Vooral West-Vlaamse varkensboeren laten zich uitkopen bij eerste oproep

© Unsplash

Op de eerste oproep in het kader van de vrijwillige uitkoopregeling zijn 156 varkensboeren ingegaan. Dat blijkt uit cijfers van minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) op vraag van Andy Pieters (N-VA).

De vorige Vlaamse regering formuleerde de ambitie om de varkensstapel met 30 procent te verkleinen tegen 2030 en op die manier de uitstoot van ammoniak te reduceren. Dat voornemen maakte deel uit van de gemaakte stikstofafspraken. Om die ambitie waar te maken, werd een vrijwillige stopzettingsregeling voor varkensbedrijven uitgewerkt.

De eerste oproep werd in 2023 gelanceerd, gericht op de varkensbedrijven met een impactscore van meer dan 0,5 procent. Die score meet de bijdrage van een landbouwbedrijf aan de stikstofneerslag op een natuurgebied.

236 landbouwbedrijven dienden een aanvraag in en 66 procent onder hen ging uiteindelijk ook in op het aanbod van de overheid. Zij kregen samen een bedrag van 21,87 miljoen euro uitbetaald. De meeste varkensboeren stopten in West-Vlaanderen, maar het grootste aandeel van het budget ging naar Antwerpen, wat erop wijst dat het daar om grotere exploitaties met meer dieren ging.

Intussen werd ook een tweede oproep gelanceerd, voor varkensbedrijven met een impactscore hoger dan 0,025 procent. Cijfers daarvoor zijn er nog niet omdat landbouwers een jaar de tijd hebben om op het aanbod in te gaan.

Er werd ook een flankerend beleid opgezet voor de piekbelasters, de zogenaamde rode bedrijven. Daarvoor hebben 39 bedrijven een aanvraag ingediend. 26 onder hen hebben het aanbod aanvaard. 22 bedrijven hebben de volledige veeteelttak op de huidige locatie stopgezet en twee bedrijven hebben de veeteelttak deels stopgezet.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content