mirakel genoemd worden. Nieuwpoort is overigens de enige Belgische frontstad uit WOI die nog over zijn volledig oud archief beschikt en dat is de verdienste van toenmalig stadssecretaris Theophiel Dobbelaere. Vanaf 27 november 1914 bracht hij alles op gevaar van eigen leven in veiligheid samen met dienstdoend stadsontvanger Lodewijk Deschieter, bakker Jérôme Deschieter, onderwijzer Cyriel Pecceu, handelaar Cesar Beun en Middelkerkenaar Robert Vanhooren. Zij verhuisden de massa documenten vanuit het toenmalig stadhuis in de Langestraat, eerst naar Veurne en een week later naar Sint-Idesbald, waar secretaris Dobbelaere woonde. Een Franse militair en oorlogsheld René Quinton zorgde voor het transport van de stukken. Het oudere archief mag dan in Brugge liggen, het Nieuwpoortse stadsarchief herbergt nog heel wat stukken, aktes en documenten uit de periode van 1795 tot op vandaag. En dat was uitgebreid genoeg voor Walter om er in de loop der jaren heel wat tijd aan te besteden én uitzonderlijke zaken te ontdekken. "Er is natuurlijk de Stadskeure zelf", gaat de stadsarchivaris verder. "Die is hier destijds opnieuw terechtgekomen en bevindt zich nog altijd in het stadhuis, maar valt - op vandaag althans - niet te bezichtigen. Ik vond onder meer ook prachtige beelden van kunstenaar Pieter Braecke en een collectie Duitse helmen, daterend uit de Duits-Franse oorlog van 1870 en een werkelijk prachtige collectie schilderijen. Nieuwpoort is een vissersstad, dus ontdekte ik destijds in het archief ook nogal wat maritieme artefacten zoals op hout geschreven haringquota en zelfs de resten van een mammoet. Een ander bijzonder waardevol item is een zwaard, ingelegd met briljanten en robijnen dat de inwoners van Parijs in 1915 aan Koning Albert I hebben geschonken. Hoe het destijds in Nieuwpoort verzeilde weet niemand, en dat is zo voor heel wat stukken."Nogal wat militaire artefacten, zoals de helm van koningin Elisabeth en het zwaard van Albert I, worden tentoongesteld in het bezoekerscentrum Westfront, maar met wat zich nog op het stadhuis bevindt, zou het deel kunnen uitmaken van een boeiende tentoonstelling. Maar dat lijkt nog niet voor eerstdaags. Je kan dus nog niet zomaar het stadhuis binnenstappen en vragen om de Stadskeure te zien. "Ik hoop niettemin dat dit indrukwekkend archief, dit waardevol patrimonium van de stad, binnenkort kan ontsloten worden. Dat betekent niet dat het zal tentoongesteld worden, maar dat wie dat wil een aanvraag kan indienen om één en ander te komen bekijken", zegt Walter Lelièvre."Ik zal daarvoor verder werken aan een volledige inventaris en het verder 'verschonen' van de stukken. Er is al heel wat tijd gegaan in het proper en net maken ervan, maar het werk is nog niet af", besluit Walter Lelièvre.