“Rodenbach zit héél diep in mijn hart”: Rudi Ghequire neemt na indrukwekkende carrière van ruim 40 jaar afscheid van ‘zijn’ brouwerij

Rudi Ghequire zwaait na 42 mooie jaren af bij Brouwerij Rodenbach: “Ik heb nog steeds diezelfde drive als bij mijn eerste dag.” © Stefaan Beel
Philippe Verhaest

Liefst 42 jaar lang was Rudi Ghequire een van dé gezichten van Rodenbach. Begin april nam de algemeen directeur afscheid van zijn geliefde brouwerij en maakt hij zich op voor een nieuw hoofdstuk in zijn leven. “Maar Rodenbach zal nooit ver weg zijn”, beklemtoont hij. “Ik ben trots op wat ik hier heb mogen neerzetten.”

Rudi Ghequire ontvangt ons in zijn statig kantoor op de eerste verdieping van de historische brouwerijgebouwen langs de Spanjestraat. Hier wordt al sinds 1821 hemels vocht gebrouwen en liefst 42 jaar daarvan maakte de Roeselarenaar, die op 26 maart 65 kaarsjes mocht uitblazen, vanop de eerste rij mee. “Rodenbach is met mijn DNA verweven”, zegt hij. “De brouwerij en onze bieren zitten héél diep in mijn hart.”

42 jaar bij dezelfde werkgever doorbrengen, het is in deze haastige tijden haast een unicum.

(glimlacht) “Daar ben ik me wel van bewust, ja. Maar dit was niet mijn eerste werkplek. Ik ben de zoon van hardwerkende landbouwers en groeide op de ouderlijke hoeve op tussen de dieren en velden. Mijn jeugdjaren hebben me één met de natuur gebracht en de passie voor voeding bijgebracht. In het najaar van 1981 heb ik zeker vijftig sollicitatiebrieven verstuurd – ook naar Rodenbach – op zoek naar een eerste job. Begin jaren tachtig bevond ons land zich in een economische crisis en was er amper werk. Ik kon uiteindelijk aan de slag als productieleider bij diepvriesbedrijf Horafrost in Staden. Maar drie maanden na mijn start kreeg ik telefoon van Rodenbach. Of ik eens op gesprek wilde komen. Voor ik het goed en wel wist, was ik hier inkoper.”

Had je toen gedacht hier je hele carrière door te brengen?

“Absoluut niet. Ik ben ook niet met die intentie hier aangekomen. Maar achteraf bekeken klopte het plaatje gewoon. Bier is een vloeibare vorm van voeding en een brouwerij is een voedingsbedrijf dat met natuurlijke producten werkt. Wij zetten gerst, hop, kruiden en suikers om in bier en zijn rechtstreeks afhankelijk van de oogst van de boeren en wat de weergoden beslissen.”

“Ik heb het altijd als een van mijn kerntaken beschouwd om Roeselare en Rodenbach nog dichter naar elkaar te laten groeien”

Je hebt hier zelfs een tijdlang gewoond.

(knikt) “Van 1984 tot 1996 was het appartement in de brouwerij de thuis van ons gezin. Mijn woon-werkverkeer kon niet kleiner zijn. Het gaf me ook de kans om altijd kort op de bal te spelen. Ik was áltijd in de brouwerij te vinden, hé.”

Hoe heb je deze plek zien evolueren?

“Niet enkel de brouwerij heeft een metamorfose ondergaan, ook de hele biersector. In vergelijking met veertig jaar geleden is de bierconsumptie in ons land gehalveerd, maar is het gemiddeld alcoholvolume wel gestegen. Het waterverbruik is dan weer verdrievoudigd, frisdrank is dubbel zo populair geworden… In die steeds veranderende wereld heb ik altijd de belangen van Rodenbach helpen promoten. De eerste twintig jaar van mijn carrière heb ik me vooral over het operationele luik bekommerd. We hebben een nieuw bezoekerscentrum op poten gezet, in 2001 openden we een nagelnieuwe brouwzaal… Daarna was het tijd om het verhaal achter Rodenbach te verkondigen en ons internationaal verder op de kaart te zetten. In de Verenigde Staten heb ik letterlijk missionariswerk verricht en de Roeselaarse blijde boodschap verkondigd. Daar heb ik bijzonder goeie contacten met bierkenner Michael Jackson aan overgehouden. Hij omschreef Rodenbach als the most refreshing beer in the world. Een mooier compliment konden we niet krijgen.”

© Stefaan Beel

Hoe blik je terug op je carrière?

“Met heel veel trots en dankbaarheid. Ik heb een pak kansen gekregen en kon hier iets mooi neerzetten, altijd samen met enthousiaste topcollega’s. Want Rodenbach is het resultaat van schitterend teamwork. Ik heb Rodenbach altijd als mijn kindje beschouwd en de belangen van de brouwerij bovenaan mijn prioriteitenlijst geplaatst.”

Kan je het succes verklaren?

“Hard werk. En doordachte beslissingen. Rodenbach is een uniek bier en deel van onze (West-)Vlaamse cultuur. Ik ben ermee opgegroeid, het stond bij ons thuis altijd op tafel. En dat is nog altijd zo. In mijn studentenjaren ging ik, net zoals zoveel anderen, op zoek naar cafés waar ze Rodenbach schonken. Het is gewoon iets van ons.”

“Onze geuzennaam ‘Roeselaars stadswater’ hoor ik zelf iets minder graag, want ze doet de topkwaliteit van onze bieren niet alle eer aan die ze verdienen”

Rodenbach is sinds 2016 in Nederlandse handen, met Royal Swinkels als eigenaar. Hoe Roeselaars is dit verhaal nog?

“Sterker dan ooit! We hebben een grote maatschappelijke functie. Zo ondersteunen we tal van initiatieven in de stad, zoals bijvoorbeeld het Natourcriterium. En het Vat van Rodenbach tijdens de Batjes kan je gewoon niet meer wegdenken. Ik heb het altijd als een van mijn kerntaken beschouwd om Roeselare en Rodenbach nog dichter naar elkaar te laten groeien. De liefde is ook wederzijds. Roeselare heeft Rodenbach meer dan ooit omarmd.”

Iets wat ook de geuzennaam ‘Roeselaars stadswater’ bewijst…

“Die hoor ik persoonlijk iets minder graag, want ze doet de topkwaliteit van onze bieren niet alle eer aan die ze verdienen. Al is het natuurlijk wel zo dat Rodenbach nog nooit buiten de stadsmuren is gebrouwen. En dat zal ook nooit gebeuren. Deze brouwerij ademt traditie, maar kijkt tegelijk altijd vol vooruit. We zijn klaar voor de toekomst.”

Is de huidige Rodenbach de beste ooit?

(overtuigd) “Zonder twijfel. Zowel op vlak van smaak als productieproces.”

Een beeld uit 2005, uitkijkend op de nieuwe brouwzaal die in 2002 in gebruik werd genomen.
Een beeld uit 2005, uitkijkend op de nieuwe brouwzaal die in 2002 in gebruik werd genomen. © Stefaan Beel

Hoe gaat het op vandaag met de brouwerij?

“Goed. Het kan natuurlijk altijd beter, maar ik kan straks een kerngezonde brouwerij achterlaten. Eentje die ook blijft evolueren. Zo hebben we, in overleg met Royal Swinkels, beslist om ons bezoekerscentrum nieuw leven in te blazen en vanaf half april voortaan dagelijks open te zijn, ook in het weekend. En zelf zal ik tot de laatste dag met heel veel goesting komen werken. Ik heb nog dezelfde drive als op dag één. Mijn werkweek start al meer dan veertig jaar op zondagavond om 19 uur. Dan klap ik thuis de laptop open. Die gezonde zenuwen zijn er nog altijd.”

“Mijn persoonlijke favoriet? Dat is een haast onmogelijke keuze. Maar ik ga toch voor de Rodenbach Classic. Die drinkal 55 jaar met heel veel smaak”

Sinds kort ben je met pensioen. Hoe ga je daarmee om?

“Ik kan het me momenteel nog niet erg goed voorstellen. Het wordt aanpassen, maar ik zal nog genoeg om handen hebben. Opi Rudi zal meer tijd kunnen vrijmaken voor kinderen en kleinkinderen en ik zal me ook wat meer kunnen bezighouden met Brouwerij Kazematten in Ieper, waar ik samen met mijn zoon een belang in heb. Mijn echtgenote en ik willen ook wat reizen en ik ben van plan om meer te sporten: wandelen, joggen en zwemmen. Het zwarte gat zal ik niet zien.”

© Stefaan Beel

En zal je hier nog over de vloer komen?

“Ik blijf lid van de Erfgoedcel Rodenbach. Doorheen mijn carrière heb ik tal van historische memorabilia verzameld, die laat ik hier achter. Sommige stukken zullen een plekje krijgen in het nieuwe bezoekerscentrum, daar ben ik wel blij om.”

Wie is Rudi Ghequire?

Privé

Rudi Ghequire (65) is gelukkig getrouwd met Marijke Staelens (60). Samen wonen ze op de Zilverberg. Rudi is als landbouwerszoon afkomstig van Poelkapelle en woont sinds 1984 in Roeselare.

Hij is de vader van Maarten (38, bio-ingenieur en onderzoeker aan de KU Leuven) en Marlies (36, huisarts in Beselare). Hij is opi van Arnout (6), Jakob (4), Merel (4), Ida (3) en Kaat (1).

Loopbaan

Diploma als industrieel ingenieur landbouw, met specialisatie voeding en brouwerij. Sinds 1 april 1982 aan de slag bij Brouwerij Rodenbach en op vandaag algemeen directeur.

Vrije tijd

Joggen, wandelen, tuinieren, reizen en Brouwerij Kazematten in Ieper opvolgen.

Je wordt opgevolgd door Didi Decaesteker, een Ieperling die zijn strepen in de bierwereld meer dan verdiend heeft. Je laat je kindje in goeie handen achter?

“Meer dan, zelfs. Didi is gepokt en gemazeld in de bier- en brouwerijsector en heeft een prachtig parcours bij La Trappe achter de rug. Hij wist met zijn team een Nederlandse trappist in België definitief op de kaart te zetten. Chapeau. Bovendien is hij een streekgenoot, iemand die de geschiedenis en het belang van Rodenbach ként.”

Heb je hem al een gouden raad gegeven?

“Simpel: hij moet vooral zichzelf blijven, zijn best doen en de brouwerij verder laten groeien. Dat mag in volume zijn, maar bekendheid, kwaliteit en efficiëntie zijn minstens even belangrijk.”

Wat zal jij het meest missen?

“De dagelijkse routine. Mee projecten uitwerken, nieuwe kansen zoeken en ervoor zorgen dat Rodenbach elke dag een stapje in de goeie richting zet. Maar Rodenbach zal nooit uit mijn leven verdwijnen. Ik blijf het volledige gamma in huis hebben, want er is een Rodenbach voor elk moment.”

© Stefaan Beel

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier