De land- en tuinbouwers staan ook in West-Vlaanderen voor enorme uitdagingen. Steeds strengere milieunormen, de klimaatopwarming en de opvolging van de oudere generatie landbouwers vragen om een duurzame en toekomstgerichte aanpak. “Maar we voelen dat er in de sector veel goesting is en wij zijn klaar om de landbouwers bij te staan bij al die uitdagingen”, klinkt het bij Inagro.
“We zijn omringd door grote landbouwlanden, maar die kijken met respect naar wat wij hier in Inagro doen”, zegt Mia Demeulemeester, afgevaardigd bestuurder van Inagro.
“Uiteraard is Inagro geen eiland, we werken samen met de andere kennisinstellingen in Vlaanderen en in het buitenland. Elke andere Vlaamse provincie heeft zo zijn eigen specialiteiten. Veelal historisch bepaald door onder meer de aard van de bodem. In onze West-Vlaamse grond gedijen bijvoorbeeld groenten heel goed, in Oost-Vlaanderen is er bij de collega’s vooral onderzoek naar sierteelt en in Limburg naar fruit.”
“In Beitem liggen we mooi centraal in de provincie en het is dus makkelijk om met alle West-Vlaamse spelers in de sector samen te werken. Uiteraard met de land- en tuinbouwers, maar ook met producentenorganisaties, de groenteveiling REO, de diepvriesindustrie en de vele machineconstructeurs. In Inagro werken 240 mensen. Dat zijn zowel onderzoekers, technische profielen, adviseurs, laboranten en experten in ICT, communicatie of financiën.”
Ook nieuwe technieken
“Hun werkterrein zijn de proefvelden, de serres, het labo of één van de gespecialiseerde onderzoeksfaciliteiten. Maar je vindt onze medewerkers vaak bij de landbouwer op zijn erf als adviseur of om de proeven die bij hen aanliggen op te volgen. Een deel van de proefvelden ligt hier dichtbij, maar we hebben er ook heel wat verspreid over de rest van de provincie. Op de proefvelden doen we onderzoek in de klassieke groenten- en akkerbouwteelten, maar ook meer en meer in nieuwe teelten zoals eiwitgewassen.”
“We hebben een eigen proefbedrijf voor onderzoek in biologische teelten en zetten ook in op insectenkweek. Naast rassenonderzoek zoeken we intensief naar oplossingen om de impact van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het milieu te beperken. In ons labo doen we vooral analyses op grond, water, mest en gewassen.”
“Op de proefvelden doen we onderzoek in de klassieke teelten, maar ook in nieuwe teelten, zoals eiwitgewassen”
“Om ons onderzoek af te stemmen op de noden van de land- en tuinbouwers werken we met technische adviesraden die regelmatig samenkomen en die samengesteld zijn uit actieve landbouwers. We proberen hen zo nauw mogelijk te betrekken bij onze projecten. Zij brengen ons op de hoogte van hun plannen en hun problemen en wij tonen wat er in de toekomst allemaal op hen afkomt.”
“Een voorbeeld van nieuwe teelten zijn de eiwitgewassen. Dat zijn landbouwgewassen met een hoog gehalte aan plantaardige eiwitten zoals kikkererwt, gele erwt en soja. Zij zijn een alternatief voor dierlijke eiwitten in de menselijke consumptie en voor de plantaardige eiwitten in veevoer. Sommige van die gewassen halen ook veel stikstof uit de lucht en maken de bodem gezonder waardoor we minder kunstmest nodig hebben.”
“Die nieuwere teelten, maar ook nieuwe technieken testen wij hier uit waarbij we met Inagro het risico dat bij dit soort onderzoek hoort voor ons nemen zodat de landbouwers zelf niet moeten gaan experimenteren”, aldus nog Mia Demeulemeester.
Stikstof en water
“Zij hebben al zorgen genoeg”, vult gedeputeerde en voorzitter van Inagro Bart Naeyaert aan. “De uitdagingen zijn groot. We moeten aan de strengste stikstofnormen voldoen en ook water stelt ons in heel de provincie voor grote uitdagingen. Is het nu te veel of te weinig of gaat het over de kwaliteit, op al deze vlakken zijn we actief in onze provincie. Landbouw is hierin vaak een belangrijke partner.”
“Inagro is een belangrijke schakel tussen toeleveranciers, producenten en verwerkers. Tegelijk verbinden we onderzoekers met landbouwers en slaan we de brug tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en praktische toepassingen op landbouwbedrijven. En dat kost natuurlijk veel geld. De provincie heeft ook voor deze legislatuur beslist om stevig te blijven inzetten op de land- en tuinbouwsector. Op een provinciaal budget van 1,4 miljard euro besteden we de volgende zes jaar 70 miljoen euro werkingsmiddelen in Inagro voor een ruim pallet aan onderzoek en advies. Daarnaast krijgt het centrum twintig miljoen aan investeringsmiddelen. Zo start binnenkort de bouw van een nieuw proefveldatelier om het onderzoek in akkerbouw en groenten te versterken.”
“Binnenkort start de bouw van nieuw proefveldatelier om onderzoek in akkerbouw en groenten te versterken”
“Maar dit volstaat niet om onze volledige werking te financieren. Dankzij onze goede reputatie, onze contacten in Vlaanderen en Europa en een sterke projectwerking slagen we erin om heel wat onderzoeksmiddelen naar West-Vlaanderen te halen die ons werkingsbudget verdubbelen”, besluit Bart Naeyaert.
Evolutie/revolutie
“Want de landbouw blijft enorm belangrijk in onze provincie”, aldus nog Mia Demeulemeester. “Soms horen we doemscenario’s als zouden land- en tuinbouw en vooral veeteelt gedoemd zijn om te verdwijnen. Niets is minder waar. Ruim 60 procent van de groenten in open lucht wordt in West-Vlaanderen gekweekt, zelfs 80 procent van de prei en de kolen en de helft van alle Vlaamse aardappelen groeit hier. En 35.000 mensen zijn in onze provincie actief in deze sector en in de vele toeleverings- en verwerkingsbedrijven.”
“Dat de land- en tuinbouw voor een evolutie of misschien wel voor een revolutie staat, dat is zeker, maar samen kunnen we die aan. Wij zijn ervan overtuigd dat de toekomst qua productie heel divers zal zijn. We zien die toekomst positief tegemoet. We merken veel dynamiek en veerkracht in de sector en bij de jongeren die nog op school zitten en die klaarstaan om te starten.”
“Er is veel goesting en dat stemt ons hoopvol”, besluiten gedeputeerde Bart Naeyaert en afgevaardigd bestuurder Mia Demeulemeester.